Politiecodex

Herselt, Hulshout en Westerlo en politiezone Zuiderkempen hebben een uniform politiereglement voor de drie gemeenten: de politiecodex. Overtredingen worden bestraft met gemeentelijke administratieve sancties vanaf de leeftijd van 16 jaar. De gemeenteraad keurde de codex goed in januari 2011 en wijzigde hem in april 2012 en in december 2013.

Waarover gaat de politiecodex?

  • verkeer (artikel 1 tot 15)
    over parkeren in zones met beperkte parkeertijd, over parkeren in een blauwe zone, over bewonersparkeren, over parkeren op plaatsen met een parkeerbeperking in de tijd en over het parkeren van kampeerwagens
  • openbare rust (artikel 16 tot 76)
    over de organisatie van evenementen, evenementen in open lucht, tentfuiven en in besloten plaatsen, over geluidsoverlast overdag en 's nachts van openbare inrichtingen, toestellen die geluid produceren, voertuigen, grasmachines, hobbywerktuigen, toestellen voor recreatief gebruik, vogelschrikkanonnen, bouwmachines en laden en lossen, over het sluitingsuur, over wapens, over vuurwerk, over hinderlijk gedrag en over nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie
  • dieren (artikel 77 tot 97)
    over geluidsoverlast van dieren, over loslopende dieren, over de uitwerpselen van dieren, over schade door dieren, over schade aan dieren, over slachten, over vissen, over duiven en over geurhinder van dieren
  • inname en doorgang openbare weg (artikel 98 tot 176)
    over werkzaamheden op het openbaar domein, over de invloed op het openbaar domein van werkzaamheden buiten het openbaar domein, over het gebruik van containers en laadbakken, over de openbare veiligheid en de vlotte doorgang op het openbaar domein, over terrassen en schuttingen, over de uitstallingen van winkels, over reclameborden, verplaatsbare constructies en straatmeubilair, over blijvende en tijdelijke wegwijzers, over spandoeken en feestverlichting, over huisnummers, over verkeersborden, straatnaamborden, openbare verlichting aan de gevels van huizen, over het inzamelen, verkopen en uitdelen van drukwerk en producten op openbare plaatsen, over luifels, over sneeuw en ijs op de openbare weg, over schaatsen en over hinderlijke beplantingen en afsluitingen
  • reinheid (artikel 177 tot 389)
    over zwerfvuil, sluikstorten, de reinheid van de stoep, de goot en de riolering, over verkooppunten van drank en voeding, over het wassen en herstellen van voertuigen, over wildplassen, over het opslaan en gebruiken van goederen die geurhinder veroorzaken, over leegstaande, ongezonde en bouwvallige woningen, over het verbranden van afval, over wildplakken, over plakborden en infozuilen, over tijdelijke publiciteitsborden, over het verdelen van reclamedrukwerk, over het gebruik van wegbermen en grachten, over lichthinder, over de afvalophaling en het gebruik van het containerpark
  • zwaardere inbreuken (artikel 390 tot 397)
    over het vernielen van grafzerken, het omhakken van bomen, het vernietigen of verplaatsen van grensafsluitingen, over het beschadigen van eigendommen, voertuigen en afsluitingen, over lichte gewelddaden, over graffiti en over vermommingen
  • begraafplaatsen (artikel 398 tot 533)
    over de plichtplegingen die de begrafenis voorafgaan, over het vervoer van stoffelijke overschotten, over begravingen, bijzettingen en uitstrooiingen, over de ontruiming van graven en ontgravingen, over graftekens, onderhoud en planten op de begraafplaats en over orde op de begraafplaats
  • speelpleinen, parken en sportterreinen (artikel 534 tot 538)
     
  • bouwwerken met meldingsplicht (artikel 539)

Strafbepalingen

  • administratieve geldboetes tot 350 euro voor meerderjarigen
  • administratieve geldboetes tot 175 euro voor minderjarigen
  • intrekking of schorsing van een vergunning
  • sluiting van een inrichting

DEEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN

  • Minderjarigen
    De politiecodex is ook van toepassing op minderjarigen die de volle leeftijd van 16 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de feiten, zelfs wanneer deze persoon op het ogenblik van de feiten meerderjarig is geworden.
    Een procedure van ouderlijke betrokkenheid wordt voorzien, krachtens artikel 17 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
    De ambtenaar die belast is met het opleggen van de administratieve geldboetes krachtens artikel 21, §1, 1° van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wordt belast met de uitvoering daarvan.
  • Bemiddeling
    Een lokale bemiddeling wordt voorzien voor minderjarige en meerderjarige overtreders van de politiecodex, krachtens artikel 4, §2 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
    Een reglement inzake lokale bemiddeling wordt opgesteld.
    Dit reglement zal de procedures en nadere regels voor de uitvoering van de lokale bemiddeling voor minderjarigen (en meerderjarige) overtreders bevatten, krachtens artikel 18, §1 (en 12, §1, 1°) van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
    Na de goedkeuring van dit reglement door de gemeenteraad zal deze procedure in werking treden.
    De procedure van lokale bemiddeling zal uitgevoerd worden door de bemiddelaar in het kader van de Gemeentelijke Administratieve Sancties.
    De bemiddelaar treedt op in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Turnhout en de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone Geel-Laakdal-Meerhout, de politiezone Neteland, de politiezone Zuiderkempen en de politiezone Dessel-Balen-Mol, in het kader van het veiligheidsbeleid en de aanpak van de federale regering met betrekking tot de jeugdcriminaliteit.
  • Gemeenschapsdienst
    Een gemeenschapsdienst wordt voorzien voor minderjarige en meerderjarige overtreders van de politiecodex krachtens artikel 4, §2 en artikel 10 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Definities

