Samenstelling deontologische commissie
De deontologische commissie werd opgericht door de gemeenteraad op 23 juni 2025 en bestaat uit Kelly Verboven (cd&v Westerlo), Lynn De Wever (cd&v Westerlo), Bert Wellens (N-VA) en Frans De Cock (POSITIEF Westerlo) en Maurice Van Hemelen (cd&v Westerlo, voorzitter gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn. Plaatsvervangers zijn Guy Van Hirtum (cd&v Westerlo), Julie Heylen (cd&v Westerlo), Katrijn van Riet (N-VA) en Evelyne Rosier (POSITIEF Westerlo).
Deel 1 Inleiding
De deontologische code heeft als doel een positieve bijdrage te leveren aan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur. Deze code biedt enerzijds richtlijnen voor lokale mandatarissen om integer en eerlijk te handelen en om zuiver en zorgvuldig beslissingen te nemen. Op die manier kan dit bijdragen aan het vertrouwen van de inwoners in het lokaal bestuur en in haar bestuursorganen. De code bevat anderzijds ook de richtlijnen en regels rond de naleving en de handhaving van de deontologische code met inbegrip van de samenstelling, bevoegdheid en werking van de deontologische commissie.
De code steunt op de waarden dienstbaarheid, functionaliteit, onafhankelijkheid, openheid, vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid.
- Dienstbaarheid: het handelen van een mandataris is altijd gericht op het belang van de gemeente, het OCMW, en op dat van de inwoners en organisaties.
- Functionaliteit: het handelen van een mandataris heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult bij het bestuur.
- Onafhankelijkheid: het handelen van een mandataris wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid en onpartijdigheid, wat betekent dat er geen (schijn van) belangenvermenging optreedt.
- Openheid: het handelen van een mandataris is transparant, zodat verantwoording mogelijk is en controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de mandataris en zijn of haar beweegredenen.
- Vertrouwelijkheid: de mandataris wendt de informatie en kennis waarover hij of zij uit hoofde van zijn of haar functie beschikt enkel aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
- Zorgvuldigheid: een mandataris handelt op een manier waarop alle inwoners en organisaties op gelijke wijze en met respect worden behandeld waarbij de belangen van de betrokken partijen op correcte wijze worden afgewogen.
Naast bovenstaande waarden houden de lokale mandatarissen ook rekening met de externe en interne waarden van onze organisatie.
- Onze dienstverlening is warm, klantgericht en kwaliteitsvol.
- Onze waarden en normen binnen onze organisatiecultuur zijn klantgerichtheid, met eigenaarschap en fierheid en met respect, waardering en betrokkenheid
Onze visie op dienstverlening en op onze organisatiecultuur is uitgeschreven in een brochure die geraadpleegd kan worden op de webpagina visie op dienstverlening.
Toepassingsgebied
De deontologische code is van toepassing op alle zittende lokale mandatarissen.
Voor de gemeente zijn dat:
- de voorzitter van de gemeenteraad
- de gemeenteraadsleden
- de burgemeester
- de schepenen
Voor het OCMW zijn dat:
- de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn
- de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn
- de voorzitter van het vast bureau
- de leden van het vast bureau
- de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst
- de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst
Voor het AGB zijn dat:
- de voorzitter van de raad van bestuur
- de ondervoorzitter van de raad van bestuur
- de leden van de raad van bestuur
- de voorzitter van het directiecomité
- de leden van het directiecomité
Wetgeving
- decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
- burgerlijk wetboek van 21 maart 1804
- strafwetboek van 8 juni 1867
- besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris
- wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
- wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
- algemene verordening gegevensbescherming
Deel 2 Gedragsregels
Artikel 1 Voorkomen van (de schijn van) belangenvermenging en cliëntelisme
Een lokale mandataris staat in al zijn handelen, in het besluitvormingsproces en in het contact met burgers, steeds in dienst van het algemeen belang.
Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging (en de schijn ervan) tegen. Dit betekent dat:
- een lokale mandataris de (in de regelgeving bepaalde) met het ambt onverenigbare functies niet vervult en erover waakt geen verboden handelingen uit te voeren of verboden overeenkomsten aan te gaan;
- een lokale mandataris niet deelneemt aan een bespreking en stemming, noch probeert het proces van besluitvorming in een andere fase van de besluitvorming in zijn voordeel te beïnvloeden, wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt;
- een lokale mandataris bij contacten met de burger het algemeen belang vooropstelt en niet de schijn wekt dat door politieke tussenkomst particuliere belangen (kunnen) begunstigd worden (cliëntelisme).
