Ministerieel besluit met maatregelen tegen verspreiding coronavirus

Laatste aanpassing op zondag 27 juni

pdf bestandFAQ-lijst Nationaal Crisiscentrum, versie 25 juni 2021 (938 kB)

 

Gecoördineerde versie van het MB van 28 oktober 2020 over de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de wijzigingen ervan door de ministeriële besluiten van 1 en 28 november 2020, 11, 20, 21 en 24 december 2020, 12, 14, 26 en 29 januari 2021, 6 en 12 februari 2021, 7, 20 en 26 maart 2021, 24 en 27 april 2021, 7 mei 2021, 4 en 23 juni 2021.

Dit besluit geldt vanaf zondag 27 juni 2021.

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

  1. "onderneming" : elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
  2. "consument" : elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
  3. "protocol" : het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
  4. "vervoerder", bedoeld in artikel 21:
    • de openbare of private luchtvervoerder;
    • de openbare of private zeevervoerder;
    • de binnenvaartvervoerder;
    • de openbare of private trein- of busvervoerder voor het vervoer vanuit een land dat zich buiten de Europese Unie en de Schengenzone bevindt
  5. "gouverneur" : de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;
  6. "huishouden" : personen die onder hetzelfde dak wonen;
  7. "gebruiker" : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon bij wie of voor wie door personen bedoeld in artikel 3 rechtstreeks of in onderaanneming werkzaamheden worden verricht;
  8. "grensarbeider" : een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert;
  9. "personeelslid" : elke persoon die werkt in of voor een onderneming, vereniging of dienst.
  10. -
  11. -
  12. -
  13. “museum”:
    • een structuur erkend als museum of kunsthal door ten minste één van deze entiteiten: de federale regering of een deelstaat;
    • een permanente instelling ten dienste van de maatschappij en haar ontwikkeling, open voor het publiek, die het materieel en immaterieel patrimonium van de mensheid en haar omgeving verwerft, bewaart, bestudeert, overbrengt en tentoonstelt voor doeleinden van studie, vorming en vermaak door middel van tentoonstellingen, activiteiten voor het publiek en wetenschappelijke publicaties of van vulgarisatie, steeds verwezenlijkt door professionelen.”
  14. "derde land": een land dat niet behoort tot de Europese Unie, noch tot de Schengenzone.
  15. “een (mond)masker of elk ander alternatief in stof”: een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen.
  16. “open terras”: een onderdeel van een inrichting die behoort tot de horecasector of van een professionele traiteur- of cateringonderneming dat gelegen is buiten de besloten ruimte daarvan, waar de open lucht vrij kan circuleren, waar men zitgelegenheid biedt en waar dranken en spijzen voor directe consumptie worden aangeboden;
  17. “professionele sportieve wedstrijd”: een wedstrijd waarbij de deelnemers de betrokken sport als beroep uitoefenen;
  18. “CERM”: het instrument bedoeld door het Overlegcomité tijdens diens vergadering van 23 april 2021 dat een lokale overheid in staat stelt een analyse te maken met betrekking tot de organisatie op haar grondgebied van een bepaald evenement in de ruime zin in het licht van de geldende sanitaire maatregelen, beschikbaar op de website “covideventriskmodel.be”;
  19. “CIRM”: het instrument bedoeld door het Overlegcomité tijdens diens vergadering van 23 april 2021 dat een lokale overheid in staat stelt een analyse te maken met betrekking tot een bepaalde infrastructuur op haar grondgebied voor de organisatie van evenementen in de ruime zin in het licht van de geldende sanitaire maatregelen, beschikbaar op de website “covideventriskmodel.be/cirm”;
  20. "openbare ruimte” : de openbare weg en de voor het publiek toegankelijke plaatsen, met inbegrip van plaatsen die afgesloten en overdekt zijn;
  21. “private ruimte” : de ruimte die niet behoort tot de openbare ruimte.
  22. "vaccinatie-, test- of herstelcertificaat”: het EU Digitale COVID Certificaat zoals bedoeld in de Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID−19 -vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren en in de Verordening (EU) 2021/954 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) ten aanzien van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven of wonen tijdens de COVID-19-pandemie, of een certificaat vanuit een derde land dat als equivalent wordt beschouwd door de Europese Commissie op basis van de uitvoeringshandelingen of door België op basis van bilaterale akkoorden. Het vaccinatiecertificaat geeft een volledige vaccinatie aan. Het testcertificaat geeft aan dat een NAAT test niet meer dan 72 uur voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd uitgevoerd;
  23. “volledige vaccinatie”: de vaccinatie met een vaccin dat goedgekeurd werd door het Europees Geneesmiddelenagentschap en waarvan alle doses van het vaccin voorzien in de bijsluiter werden toegediend sinds tenminste 2 weken;
  24. “massa-evenement”: een evenement zoals bedoeld in artikel 15§5 met een publiek van meer dan 5000 personen;
  25. “proef- en pilootproject”: een project zoals bedoeld in artikel 29bis;
  26. “klein toeristisch logies”: een vakantiewoning die maximaal 15 personen kan herbergen.