  • Overlast
    De individuele, materiële gedragingen die het harmonieuze verloop van de menselijke activiteiten kunnen verstoren en de levenskwaliteit van de inwoners van een stad of gemeente, een wijk, een straat, kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt.
  • Berm
    De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijbaan begrepen is.
  • Voetpad
    Onder voetpad verstaat men de doorgaans ten opzichte van de rijbaan verhoogde of gelijkgrondse berm, die langs de rooilijn gelegen is en voor de voetgangers bestemd is.
  • Openbare weg
    De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijke grondgebied dat in hoofdorde bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is binnen de bij wetten, besluiten en reglementen bepaalde perken. Het omvat tevens, binnen dezelfde perken van wetten en verordeningen, de installaties voor het vervoer en de bedeling van goederen, energie en signalen.
  • Openbaar domein
    • de openbare weg, met inbegrip van de bermen, voetpaden, de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en pleinen die openstaan voor alle verkeer, hetzij voetgangersverkeer of ander verkeer 
    • de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.
  • Openbare plaats
    Onder openbare plaats verstaan we het openbaar domein, de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn.
  • Openbare inrichtingen
    Alle inrichtingen alsmede hun aanhorigheden, die, al dan niet tegen betaling, voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang tot bepaalde categorieën van personen beperkt, zoals danszalen, concertzalen, discotheken, privéclubs, winkels, restaurants, drankgelegenheden, met inbegrip van die welke in open lucht gelegen zijn
  • Evenementen
    Evenementen zijn festiviteiten zoals fuiven, optredens, feesten die iedereen kan bijwonen, al dan niet met betaling van een toegangsprijs ongeacht of de organisator toegangskaarten heeft verspreid op voorwaarde dat de kaarten worden uitgedeeld of verkocht aan eenieder die erom verzoekt en ook ongeacht of de deelname gekoppeld wordt aan een inschrijven op voorwaarde dat de inschrijving voor iedereen openstaat.
  • Privé-evenementen
    Privé-evenementen zijn festiviteiten waar de toegang afhankelijk is van de persoonlijke en individuele uitnodiging van de organisator en waar de toegang wordt gecontroleerd door een lijst van genodigden bij de ingang. Hoofdstuk 1 Evenementen van Deel 3 Openbare rust is niet van toepassing op privé-evenementen.
  • Evenementen in open lucht en tentfuiven
    Een evenement in open lucht is een evenement op het openbaar domein of in open erven die op de openbare weg uitgeven. 
  • Evenement in besloten plaats
    Een evenement in besloten plaats is een evenement dat plaatsvindt in een publiek toegankelijk gebouw en dit in tegenstelling tot een evenement in open lucht of een tentfuif.
  • Publiek toegankelijk gebouw
    Dit is een gebouw met een openbaar karakter toegankelijk voor iedereen, hetzij gratis, hetzij tegen aankoop van een toegangsticket,hetzij op vertoon van een uitnodiging wanneer zij niet stoelt op de persoonlijke of professionele band tussen de genodigde en degene die uitnodigt en wanneer iedereen op aanvraag een uitnodiging verkrijgt bv. cafés, dancings,zwembaden, fuifzalen,...
  • Huishoudelijke afvalstoffen
    Afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden, zoals gedefinieerd in artikel 4.1.1 van het VLAREMA.
  • Met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen (hierna vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen)
    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, hierna vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen genoemd, verstaan: bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen en die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding, zoals gedefinieerd in artikel 1.2.1 §2, 54° van het VLAREMA.
  • Nachtwinkel
    Iedere vestigingseenheid waarvan de netto verkoopoppervlakte niet groter dan 150 m² is, die geen andere activiteiten uitoefent dan de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikels en die op duidelijke en permanente manier de vermelding Nachtwinkel draagt.
  • Privaat bureau voor telecommunicatie
    Iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten.
  • Exploitant van het privaat bureau voor telecommunicatie of nachtwinkel
    De natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico het privaat bureau voor telecommunicatie of de nachtwinkel wordt uitgebaat.
  • Vestigingsvergunning
    Voorafgaande vergunning voor het vestigen van een nachtwinkel verleend door het college van burgemeester en schepenen zoals omschreven in het artikel 18 &1 van de Wet van 10 november 2006.
  • Uitbatingsvergunning
    Vergunning voor het uitbaten van een nachtwinkel verleend door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingvoorwaarden.

DEEL 2 VERKEER 

Hoofdstuk 1 Parkeren met beperkte parkeertijd

Artikel 1

Elke bestuurder die, op een werkdag of op de dagen vermeld op de signalisatie, een auto parkeert in een zone met beperkte parkeertijd, moet op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig een parkeerschijf aanbrengen, die overeenstemt met het model dat bepaald is door de Minister van Verkeerswezen. Het begin en het einde van die zone worden aangeduid door een verkeersbord waaraan de zonale geldigheid wordt gegeven bedoeld in artikel 65.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 en die het verkeersbord E9a, zoals aangeduid in artikel 70.2.1.3° van voornoemd koninklijk besluit en de parkeerschijf weergeeft.

Artikel 2

De bestuurder moet de pijl van de parkeerschijf op het streepje plaatsen dat volgt op het tijdstip van aankomst. Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, is het gebruik van de schijf voorgeschreven van 9 uur tot 18 uur op de werkdagen en voor een maximumduur van twee uren. Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.

Artikel 3

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft. Bovenvermelde bepalingen gelden niet op de plaatsen waar een van de verkeersborden E9a tot E9g, zoals aangeduid in artikel 70.2.1.3° van voornoemd koninklijk besluit, is aangebracht, tenzij deze aangevuld zijn met een onderbord waarop een parkeerschijf is afgebeeld. Bovenvermelde bepalingen gelden evenmin wanneer een bijzondere parkeerregeling voorzien is voor de personen die in het bezit zijn van een bewonerskaart en deze kaart op de binnenkant van de voorruit is aangebracht of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De bewonerskaart vervangt de parkeerschijf.

