Westerlo steunt Vredesgemeenschap San José de Apartadó

  • 11 mei 2021

Meer dan 40 organisaties, 11 Europese steden en gemeenten en internationale personaliteiten zoals Noam Chomsky eisen van het Grondwettelijk Hof van Colombia dat ze een vonnis tegen de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó nietig verklaart.

In 2006  sloot Westerlo een Bondgenootschap met de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó. Deze Colombiaanse gemeenschap staat onder constante bedreiging van paramilitairen en probeert haar bevolking van het gewapend conflict te vrijwaren. Een Vlaams netwerk zet bij Colombiaanse, Belgische en internationale autoriteiten druk om de mensenrechtensituatie van de families te verbeteren.

Colombia is een land waarin geweld gebruikt wordt als politiek wapen om de bevolking te onderwerpen. Dat wordt deze dagen duidelijk door de charges van politie en militairen tegen vreedzame manifestanten. De manifestanten protesteren tegen het beleid van de regering dat reeds tientallen doden nalieten. Maar het is dat niet alleen. De Colombiaanse Strijdkrachten maken gebruik van juridische trucs om hun aanklagers het zwijgen op te leggen.

Het Grondwettelijk Hof van Colombia heeft een vonnis geveld tegen de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó omdat die de 17de Brigade van het Colombiaanse Leger beschuldigd hebben van deel te nemen aan voortdurende schendingen van de mensenrechten. Samen met de paramilitairen is die brigade verantwoordelijk voor de moord op meer dan 300 van haar leden in haar 24 jaar geschiedenis. Medeplichtigheid is in de loop der jaren ook aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals Amnesty International, Human Rights Watch, de Verenigde Naties en het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten. De gemeenschap bestaat uit mannen en vrouwen die zich geëngageerd hebben om niet samen te werken met gewapende groepen, met inbegrip van het leger. 

Meer dan 40 organisaties, 11 Europese steden en gemeenten (Barcelona, Burgos, Fidenza, Laakdal, Narni, Nijlen, Padua, Rivas Vaciamadrid, Schilde, Valencia en Westerlo), universiteiten (Queen Mary, Valencia, …) en internationale personaliteiten zoals Noam Chomsky, David Kaye, rapporteur van de Verengde Naties over de vrijheid van opinie en uitdrukking, …) hebben amicus curiae en brieven gepresenteerd aan het Grondwettelijk Hof van Colombia. Daarin eisen ze de nietigverklaring van dit vonnis. De uitvoering van het vonnis zou immers verhinderen dat de slachtoffers zelf zouden aanklagen wat hen wordt aangedaan door de daders. Op dit moment debatteren magistraten van het Grondwettelijk Hof of ze het vonnis bevestigen of het nietig verklaren.

Het vonnis erkent de schending van de rechten op een goede naam en de eer van de leden van de 17de Brigade omdat er geen definitieve gerechtelijke veroordelingen zijn waarbij geüniformeerde leden van deze militaire eenheid betrokken zijn bij de aangeklaagde feiten, iets wat gebruikelijk is in een land met zo’n hoge graad van straffeloosheid. Het verplicht de gemeenschap echter niet tot rechtzetting omdat het begrijpelijk is dat ze achterdochtig blijft tegenover de 17de Brigade voor feiten uit het verleden, maar het spoort ze aan niet opnieuw aanklachten te doen zonder het vermoeden van onschuld te respecteren.  

Het vonnis waarop het verzoek tot nietigverklaring betrekking heeft, heeft nationale en internationale bezorgdheden opgewekt omwille van de moeilijke veiligheidsvoorwaarden die deze boerengemeenschap, die een erg hoge prijs betaalde voor de verdediging van haar recht om in vrede te leven, doormaakt en omdat het een duidelijke aanslag betekent tegen haar recht van vrije meningsuiting en tegen de plicht en het recht om de mensenrechten te verdedigen.  Bovendien als het niet vernietigd zou worden zou dat een erg negatief precedent scheppen voor alle slachtoffers of personen die schendingen ondergaan van hun mensenrechten vanwege leden van het Colombiaanse Leger. Als men de slachtoffers verbiedt de schendingen van de mensenrechten die ze ondergaan, zelfs zonder te kunnen beschikken over alle bewijzen, aan te klagen, dan zou er nooit actie ondernomen worden om te trachten de rechten op waarheid, rechtvaardigheid, reparatie en niet-herhaling tot stand te brengen.  

Volgens de commandant van de 17de Brigade zou de Vredesgemeenschap in sommige van haar publieke communiqués de reputatie en de eer, niet enkel van de commandant zelf, maar ook van heel het militair instituut schade hebben toegebracht. De communiqués van de Vredesgemeenschap op haar website zijn het enige kanaal waarover zij beschikt om aan de wereld bekend te maken wat er op haar grondgebied gebeurt. Historisch heeft de vredesgemeenschap dit medium aangewend om gebruik te maken van haar recht op de vrijheid van expressie. Door deze historische getuigenissen is het dat de internationale gemeenschap zich rekenschap gaf van ernstige misdaden die gepleegd werden, zoals van het bloedbad van 2005, waarbij 8 van haar leden werden vermoord door paramilitairen en soldaten van de 17de Brigade.

Er worden drie stukken toegevoegd die door internationale organisaties, Europese instellingen en personaliteiten gepresenteerd werden aan het Grondwettelijk Hof om nietigverklaring te vragen. 

pdf bestandComunidad Internacional Exige Anular Sentencia contra Comunidad de Paz.pdf (59 kB)