HOOFDSTUK 2. Organisatie van de arbeid

Artikel 2§1

Telewerk is sterk aanbevolen bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Telewerk wordt verricht in overeenstemming met de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten en akkoorden.

Artikel 2§1bis

-

Artikel 2§2

De ondernemingen, verenigingen en diensten, zoals bedoeld in de eerste paragraaf nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden.

Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst, zoals bedoeld in de eerste paragraaf uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

Deze ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de personen die bij hen werkzaam tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.

Artikel 2§3

De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de ondernemingen, verenigingen en diensten, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die er gelden overeenkomstig paragrafen 1 en 2.

Artikel 3§1

Iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk een beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in België met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, is verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een geactualiseerd register bij te houden met volgende gegevens:

  1. volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige:
    • de naam en voornamen;
    • de geboortedatum;
    • het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  2. de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in België;
  3. het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
  4. in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in België samenwerkt.

De verplichting tot registratie bedoeld in deze paragraaf is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt.

De gegevens bedoeld in het eerste lid mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres.

De gegevens bedoeld in het eerste lid worden vernietigd na 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.

Het register bedoeld in het eerste lid wordt ter beschikking gehouden van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken.

Artikel 3§2

Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is het Passagier Lokalisatie Formulier bedoeld in artikel 21 in te vullen, dan dient de werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in België, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, vóór de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of het Passagier Lokalisatie Formulier effectief werd ingevuld.

Bij gebrek aan bewijs dat dit formulier werd ingevuld, dient de werkgever of gebruiker erover te waken dat het Passagier Lokalisatie Formulier ingevuld is uiterlijk op het moment waarop de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige de werkzaamheden in België aanvat.

Artikel 3§3

De in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige die door een werkgever of een gebruiker tijdelijk wordt ingezet om werkzaamheden in België uit te voeren, is ertoe gehouden het bewijs te leveren van een negatief resultaat van een test die werd afgenomen ten vroegste 72 uur voor de aanvang van zijn werkzaamheden of activiteit in België, wanneer hij langer dan 48 uur op het Belgisch grondgebied blijft. Dit negatief resultaat kan worden gecontroleerd door de preventieadviseurs-arbeidsartsen en door alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Artikel 3bis

Personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, leven de verplichtingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken na zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.

Op de arbeidsplaatsen kunnen de preventieadviseurs-arbeidsartsen, evenals alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, aan de betrokken personen vragen het bewijs te leveren dat zij de verplichtingen naleven zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder “arbeidsplaatsen”: de arbeidsplaatsen zoals gedefinieerd in artikel 16, 10° van het Sociaal Strafwetboek.

Artikel 4

In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

HOOFDSTUK 3. Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten

Artikel 5

Onverminderd artikel 8 oefenen de ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.

In elk geval dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :

  1. de onderneming of vereniging informeert de consumenten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. -
  3. -
  4. één consument per 10 m² van de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte wordt toegelaten;
  5. indien de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte minder dan 40 m² bedraagt, is het toegelaten om 4 consumenten te ontvangen;
  6. indien de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte meer dan 400 m² bedraagt, dient in een toereikende toegangscontrole te worden voorzien;
  7. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker in de onderneming of vereniging is verplicht in de voor het publiek toegankelijke ruimtes, en indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd wegens de aard van de uitgeoefende activiteit worden daarenboven ook andere persoonlijke beschermingsmiddelen sterk aanbevolen, onverminderd artikel 25;
  8. de activiteit moet zo worden georganiseerd dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, eveneens voor wat betreft personen die buiten de inrichting wachten;
  9. de onderneming of vereniging stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de consumenten;
  10. de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  11. de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting;
  12. een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat consumenten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing;
  13. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden.
  14. -

Artikel 6§1

Bij het professioneel uitoefenen van horeca-activiteiten kunnen afhaalmaaltijden en -dranken worden aangeboden en geleverd tot ten laatste 01.00 uur.

Artikel 6§2

Bij het professioneel uitoefenen van horeca-activiteiten dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen, behoudens in geval van dienstverlening aan huis en in geval van massa-evenementen.