Openbare weg met blauwe zone reglementering

Artikel 4

Buiten een zone met beperkte parkeertijd, gelden bovenvermelde bepalingen ook op alle plaatsen voorzien van een verkeersbord E5 of E7 of E9a tot en met E9i (artikel 70.1.2.2° en 70.1.2.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975), indien dit verkeersbord is aangevuld met een onderbord waarop een parkeerschijf is afgebeeld. 

Artikel 5§1

Wanneer een overtreding op artikel 1 tot en met 4 is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel. Wanneer een overtreding op deze artikels is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen. De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

Artikel 5§2

De beperkte parkeertijd zoals bepaald in artikel 1 tot en met 4 is niet van toepassing op de voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen en waarvan het inschrijvingsteken van dit voertuig leesbaar op die inrij is aangebracht.

Artikel 5§3

De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap wanneer de speciale kaart bedoeld in is aangebracht op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Met de speciale kaart bedoeld in wordt gelijkgesteld het document dat in een ander land door de bevoegde overheid van dat land afgeleverd wordt aan de personen met een handicap die voertuigen gebruiken, en waarop het symbool afgebeeld onder 70.2.1.3°.c) van het voornoemd KB voorkomt. De speciale kaart vervangt de parkeerschijf wanneer het gebruik daarvan verplicht is.

Hoofdstuk 2 Bewonersparkeren

Artikel 6

De parkeerplaatsen gesignaleerd overeenkomstig artikel 70.2.1.3°d van het koninklijk besluit van 1 december 1975, alsmede, in een woonerf of erf, deze waar de letter P en het woord bewoners zijn aangebracht, zijn voorbehouden voor voertuigen die gebruikt worden door de personen die in het bezit zijn van een bewonerskaart.

Artikel 7

Wanneer een overtreding op artikel 6 is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel. Wanneer een overtreding op deze artikels is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen. De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

Hoofdstuk 3 Beperking van parkeertijd voorzien op een opschrift

Artikel 8

De weggebruikers moeten de verkeersborden die de parkeerplaatsen signaleren overeenkomstig artikel 70.2.1.3° a,b,d,e,g van het koninklijk besluit van 1 december 1975, (verkeersborden die het parkeren toelaten of regelen) enkel wat betreft de beperking van de parkeertijd voorzien op een opschrift dat de maximumduur van het toegelaten of voorbehouden parkeren aanduidt in acht nemen wanneer deze regelmatig zijn naar de vorm, voldoende zichtbaar zijn en overeenkomstig de voorschriften van dit reglement zijn aangebracht.

Artikel 9

Wanneer een overtreding op artikel 8 is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel. Wanneer een overtreding op deze artikels is begaan met een voertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen. De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

Hoofdstuk 4 Beperking van het langdurig parkeren

Artikel 10, 11, 12 en 13

opgeheven

Hoofdstuk 5 Woonwagens en kamperen

Artikel 14

Het is verboden aan rondreizende, in kampeerwagens verblijvende personen, met hun kampeerwagens op de openbare weg van het grondgebied van de gemeente te blijven staan, zonder voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester. De burgemeester zal hun een toelating van verblijf van ten hoogste 24 uur verlenen en hun tevens de plaats van verblijf aanduiden. Uitzondering wordt gemaakt voor de kermisreizigers die in de gemeente verblijven ter gelegenheid van een door het gemeentebestuur toegelaten kermis. Gemelde kermisreizigers zullen voor het opstellen van hun wagens op de openbare wegen en plaatsen, zich nochtans moeten schikken.

Artikel 15

Het is verboden op het openbaar domein langer dan 24 uur achtereen te verblijven en/of te slapen in een tent of er te kamperen zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de burgemeester.