Een lokale mandataris vervult de rol van aanspreekpunt en informatiebemiddelaar voor de burger steeds op neutrale basis, zonder persoonlijke bevoordeling van een of meerdere burgers in een dossier dan wel het wekken van de schijn daarvan.
Alle mandatarissen engageren zich tot het aanleveren, en up-to-date houden bij de algemeen directeur van alle betaalde en onbetaalde mandaten en bestuurlijke nevenfuncties en van de substantiële financiële belangen (bijvoorbeeld aandelen of opties) in een onderneming waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft.
De gemelde mandaten en substantiële financiële belangen zijn openbaar en liggen ter inzage. De algemeen directeur of een personeelslid dat daartoe door de algemeen directeur werd aangewezen, draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst van gemelde mandaten en belangen.
Artikel 2 Tegengaan van oneigenlijke beïnvloeding en de schijn ervan
Een lokale mandataris mag zijn invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door, noch aanbieden voor geld, goederen, diensten of andere gunsten die hem gegeven of beloofd werden.
Een lokale mandataris moet actief en uit zichzelf de schijn van beïnvloeding en partijdigheid tegengaan. De mandataris doet dit door:
- geen geschenken, diensten of andere voordelen te aanvaarden, behalve diegene die van een geringe geldwaarde zijn (zoals een bloemetje) en waarbij het beeld van beïnvloeding minimaal is;
- niet in te gaan op uitnodigingen betaald door anderen, behalve als deze direct relevant zijn voor de goede invulling van het ambt, functioneel zijn opgezet en van (relatief) beperkte waarde zijn. Bovendien houdt de mandataris rekening met de timing en context waarbinnen
de uitnodiging wordt gedaan, met het doel de schijn van beïnvloeding te minimaliseren
Het geven van geschenken aan, dan wel het uitnodigen van derden gebeurt nooit in eigen naam, maar altijd in naam van het lokaal bestuur. Daarbij zal men er steeds waakzaam voor zijn alle vormen van partijdigheid, bevoordeling en/of uitsluiting te vermijden.
Ter bevordering van de transparantie en het voorkomen van enige schijn van beïnvloeding spreken de mandatarissen onderling af dat:
- geschenken met een meer dan geringe geldwaarde die toch bij een mandataris in het bezit komen, worden gemeld aan de algemeen directeur. De mandataris meldt het hoe dan ook wanneer een geschenk op het thuisadres wordt afgeleverd. De algemeen directeur registreert de giften en geeft ze in alle transparantie een bestemming binnen het lokaal bestuur. Buitensporige geschenken worden alsnog teruggestuurd.
- uitnodigingen die bestemd zijn voor de gehele gemeenteraad, door de gemeenteraad worden beoordeeld. Het is de raad als geheel die de uitnodiging accepteert dan wel afwijst.
Artikel 3 Verantwoord gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur
Een lokale mandataris gebruikt de voorzieningen en eigendommen van het lokaal bestuur niet voor privédoeleinden.
Lokale mandatarissen gaan verantwoord en op een sobere wijze om met de publieke middelen en vergoedingen die tot hun beschikking staan.
De lokale mandatarissen die een laptop van het lokaal bestuur ter beschikking hebben gekregen, leven de afspraken van de afsprakennota over gebruik laptop na.
Artikel 4 Zorgvuldige omgang met informatie
De lokale mandataris bewaakt het geheime karakter en de vertrouwelijkheid van informatie. Dit betekent dat de mandataris:
- het beroepsgeheim eerbiedigt wanneer hij kennisneemt van geheime informatie
- zich gebonden weet door de geheimhoudingsplicht voor de feiten, meningen en overwegingen gedeeld tijdens een besloten vergadering
Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de wet de openbaarheid voorschrijft. Lokale mandatarissen gaan discreet en voorzichtig om met de informatie waartoe zij toegang hebben. Dit houdt onder andere in dat de mandataris:
- over (nog) niet openbare informatie niet communiceert
- feiten en omstandigheden ten aanzien van derden in de juiste context plaatst
Lokale mandatarissen gebruiken de informatie waartoe zij toegang hebben vanuit hun ambt nooit voor het eigen belang of voor het persoonlijke of zakelijke belang van derden.
Lokale mandatarissen zijn open en eerlijk over de redenen en inzichten op basis waarvan zij hun stem uitbrengen.