  1. de uitbater informeert de klanten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. de uitbater organiseert zich zodanig dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, eveneens voor wat betreft de personen die buiten de inrichting wachten;
  3. de uitbater stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de klanten;
  4. de uitbater neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaalregelmatig te desinfecteren;
  5. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden;
  6. de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen wordt gegarandeerd, tenzij op het open terras voor zover de tafelgezelschappen worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
  7. een maximum van acht personen per tafel is toegestaan, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld;
  8. enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
  9. elke persoon moet aan zijn eigen tafel blijven zitten, onder voorbehoud van de bepalingen onder 11° en 12° en behalve voor het uitoefenen van cafésporten en kansspelen;
  10. de klanten en personeelsleden dragen een mondmasker of elk ander alternatief in stof overeenkomstig artikel 25;
  11. buffetten zijn toegestaan;
  12. er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken;
  13. de openingsuren zijn beperkt van 05.00 uur tot 01.00 uur;
  14. indien het een open terras betreft, is minstens één volledig zijde van het terras te allen tijde geopend en dient het een voldoende ventilatie te verzekeren;
  15. tenzij het een open terras betreft, mag het geluidsniveau 80 decibels niet overschrijden.

In afwijking van het eerste lid, 7°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden.

Tenzij het een open terras betreft, is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) in de eet- en drankgelegenheden van de horecasector verplicht en dient deze op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats geïnstalleerd te worden. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Tussen 900 ppm en 1200 ppm dient de uitbater te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren. Boven 1200 ppm dient de inrichting onmiddellijk gesloten te worden.

Dienstverlening aan huis is in het kader van de activiteiten bedoeld in deze paragraaf toegelaten tot uiterlijk 01.00 uur.

Artikel 7

Het collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 7bis §1

-

Artikel 7bis §2

-

Artikel 8§1

In de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de uitbater of organisator informeert de bezoekers, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. een afstand van 1,5 meter tussen elke groep bedoeld in het tweede lid wordt gegarandeerd;
  3. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker in de onderneming of vereniging is verplicht in de voor het publiek toegankelijke ruimtes, en indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd wegens de aard van de uitgeoefende activiteit worden daarenboven ook andere persoonlijke beschermingsmiddelen sterk aanbevolen, onverminderd artikel 25;
  4. de inrichting organiseert zich zodanig dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, eveneens voor wat betreft de personen die buiten de inrichting wachten;
  5. de openbare ruimten, met inbegrip van de terrassen in de openbare ruimte, worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden;
  6. de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers;
  7. de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  8. de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting;
  9. de openingsuren zijn beperkt van 05.00 uur tot 01.00 uur.

Bezoekers mogen worden ontvangen in groepen van maximum acht personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit. Groepen van meer dan acht personen zijn toegestaan voor zover ze behoren tot hetzelfde huishouden.

In fitnesscentra is het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) verplicht en dient deze op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats geïnstalleerd te worden. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Tussen 900 ppm en 1200 ppm dient de uitbater te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren. Boven 1200 ppm dient de inrichting onmiddellijk gesloten te worden.

Artikel 8§2

De discotheken en dancings zijn gesloten voor het publiek, behalve voor wat betreft de organisatie van de activiteiten die toegelaten zijn overeenkomstig dit besluit.

Artikel 9

In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van bezoekers minstens de volgende specifieke modaliteiten:

  1. de minimale regels bedoeld in artikel 5, tweede lid
  2. één bezoeker per 10 m² wordt toegelaten;
  3. het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de bezoekers bij de in- en uitgang;
  4. het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
  5. -
  6. er wordt in een toereikende toegangscontrole voorzien.

Artikel 10

Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren, behoudens andersluidende bepalingen.

Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 01.00 uur.

HOOFDSTUK 4. Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra

Artikel 12

Onverminderd de artikelen 5 en 9 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde lokale overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

De bevoegde lokale overheid die oordeelt dat niet kan worden voldaan aan de vereisten van het eerste lid is gehouden om de heropening of opening van de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen op diens gehele of gedeeltelijke grondgebied te verdagen of te schorsen.

Artikel 13

Markten, met inbegrip van jaarmarkten, braderijen, brocante en rommelmarkten, en kermissen kunnen enkel plaatsvinden na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de volgende regels:

  1. -
  2. de markt- en kermiskramers, hun personeel en hun klanten dragen een mondmasker of elk alternatief in stof overeenkomstig artikel 25;
  3. -
  4. de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
  5. de markt- en kermiskramers kunnen enkel voeding of dranken aanbieden met naleving van de regels voorzien in artikel 6;
  6. -
  7. wanneer een markt, jaarmarkt, braderij, brocante- of rommelmarkt, of kermis een bezoekersaantal van meer dan 5000 bezoekers op eenzelfde moment ontvangt wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis
  8. de uitbater ziet erop toe dat in de attractie de van toepassing zijnde social distancing gerespecteerd wordt tussen de bezoekers of de toegelaten groepen;
  9. de geldende regels met betrekking tot de sanitaire maatregelen, zoals het desinfecteren van de handen voor de attractie, het dragen van het mondmasker en de social distancing worden door middel van affiches in de stand of attractie in herinnering gebracht.