DEEL 3 OPENBARE RUST

Hoofdstuk 1 Evenementen

A. Algemene bepalingen

Artikel 16

Worden uitgesloten van dit hoofdstuk: kermissen, markten

Artikel 17

Behoudens een voorafgaande en schriftelijke toestemming van de burgemeester is elk evenement op de openbare weg of in open lucht, zowel georganiseerde als toevallige, verboden op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 18

Alle evenementen van aard om de openbare weg te belemmeren, de vrijheid of zekerheid van het verkeer te beletten, om de burgers op te ruien, onrust te doen ontstaan, de rust en de zekerheid van de inwoners te hinderen zijn verboden.

Artikel 19

De houder van de toelating bedoeld in artikel 17 is verplicht zich te houden aan de voorwaarden vervat in het toelatingsbesluit.

Artikel 20

Iedereen die zich bevindt op het openbaar domein of op een openbare plaats dient zich te schikken naar de bevelen van de politiediensten.

Artikel 21

Alle betogingen op het grondgebied van de gemeente waarvan het doel is eisen kracht bij te zetten of te doen gelden, aan privéwoningen van personen, waarvan de betogers vermoeden dat zij deze eisen kunnen inwilligen of de inwilliging ervan kunnen bewerkstellingen, zijn verboden.

Artikel 22

De persoonlijke afgifte van petities of eisenbundels aan privéwoningen van inwoners van de gemeente door een beperkte delegatie, kan enkel toegestaan worden op voorwaarde dat die bewoner aanwezig is én er bovendien in toestemt ze in ontvangst te nemen.

Artikel 23

De organisatoren van evenementen dienen volgende verplichtingen na te leven:

  • basiswet van 18 juli 1973 op de bestrijding van de geluidshinder
  • koninklijk besluit van 24 februari 1977 houdende de vaststelling van de geluidsnormen van elektronisch versterkte muziek in openbare en private inrichtingen
  • een telefonische bereikbaarheid wordt voorzien in de openbare gelegenheid
  • de noodtelefoonnummers dienen goed zichtbaar uitgehangen te worden
  • de uitgangen en nooduitgangen dienen steeds vrij te blijven
  • de maximum capaciteit van de openbare inrichting mag niet overschreden worden
  • de aanwezigheid van hinderlijke en/of gevaarlijke voorwerpen is niet toegestaan
  • het sluitingsuur dient toegepast te worden
  • een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid moet afgesloten worden
  • alle van kracht zijnde wetten, besluiten en reglementeringen.
  • meer in het bijzonder, zich houden aan de specifieke voorschriften die van toepassing zijn op de gebouwen waarin de activiteit wordt gehouden

B. Evenementen in open lucht/tentfuiven

Dit onderdeel B. van Hoofdstuk 1 Evenementen van Deel 3 Openbare Rust is niet van toepassing op privé-evenementen.

Artikel 24 Vergunningplicht

Behoudens een voorafgaande schriftelijke vergunning van de burgemeester is elke evenement in open lucht op het grondgebied van de gemeente verboden.

Artikel 25 Procedure

Deze vergunning dient door de organisator aangevraagd te worden aan de burgemeester minstens een maand voor de aanvang van het evenement. In uitzonderlijke omstandigheden kan de burgemeester afwijkingen toestaan op deze termijn.