Voor de eenduidigheid en transparantie over informatieaanvraag, -ontvangst en - deling spreken de lokale mandatarissen af dat:
- communicatie die verband houdt met de concrete afhandeling van dossiers, steeds via hun officieel emailadres verloopt. Deze communicatie wordt ingeschreven in het register van het lokaal bestuur
- de beroepen op het inzagerecht door een mandataris steeds worden vermeld in een apart register, zodat het voor alle mandatarissen helder is welke informatie is gevraagd en is verleend
Artikel 5 Respectvolle omgang met anderen
Lokale mandatarissen gaan op respectvolle wijze om met elkaar, de algemeen directeur en andere personeelsleden, evenals met de burgers, in woord, gebaar en geschrift.
Lokale mandatarissen zaaien geen twijfel over elkaars integriteit. Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun streven naar het dienen van het algemeen belang vanuit hun ambt, rol en politieke kleur.
Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.
Een lokale mandataris staat op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers, zonder onderscheid van geslacht, geaardheid, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens.
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens of buiten vergaderingen gaan mandatarissen, mogelijk onder begeleiding, in eerste instantie het gesprek aan met elkaar.
Deel 3 Naleving en handhaving
Artikel 6 Het voorkomen van mogelijke schendingen
Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een eigen handeling een overtreding van de code zou kunnen zijn, moet dit bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Dit kan zijn binnen de eigen fractie, met een collega-mandataris, met de algemeen directeur of eventueel met een externe deskundige.
Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij die persoon, mogelijk met het advies om informatie in te winnen bij de algemeen directeur.
Artikel 7 Het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code
Wanneer een lokale mandataris eraan twijfelt of een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kaart de mandataris dit bij voorkeur aan bij de mandataris in kwestie. Indien er goede redenen zijn om dit niet te doen, dan zal de mandataris de kwestie voorleggen aan de algemeen directeur. Al dan niet na een gesprek met de algemeen directeur, kan de mandataris overgaan tot een formele melding bij de voorzitter van de deontologische commissie. Vanaf dit moment start het formele handhavingsproces onder mandaat van de deontologische commissie.
De volgende personen kunnen een melding van een schending van de deontologische code doen bij de deontologische commissie:
- alle lokale mandatarissen van het lokaal bestuur
- de algemeen directeur, indien de algemeen directeur zelf een vermoeden van een schending heeft, dan wel in naam van een personeelslid van het lokaal bestuur
Burgers, leveranciers en anderen die een klacht willen indienen, kunnen dit doen via de klachtenprocedure van het lokaal bestuur.
Artikel 8 Oprichting deontologische commissie
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op voor de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn. Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.
In de deontologische code worden de volgende zaken vastgelegd over de deontologische commissie.
Samenstelling
- Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt één per fractie en is gelijk aan het aantal fracties in de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn. Indien het aantal leden van de commissie oneven is, wordt er een bijkomend effectief lid toegevoegd namens de grootste fractie. De commissie wordt aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn, die wordt toegevoegd als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden zijn geen onderdeel van een fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.
- Bij aanmelding van meer dan één fractielid beslist de raad welk fractielid zal zetelen in de deontologische commissie.
- Iedere fractie draagt één of meer plaatsvervangers voor, in geval een lid van de commissie afwezig is of betrokken is bij een voorliggende zaak.
- Gaat het om een mogelijke schending van de code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een plaatsvervanger in de volgorde waarin ze door de fractie werden voorgedragen.
- Gaat het om een mogelijke schending van de code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform de procedure beschreven in art. 7, § 5, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur.
- De leden van de deontologische commissie zijn lokale mandatarissen uit het eigen lokaal bestuur. Alleen in het geval van een eenmansfractie kan deze fractie overgaan tot het selecteren van een mandataris van een andere fractie dan wel een niet-raadslid.
- Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn.
- De deontologische commissie kan externe expertise inroepen wanneer dit nodig wordt geacht. De inschatting of dit nodig is wordt bij de algemeen directeur gelegd, die hierin zelfstandig kan handelen.
- De algemeen directeur vervult de rol van secretaris in de deontologische commissie en voert onder mandaat van de commissie de ontvankelijkheidstoets en het vooronderzoek uit, mogelijk ondersteund door interne en/of externe specialisten.
- Wanneer de algemeen directeur zelf betrokken is bij een melding, dan wel om legitieme redenen geen rol kan spelen in het proces, zal deze worden vervangen door het daartoe aangewezen personeelslid. Het vooronderzoek kan indien noodzakelijk ook extern worden gevoerd.
Bevoegdheid
- Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan of op de toepassing van de code op een voorliggend vraagstuk.
- Het opmaken van een jaarlijks verslag ter voorbereiding op de evaluatie van de deontologische code door de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn. Het ontplooien van initiatieven en opleidingen ter sensibilisering op thema’s rondom integriteit, deontologie en de deontologische code.