Bezoekers mogen worden ontvangen in groepen van maximum acht personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld. Groepen van meer dan acht personen zijn toegestaan voor zover ze behoren tot hetzelfde huishouden.

Onverminderd artikel 5 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde lokale overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke groep bedoeld in het tweede lid, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de ″Gids voor de opening van de handel”.

HOOFDSTUK 5. Verplaatsingen en samenscholingen

Artikel 14§1

-

Artikel 14§2

-

Artikel 14§3

-

Artikel 14bis

Tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit, worden in het kader van activiteiten groepen gevormd van maximum acht personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld. Tijdens eenzelfde activiteit mogen deze groepen niet wisselen van samenstelling. Groepen van meer dan acht personen zijn toegestaan voor zover ze behoren tot hetzelfde huishouden.

Artikel 15§1

Elke deelnemer tot en met 17 jaar van een sportieve wedstrijd of sporttraining mag vergezeld worden door één of meerdere leden van hetzelfde huishouden, in afwijking van paragraaf 4.

Artikel 15§2

Een of meerdere groepen van maximum 100 personen tot en met 29 juli 2021 en van maximum 200 personen vanaf 30 juli 2021, de begeleiders niet meegeteld, mag deelnemen aan activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder georganiseerd door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter.

Tijdens de activiteiten bedoeld in het eerste lid zijn de volgende regels van toepassing, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de personen die samenkomen in het kader van deze activiteiten moeten in eenzelfde groep blijven en mogen niet samen worden gezet met de personen van een andere groep;
  2. in afwijking van paragraaf 4, mag elke deelnemer tot en met 17 jaar vergezeld worden door één of meerdere leden van hetzelfde huishouden.

Artikel 15§3

Een maximum van 200 personen, kinderen tot en met 12 jaar, de ambtenaar van de burgerlijke stand en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn bij de volgende activiteiten in de gebouwen die hiervoor bestemd zijn, onafhankelijk van het aantal ruimtes binnen het gebouw:

  1. de burgerlijke huwelijken;
  2. de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
  3. de individuele uitoefening van de eredienst en de individuele uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging;
  4. het individueel of collectief bezoek aan een gebouw voor de eredienst of een gebouw voor niet-confessionele morele dienstverlening.

Een maximum van 200 personen, kinderen tot en met 12 jaar en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn bij begrafenissen en crematies in afzonderlijke ruimtes van de gebouwen die hiervoor bestemd zijn.

Een maximum van 400 personen, kinderen tot en met 12 jaar, de ambtenaar van de burgerlijke stand en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn bij de volgende activiteiten:

  1. het bezoek aan een begraafplaats in het kader van een uitvaartceremonie;
  2. de activiteiten bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, voor zover deze buiten worden georganiseerd op de plaatsen die hiervoor bestemd zijn, desgevallend overeenkomstig het toepasselijke protocol.

In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, zijn de maximale aantallen personen bepaald in paragraaf 4 van toepassing na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16. Tijdens de activiteiten bedoeld in deze paragraaf dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de uitbater of organisator informeert de aanwezigen tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen;
  2. een afstand van 1,5 meter tussen elke groep bedoeld in artikel 14bis, wordt gegarandeerd;
  3. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker is verplicht en het dragen van andere persoonlijke beschermingsmiddelen wordt steeds sterk aanbevolen;
  4. de activiteit moet zo worden georganiseerd dat de regels van social distancing kunnen worden gerespecteerd eveneens voor wat betreft de personen die buiten de inrichting of de gebouwen wachten;
  5. de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de aanwezigen;
  6. de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  7. de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting;
  8. fysieke aanrakingen tussen personen zijn verboden, behalve tussen de leden van een groep bedoeld in artikel 14bis of van eenzelfde huishouden;
  9. bij blootstelling van het lichaam tijdens begrafenissen en crematies dient een afstand van 1,5 meter gerespecteerd te worden ten opzichte van het blootgestelde lichaam.