De aanvraag zal minstens volgende gegevens vermelden

  • de volledige identiteit van de verantwoordelijke organisator en zijn vereniging
  • de wijze waarop het toezicht op het verloop van het evenement wordt georganiseerd: de inzet van voldoende middelen en mensen en met minstens 1 toezichthouder per schijf van tweehonderd verwachte bezoekers met een minimum van drie toezichthouders.
  • de identiteit en de gsm-nummers van de toezichthouders
  • de benaming van de activiteit
  • het adres van de plaats waar de activiteit zal doorgaan
  • de datum en het uur van aanvang, alsmede de verwachte duur van het evenement
  • het verwachte totaal aantal deelnemers (betalende en niet-betalende)
  • het doel van de activiteit
  • vermelding van het telefoon- of gsm-nummer waar de organisator kan gecontacteerd worden tijdens het evenement
  • de opgave van de capaciteit van de locatie waar het evenement zal doorgaan volgens de inlichtingen verkregen door de organisator
  • verklaring van de organisator waarin deze verklaart aan alle veiligheidsvereisten en -voorschriften te voldoen inzake het evenement.
  • indien er gebruik gemaakt wordt van elektronisch versterkte muziek, de identiteit van de DJ

Het dossier moet volledig zijn vooraleer de burgemeester een beslissing kan nemen. De burgemeester stelt de aanvrager zo spoedig mogelijk na de aanvraag in kennis van de toelating of van zijn gemotiveerde weigering. De burgemeester moet rekening houden met de eventueel in het verleden vastgestelde onregelmatigheden bij openbare vergaderingen ingericht door of onder verantwoordelijkheid van dezelfde organisator of verenigingen. Voor wielerwedstrijden, gemotoriseerde wedstrijden en voetbalwedstrijden gelden de geëigende reglementeringen.

Artikel 26 Bijzondere voorwaarden

De burgemeester kan bijkomende voorwaarden koppelen aan elke toelating in verband met de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid. Hij kan alle maatregelen uitvaardigen die hij noodzakelijk acht voor het behoud van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid dit zowel bij het verlenen van de toelating als op een later tijdstip. Deze maatregelen kunnen verband houden met een beperking van het aantal deelnemers, het verbod tot het dragen van kentekens, spandoeken, vlaggen, muziekinstrumenten, reisweg, duur, uurregeling, het inzetten van stewards en bewakingspersoneel, enz. of te verbieden van het evenement. Het opleggen van regelende maatregelen kan de gemeente in geen geval belasten of enige aansprakelijkheid in haar nadeel teweegbrengen.

C. Evenementen in besloten plaatsen

Dit onderdeel C. van Hoofdstuk 1 Evenementen van Deel 3 Openbare Rust is niet van toepassing op privé-evenementen.
Dit onderdeel C. van Hoofdstuk 1 Evenementen van Deel 3 Openbare Rust is niet van toepassing op evenementen waar geen elektronisch versterkte muziek geproduceerd worden
Dit onderdeel C. van Hoofdstuk 1 Evenementen van Deel 3 Openbare Rust is niet van toepassing voor de inrichtingen die onderworpen zijn aan de Vlarem-wetgeving.

Artikel 27 Meldingsplicht

Elk evenement in een besloten plaats waarbij elektronisch versterkte muziek geproduceerd wordt, dient schriftelijk te worden gemeld aan de burgemeester.

Artikel 28 Procedure

Deze melding moet door de organisatoren van het evenement minstens een maand op voorhand gebeuren. In uitzonderlijke omstandigheden kan de burgemeester afwijkingen toestaan op deze termijn.

De melding zal minstens volgende gegevens bevatten:

  • de volledige identiteit van de verantwoordelijke organisator en zijn vereniging
  • de wijze waarop het toezicht op het verloop van het evenement wordt georganiseerd
  • de benaming van de activiteit
  • het adres van de plaats waar de activiteit zal doorgaan
  • de datum en het uur van aanvang, alsmede de verwachte duur van het evenement
  • het verwachte totaal aantal deelnemers (betalende en niet-betalende)
  • het doel van de activiteit
  • vermelding van de het telefoon- of gsm nummer waar de organisator) kan gecontacteerd worden tijdens het evenement
  • de opgave van de capaciteit van de locatie waar het evenement zal doorgaan volgens de inlichtingen verkregen door de organisator
  • indien er toezichthouders aanwezig zijn, de identiteit van de toezichthouders en hun gsm-nummer
  • indien er gebruik gemaakt wordt van elektronisch versterkte muziek, de identiteit van de DJ

De burgemeester stelt de organisatoren zo spoedig mogelijk na de melding in kennis van de eventuele maatregelen in verband met de openbare orde, rust en veiligheid welke hij oplegt voor die activiteit op die plaats. Het opleggen van regelende maatregelen kan de gemeente in geen geval belasten of enige aansprakelijkheid in haar nadeel teweegbrengen.