- Het zelf uitvoeren, dan wel mandateren, van de voorgeschreven stappen in het proces, van melding tot en met afronding van een melding van een vermoeden van schending van de code.
- Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn over het vermoeden van een schending van deze code door een mandataris.
Werking
- De commissie vergadert minstens één keer per jaar.
- De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.
- De voorzitter roept de commissie in ieder geval bijeen wanneer dat nodig is.
- De commissie streeft naar unanimiteit in haar oordeel. Als dit niet mogelijk blijkt, zal er hoofdelijk worden gestemd. Een simpele meerderheid volstaat dan.
- De voorzitter van de commissie heeft geen stemrecht in de deontologische commissie, behalve wanneer de commissie gelijk verdeeld is in haar oordeel. Dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
- De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.
- Eventuele communicatie vanuit de deontologische commissie vindt altijd en alleen plaats via de voorzitter van de commissie.
Artikel 9 Ontvankelijkheidstoets
De deontologische commissie mandateert de algemeen directeur om een ontvankelijkheidstoets uit te voeren. De algemeen directeur kan daarin bijgestaan worden door interne en/of externe experten.
Om de ontvankelijkheid te onderzoeken zal altijd een gesprek plaatsvinden met de melder. Een melding is ontvankelijk wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- de melding betreft een individuele (zittende) lokale mandataris;
- het staat vast dat het gaat om een vermoedelijke schending van de deontologische code (en niet bijvoorbeeld om een schending binnen de privésfeer);
- de melding is voldoende betrouwbaar en concreet (er wordt gekeken naar de kwaliteit van de bron(nen) en de feitelijkheid van de melding);
- de melding is in alle redelijkheid onderzoekbaar en heeft onderzoek nodig (niet alle vermoedens zijn onderzoekbaar of vragen om onderzoek - denk aan een schending van artikel 5 (interpersoonlijke schendingen), waarbij geen getuigen van het voorval aanwezig zijn).
Iedere melding wordt vertrouwelijk behandeld. In deze fase is de naam van de melder en degene over wie de melding gaat slechts bekend bij de leden van de deontologische commissie en bij de eventueel door de algemeen directeur aangestelde experten.
Artikel 10 Ontvankelijkheidsadvies
De algemeen directeur formuleert een ontvankelijkheidsadvies en stuurt dit, inclusief de onderliggende stukken die deel uitmaken van het advies, aan de leden van de commissie ter beoordeling. Indien de leden van de deontologische commissie niet binnen de vijf werkdagen bezwaar maken op het advies, dan wordt het advies over de ontvankelijkheid formeel omgezet in een beslissing van de deontologische commissie, als uiteindelijk verantwoordelijke voor de beslissing. Indien één lid bezwaar aantekent tegen het advies van de algemeen directeur, zal de deontologische commissie bijeenkomen voor de bespreking en beoordeling van het advies.
Wanneer het advies luidt dat een melding ontvankelijk is, neemt de algemeen directeur de onderzoeksvraag op in het advies aan de deontologische commissie.
Wanneer een melding niet-ontvankelijk is, betekent dit meteen het einde van de formele procedure. De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd door de algemeen directeur, in naam van de deontologische commissie.
Een melder kan een melding ook zelf intrekken. Wanneer het om een interpersoonlijke schending gaat, betekent dit in principe het einde van de formele procedure. Bij een schending van de andere gedragsregels (bijvoorbeeld belangenvermenging) zal de formele procedure door blijven lopen. De melding is in dit geval niet gebonden aan degene die de melding doet.
Artikel 11 Vooronderzoek
Bij een ontvankelijke melding start de algemeen directeur, onder mandaat van de commissie, een vooronderzoek. De algemeen directeur kan zich hierbij door interne en/of externe experten bij laten staan.
De vermeende schender wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het vooronderzoek door de algemeen directeur, behalve wanneer de commissie acht dat dit het vooronderzoek kan schaden. De vermeende schender wordt erop gewezen dat deze zich tijdens het proces mag laten bijstaan door een raadspersoon naar keuze.
De commissie bepaalt waaruit het vooronderzoek zal bestaan. Het vooronderzoek bestaat in ieder geval uit:
- het in kaart brengen van de feitelijke situatie waarop de melding van toepassing is;
- het nagaan van de beschikbaarheid van relevante (administratieve en feitelijke) informatie;
- het nagaan van de relevante regelgeving;
- een gesprek met de vermeende schender, behalve wanneer dit het vooronderzoek kan schaden.