Artikel 15§4

Een zittend publiek van maximum 2000 personen tot en met 29 juli 2021 en een publiek van maximum 3000 personen vanaf 30 juli 2021, mag evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen bijwonen, voor zover deze binnen worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 8, § 1 en het toepasselijke protocol, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16. De toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16 is niet verplicht indien het publiek minder bedraagt dan 100 personen. Indien horeca-activiteiten worden uitgeoefend, moeten de regels voorzien in artikel 6 worden nageleefd, met uitzondering van artikel 6, § 2, eerste lid, 15°. Afhaalmaaltijden en –dranken kunnen worden aangeboden in afwijking van artikel 6, § 2, eerste lid, 12°.

Een publiek van maximum 2500 personen tot en met 29 juli 2021 en van maximum 5000 personen vanaf 30 juli 2021 mag evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 8, § 1 en in het toepasselijke protocol, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16. De toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16 is niet verplicht indien het publiek minder bedraagt dan 200 personen. Indien horeca-activiteiten worden uitgeoefend, moeten de regels voorzien in artikel 6 worden nageleefd, met uitzondering van artikel 6, § 2, eerste lid, 15°. Afhaalmaaltijden en –dranken kunnen worden aangeboden in afwijking van artikel 6, § 2, eerste lid, 12°. Compartimentering van het publiek aanwezig in de sportinfrastructuur tijdens sportieve wedstrijden, voor zover deze buiten worden georganiseerd, is toegelaten op voorwaarde dat geen vermenging mogelijk is van het publiek aanwezig in de verschillende compartimenten, voor, tijdens en na de sportieve wedstrijd. Hiertoe wordt per compartiment een aparte in- en uitgang en sanitaire infrastructuur voorzien. De capaciteit van alle compartimenten samen mag niet meer dan één derde van de totale capaciteit van de sportinfrastructuur bedragen.

De evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen en congressen bedoeld in deze paragraaf kunnen enkel plaatsvinden tussen 05.00 uur en 01.00 uur.

Artikel 15§5

Vanaf 13 augustus 2021 mag een publiek van maximum 75.000 personen per dag, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, massa-evenementen en proef- en pilootprojecten bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16 en de modaliteiten van het toepasselijk samenwerkingsakkoord.

In afwijking van het eerste lid, kan tijdens een massa-evenement gebruik worden gemaakt van een tent, op voorwaarde dat ten minste twee zijden daarvan volledig open en vrij zijn. Het gebruik van een luchtkwaliteitsmeter (CO2) is verplicht en deze dient in het midden van de tent op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats geïnstalleerd te worden. De luchtkwaliteitsrichtnorm is 900 ppm CO2. Tussen 900 ppm en 1200 ppm dient de organisator te beschikken over een actieplan om compenserende luchtkwaliteits- of luchtzuiveringsmaatregelen te verzekeren. Boven 1200 ppm mag de tent niet gebruikt worden.

De aankomstzone tot het massa-evenement wordt zodanig georganiseerd dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd.

Artikel 15§6

De handelsbeurzen zijn toegelaten met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 5 en in het toepasselijke protocol.

Artikel 15bis

Ieder huishouden mag maximum acht personen tegelijkertijd binnen in huis of in een klein toeristisch logies ontvangen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld.

Artikel 16

De bevoegde lokale overheid gebruikt de CERM en, wanneer van toepassing, de CIRM, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van de door artikel 15, § 3, vierde lid, en §§ 4 en 5toegelaten activiteiten.

Evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen bedoeld in artikel 15, § 4, eerste lid, kunnen enkel worden toegelaten voor een zittend publiek van maximum 100 % van de CIRM-capaciteit, zonder 2000 personen te overschrijden tot en met 29 juli 2021 en zonder 3000 personen te overschrijden vanaf 30 juli 2021, voor zover deze binnen worden georganiseerd.

Artikel 17

-

Artikel 18

-

Artikel 18 bis

De bevoegde lokale overheid kan toestemming verlenen voor het laten plaatsvinden van kiesverrichtingen die een buitenlandse Natie voor diens stemgerechtigden wil organiseren in België in bepaalde inrichtingen.

HOOFDSTUK 6. Openbaar vervoer

Artikel 19

Het openbaar vervoer blijft behouden.

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.

In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen masker draagt.

Artikel 19bis

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen neemt de nodige maatregelen om een maximale naleving van de preventiemaatregelen te garanderen in het station, op het perron of een halte, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door haar wordt georganiseerd, in samenwerking met de betrokken lokale overheid en de politie.

HOOFDSTUK 7. Onderwijs

Artikel 20

De instellingen van hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs mogen hun lessen en activiteiten voortzetten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te laten plaatsvinden eventueel met beperkingen in het kader van de veiligheid.

In het kader van het leerplichtonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de Ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de Ministers van Onderwijs een procedure vast, waarbij het advies van de experten wordt gevraagd en waarbij de bevoegde gemeentelijke overheid en de desbetreffende actoren worden betrokken.

Ook buiten de lesuren kunnen scholen of derden initiatieven nemen ter bestrijding van de leerachterstand of schooluitval volgens de protocollen die worden opgesteld door de bevoegde ministers van de Gemeenschappen.

HOOFDSTUK 8. Grenzen

Artikel 21§1

Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden voor personen die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

Reizen zoals bedoeld in bijlage 3 van dit besluit worden beschouwd als essentieel en zijn dus toegelaten.

Voor de overeenkomstig het tweede lid toegelaten reizen is de reiziger ertoe gehouden in het bezit te zijn van een attest van essentiële reis. Dit attest wordt uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post indien wordt aangetoond dat de reis essentieel is.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het derde lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest. Bij gebrek aan dit attest, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de reiziger in het bezit is van dit attest.

In afwijking van het derde lid, is een attest niet vereist indien het essentieel karakter van de reis blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger.

Bij gebrek aan dit attest van essentiële reis of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Voor de toepassing van dit besluit worden Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad beschouwd als landen van de Europese Unie.

Artikel 21§1bis

De maatregelen vervat in §1 zijn niet van toepassing op reizigers die voor aankomst op het grondgebied met een vaccinatiecertificaat een volledige vaccinatie kunnen aantonen.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van een vaccinatiecertificaat. Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.

Bij gebrek aan dit vaccinatiecertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit vaccinatiecertificaat, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 21§2

Onverminderd paragrafen 1 en 1bis is het verboden voor personen die zich op enig moment in de afgelopen 14 dagen op het grondgebied van het grondgebied van een land dat op de website “infocoronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als zone met heel hoog risico is aangemerkt bevonden, om zich rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks naar het Belgische grondgebied te verplaatsen, in zoverre zij niet beschikken over de Belgische nationaliteit of hun hoofdverblijfplaats niet hebben in België, met uitzondering van volgende toegelaten essentiële reizen:

  1. de professionele reizen van vervoerspersoneel, vracht- en cargopersoneel en zeevarenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken, mits zij in het bezit zijn van een attest uitgereikt door de werkgever;
  2. de reizen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid onontbeerlijk is voor de goede werking van deze organisaties, bij het uitoefenen van hun functie, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post.
  3. de reizen van de echtgenoot, of partner van een persoon die beschikt over de Belgische nationaliteit of zijn hoofdverblijfplaats heeft in België voor zover zij onder hetzelfde dak wonen, evenals de reizen van hun kinderen die onder hetzelfde daken wonen, mits zij in het bezit zijn van een attest van essentiële reis uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post. De feitelijke partners moeten eveneens een aannemelijk bewijs leveren van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie.
  4. doorreizen buiten de Schengenzone en de Europese Unie;
  5. doorreizen in België vanuit een land bedoeld in de eerste lid naar het land van nationaliteit of hoofdverblijfplaats, voor zover dit land zich binnen de Europese Unie of de Schengenzone bevindt;
  6. de reizen om dwingende humanitaire reden, mits zij in het bezit zijn van een attest van dwingende humanitaire reden, uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post, goedgekeurd door de Dienst Vreemdelingenzaken.

Bij gebrek aan dit attest of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Wanneer een land wordt aangemerkt als zone met heel hoog risico overeenkomstig het eerste lid, treedt het inreisverbod op het Belgisch grondgebied in werking op het moment zoals aangegeven op de website “info-coronavirus.be” en ten vroegste 24 uren na de publicatie op die website.

Artikel 21§3

Voor de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 toegelaten (onderstreepte tekst schrappen vanaf 19 april) reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.

Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 21§4

In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.

Artikel 21§5

In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en te ondertekenen.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.

De uitzondering op de verplichting om het Passagier Lokalisatie Formulier in te vullen en te ondertekenen voorzien in het eerste lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een
vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uur of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uur, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een land bepaald in paragraaf 2, eerste lid.”

Artikel 21§5bis

In aanvulling op de paragrafen 3, 4 en 5 is de reiziger ertoe gehouden om het bewijs van indiening van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier bij zich te dragen gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur.

Indien het onmogelijk is dergelijk bewijs te bekomen, draagt de reiziger een kopie bij zich van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur.

Artikel 21§6

De persoonsgegevens ingezameld via het Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 6° van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord.