Artikel 12 Conceptadvies
De algemeen directeur brengt schriftelijk advies uit aan de deontologische commissie op basis van het vooronderzoek. Het conceptadvies wordt eerst ter lezing voorgelegd aan de voorzitter van de commissie. Vervolgens wordt het concept ter inzage voorgelegd aan de vermeende schender, zodat deze de kans heeft schriftelijke opmerkingen te formuleren bij het conceptadvies. Deze opmerkingen worden als bijlage toegevoegd aan het schriftelijk advies aan de commissie.
Het advies van de algemeen directeur, waarover de deontologische commissie beraadslaagt, beslaat in principe vijf mogelijke scenario’s waarop de commissie zich zal richten:
- Er zijn geen gronden gevonden voor een verder onderzoek of oordeel, of de melding betreft een dusdanige milde vorm van een schending dat ze afgedaan kan worden met het individueel aanspreken van de vermeende schender.
- De vermeende schender heeft de schending erkend, zodat verder onderzoek door de commissie niet nodig is. De commissie wordt geadviseerd het dossier formeel af te sluiten en te komen tot een inschatting van de ernst van de schending.
- Er zijn voldoende gronden om te spreken van een deontologische schending. De deontologische commissie wordt geadviseerd om tot een eigen toetsing van de schending te komen en een inschatting te maken van de ernst.
- Er zijn voldoende gronden om te spreken van een deontologische schending. Er is echter nood aan verder onderzoek. De commissie wordt geadviseerd over de onderzoeksvraag, wie het onderzoek zou moeten opstarten/uitvoeren (de Vlaamse Regering/de provinciegouverneur, Audit Vlaanderen, een integriteitsspecialist, …) en wat de termijnen zijn.
- Er is een gegrond vermoeden van een strafrechtelijk vervolgbaar feit. De deontologische commissie wordt geadviseerd een zelfstandige beslissing te nemen om de melding neer te leggen bij de politie/het parket.
Artikel 13 Vervolgstappen
De deontologische commissie oordeelt op basis van het advies van de algemeen directeur over de te nemen vervolgstappen.
De melder en de vermeende schender hebben het recht om in deze fase te worden gehoord door de deontologische commissie. Voor beiden geldt dat zij zich in deze kunnen laten bijstaan door een raadspersoon. Geen van de partijen is verplicht zich te laten horen.
De commissie kan in het kader van het vooronderzoek ook getuigen horen.
Na het bestuderen van het advies van de algemeen directeur en het horen van de betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn.
De wijze van communiceren vanuit de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn over de voorliggende zaak is onderdeel van het advies van de deontologische commissie.
Indien de deontologische commissie een schending heeft vastgesteld – omdat de schender deze heeft toegegeven of omdat ze uit het onderzoek is gebleken – dan neemt ze in haar advies ook de meest passende, proportionele vorm van afhandeling op, inclusief een beschrijving van de verzwarende en verzachtende omstandigheden bij het voorstel van afhandeling.
Er wordt een uitzondering gemaakt op deze regel wanneer:
- er eerst een vervolgonderzoek nodig wordt geacht. Dit vraagt om beoordeling van de rapportage op het vervolgonderzoek.
- er melding wordt gedaan bij de Vlaamse Regering/Audit Vlaanderen, dan wel wanneer er een politionele aangifte is gedaan. In dit geval informeert de commissie de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn over de genomen stap.
De commissie streeft in haar oordeel naar unanimiteit. Een simpele meerderheid van uitgebrachte stemmen volstaat om tot een oordeel te komen. Indien er evenveel stemmen voor als tegen een oordeel zijn, dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
Een lid van de commissie kan ervoor kiezen een afwijkend standpunt op te tekenen en, met het advies aan de gemeenteraad, mee te sturen.
Artikel 14 Het zich uitspreken over schendingen van de deontologische code
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn beoordeelt of een mandataris een schending heeft begaan. Hij doet dit op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie.
Als de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn beslist om af te wijken van het advies, dan moet de vermeende schender de kans krijgen om zich tijdens de besloten zitting van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn uit te spreken over de beslissing.
Wanneer de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat de deontologische code geschonden werd door een mandataris van de gemeente/OCMW, dan kan de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn:
- het gedrag van de mandataris uitdrukkelijk afkeuren;
- vragen dat de mandataris zich publiekelijk verontschuldigt;
- een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen bij kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de burgemeester, een schepen, de raadsvoorzitter of de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 15 Communicatie oordeel gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn
Via de gemeenteraadsvoorzitter/voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de burgemeester/voorzitter vast bureau communiceert de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn over haar oordeel en (indien mogelijk) de gronden daarvan. De deontologische commissie adviseert de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn voor haar communicatie.
Artikel 16 Evaluatie van de deontologische code
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn de deontologische code. De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt onder meer bekeken of de code nog actueel is, of ze nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.