Artikel 21§7

In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5 dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een grondgebied dat op website “infocoronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als rode zone is aangemerkt, en die geen hoofdverblijfplaats heeft in België, te beschikken over een negatief testresultaat van een test die ten vroegste 72 uren voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd afgenomen of over een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een negatief testresultaat of een erkend vaccinatie-, test- of herstelcertificaat voorleggen. Bij gebrek aan een negatief testresultaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren.

Bij gebrek aan een negatief testresultaat van een test die ten vroegste 72 uren voor aankomst op het Belgisch grondgebied werd afgenomen of aan een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat of bij valse, misleidende of onvolledige informatie kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

De uitzondering op de verplichting om te beschikken over een negatief testresultaat of over een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat zoals voorzien in het eerste lid voor de reizigers waarvan de reis geen gebruik van een vervoerder inhoudt en waarvan het verblijf in België niet langer duurt dan 48 uur of waarvan het voorafgaand verblijf buiten België niet langer heeft geduurd dan 48 uur, is niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een land dat als zone met heel hoog risico is aangemerkt overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid.

Artikel 21§8

De verplichtingen voorzien in de paragrafen 5 en 7 zijn niet van toepassing op de reizen van de volgende categorieën van personen:

  1. voor zover zij in het kader van hun functie naar België reizen:
    • de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren en zij die alleen maar op doorreis zijn;
    • de zeevarendenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore windmolenparken;
    • de “Border Force Officers” van het Verenigd-Koninkrijk;
    • de grensarbeiders;
  2. de leerlingen, studenten en stagiairs die minstens één keer per week naar België reizen in het kader van hun grensoverschrijdende studies of stage;
  3. de personen die naar België reizen in het kader van grensoverschrijdend co-ouderschap.

De uitzonderingen voorzien in het eerste lid, 1°, vierde streepje, 2° en 3° zijn niet van toepassing op de personen die zich op enig moment tijdens de 14 dagen voor hun aankomst in België bevonden hebben op het grondgebied van een land bepaald in paragraaf 2, eerste lid.

Artikel 22

In het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, in de hoedanigheid van verwerker ten behoeve van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gezondheidsgegevens inzake het coronavirus COVID-19, contact-, identificatie-, tewerkstellings- en verblijfsgegevens met betrekking tot werknemers en zelfstandigen, verzamelen, samenvoegen en verwerken, met inbegrip van datamining en datamatching, met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten.

De persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen bedoeld in het eerste lid worden bewaard met respect voor de bescherming van persoonsgegevens en niet langer dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt en worden vernietigd uiterlijk op de dag van inwerkingtreding van het ministerieel besluit dat het einde van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 aankondigt.

HOOFDSTUK 9. Individuele verantwoordelijkheden

Artikel 23§1

Onverminderd andersluidende bepaling voorzien door een protocol of door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Artikel 23§2

De regels van social distancing zijn niet van toepassing:

  • op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
  • op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar;
  • op personen onderling die elkaar ontmoeten in het kader van artikel 15bis;
  • tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds.
  • op personen onderling die behoren tot een groep bedoeld in artikel 6, § 2, 7°, artikel 8, § 1, tweede lid, artikel 13, tweede lid, en artikel 14bis;
  • tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds;
  • op personen onderling die behoren tot een groep zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, artikel 6, § 2, 7°, artikel 8, § 1, tweede lid, artikel 9, eerste lid, 5°, artikel 13, tweede lid en artikel 14bis.
  • indien dit onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.
  • tijdens massa-evenementen

Artikel 23§3

In afwijking van de eerste paragraaf moeten de gebruikers van het openbaar vervoer de onderlinge afstand van 1,5m respecteren in de mate van het mogelijke.

Artikel 23§4

In afwijking van de eerste paragraaf moeten de begeleiders en de deelnemers vanaf 13 jaar, in het kader van de activiteiten bedoeld in artikel 15, § 2, de onderlinge afstand van 1,5 meter respecteren in de mate van het mogelijke.

Artikel 24

Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 25

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23§2 en artikel 23§4.

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen:

  1. de winkels en de winkelcentra;
  2. de conferentiezalen;
  3. de auditoria;
  4. de gebouwen der eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
  5. de bibliotheken, de spelotheken en mediatheken;
  6. de winkelstraten, de markten, de kermissen en elke private of publieke druk bezochte plaats, zoals bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
  7. de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten toegelaten zijn, zowel de klanten als het personeel, tenzij gedurende het eten, drinken, of aan tafel zitten.
  8. bij verplaatsingen in de publieke en niet-publieke delen van de gerechtsgebouwen, alsook in de zittingszalen bij elke verplaatsing en, in de andere gevallen, overeenkomstig de richtlijnen van de kamervoorzitter;
  9. tijdens de evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en sporttrainingen en congressen;
  10. tijdens de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons.
  11. tijdens betogingen;
  12. de markten, met inbegrip van jaarmarkten, braderijen, brocante- en rommelmarkten, en kermissen die meer dan 5000 personen op eenzelfde moment ontvangen.

Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.

De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien.

Het mondmasker of elk alternatief in stof mag occasioneel worden afgezet om te eten en te drinken, en wanneer het dragen ervan onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.

In afwijking van het tweede lid, 9°, mag bij evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen, en congressen die buiten worden georganiseerd, wanneer het publiek verplicht is te blijven zitten, het mondmasker worden afgedaan zolang de persoon zit.

HOOFDSTUK 10. Sancties

Artikel 26

Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid:

  • artikelen 5 tot en met 11, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer;
  • artikel 13, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, en op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
  • artikelen 14, 15, 15 bis, 19, 21 en 25

HOOFDSTUK 11. Slot- en opheffingsbepalingen

Artikel 27§1

De lokale overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

De bevoegde lokale overheden kunnen, in overleg met de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten, aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. De burgemeester overlegt hieromtrent met de gouverneur.

Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet de burgemeester of de gouverneur bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. De burgemeester informeert de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten onmiddellijk over de aanvullende maatregelen, genomen op gemeentelijk niveau. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.

De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie.

Artikel 27§2

De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.

Artikel 27§3

Naast de politiediensten vermeld in paragraaf 2 van dit artikel, hebben de statutaire en contractuele inspecteurs en controleurs van de dienst Inspectie van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als opdracht toe te zien op de naleving van de verplichtingen vermeld in de artikelen 5 tot en met 11 van dit besluit, en dit overeenkomstig de artikelen 11, 11bis, 16 en 19 van wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.

Artikel 27§4

Naast de politiediensten bedoeld in paragraaf 2, hebben de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie als opdracht toe te zien op de naleving van de artikelen 5, 7bis§1 en 7 bis§8.

Dit toezicht, met inbegrip van de opsporing en vaststelling van de inbreuken op de artikelen 5, 7bis§1 en 7 bis§8 bedoeld in artikel 26, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij toepassing kan worden gemaakt van de procedures bedoeld in de artikelen XV.31 en XV.61 van hetzelfde Wetboek.

Indien toepassing wordt gemaakt van de procedure bedoeld in artikel XV.61 van hetzelfde Wetboek, zijn het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de transactie bij inbreuken op de bepalingen van het Wetboek van economisch recht en zijn uitvoeringsbesluiten van toepassing.

Artikel 28

De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 30 september 2021.

Artikel 29

Bepalingen van een protocol of gids die minder strikt zijn dan de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten, onverminderd de toepassing van artikel 23, § 1.

Artikel 29bis

De minister van Binnenlandse Zaken kan, na gemotiveerd advies van de bevoegde ministers, de betrokken lokale overheden en de federale minister van Volksgezondheid, toelating geven om af te wijken van de regels van dit besluit gedurende proef- en pilootprojecten, met uitzondering van het maximum aantal personen bedoeld in artikel 15, § 5.

De organisatie van de proef- en pilootprojecten gebeurt overeenkomstig het protocol dat zal worden bepaald door de bevoegde ministers en de federale Minister van Volksgezondheid houdende een kader, kalender en stappenplan voor de organisatie van proef- en pilootprojecten, zowel binnen als buiten, overeenkomstig de afspraken in het Overlegcomité ter zake.

Artikel 30

Het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 32.

Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID–19 te beperken, begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit.”

Artikel 31

Dit besluit treedt in werking op 29 oktober 2020. De wijzigingen n.a.v. het MB van 23 juni 2021 (artikelen 1, 2, 5, 6, 7bis, 8, 9, 10, 13, 14, 14bis, 15, 15bis, 16, 19bis, 23, 25, 29bis en bijlage 1) treden in werking op 27 juni 2021, met uitzondering van art. 21, § 2 [] en bijlage 3 (inwerkingtreding bij publicatie) en art. 21, § 1bis, § 2 [zie voetnoten] en § 7 (inwerkingtreding vanaf 1 juli 2021).

Bijlage 1.

-

Bijlage 2.

-

Bijlage 3.

Lijst van essentiële reizen vanuit een derde land naar België toepasselijk op reizigers die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

Infolijn corona

Federale overheid
0800 14 689

Contact

Onthaal gemeentehuis
Gemeentehuis benedenverdieping
Boerenkrijglaan 61
2260 Westerlo
België
014 54 75 75
Gesloten
Gesloten
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
18:15 - 20:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15