Artikel 29

De uitbater van een zaal, al dan niet met bijbehorend terrein, die een zaal verhuurt al dan niet tegen betaling voor evenementen moet maandelijks vooraf een lijst met de gegevens van de huurder en de opgegeven reden van iedere huurder van de zaal aan de politie en de burgemeester overmaken.

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen geluidsoverlast

Onverminderd het KB van 24 februari 1977 en de Vlarem Wetgeving, gelden de hierna volgende bepalingen tot bestrijding van geluidsoverlast op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 30 Geluidsoverlast overdag

Iedereen is verplicht zich zodanig te gedragen dat anderen niet meer dan noodzakelijk door geluid gehinderd worden. Elk gerucht of rumoer bij dag (tussen 7 en 22 uur) is verboden, wanneer het zonder noodzaak wordt veroorzaakt of wanneer het te wijten is aan een gebrek aan voorzorg en de rust van de inwoners in het gedrang kan brengen.

Artikel 31 Geluidsoverlast ’s nachts

Het is verboden zich tussen 22 en 7 uur schuldig te maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord. Zoals bepaald in artikel 561,1 van het Strafwetboek. Dit is een gemengde inbreuk zoals bedoeld in artikel 119 bis §2 van de Nieuwe Gemeentewet.

Artikel 32 Niet-hinderlijk geluid

In beginsel wordt een geluid als niet-hinderlijk beschouwd wanneer dit het gevolg is van:

  • werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid indien deze overdag (tussen 7 en 22 uur) plaatsvinden
  • werken die overdag (tussen 7 en 22 uur) op werkdagen en zaterdagen aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen
  • werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen
  • spelende kinderen

Hoofdstuk 3 Specifieke bepalingen geluidsoverlast

Onverminderd het KB van 24 februari 1977 en de Vlaremwetgeving13, gelden de hierna volgende bepalingen tot bestrijding van geluidsoverlast op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 33 Openbare inrichtingen

Het is de uitbaters van openbare inrichtingen verboden zonder vergunning van de burgemeester om elektronisch versterkte muziek te produceren hoorbaar op een openbare plaats buiten de inrichting.

Artikel 34

In openbare inrichtingen, moet de muziek en/of zang ophouden om 1 uur. De burgemeester kan echter in geval van feesten, of in buitengewone omstandigheden dit uur bij algemene maatregel verschuiven voor alle lokalen of inrichtingen, ofwel een bijzondere machtiging afleveren ten gunste van een of meer uitbaters of organisatoren. In iedere geval moet de muziek en/of zang gedempt zijn vanaf 22 uur en van aard zijn de geburen niet te hinderen.

Artikel 35

Behoudens een bijzondere andersluidende schriftelijke toelating van de burgemeester zijn deze bepalingen niet van toepassing op:

  • De nachten van 24 op 25 december en van 31 december op 1 januari
  • De nachten die volgen op de door het gemeentebestuur erkende kermisdagen op de plaatsen waar de kermis doorgaat.

In ieder geval moet de muziek en/of zang gedempt zijn vanaf 22 uur en van dien aard de geburen niet te hinderen.

Artikel 36

De burgemeester kan de openbare inrichtingen laten ontruimen en sluiten als wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden kan storen.
Geluidsnormen en geluidsbegrenzer evenementen (niet van toepassing in Westerlo)

Artikel 37

Gebruik van toestellen die geluid produceren (niet van toepassing in Westerlo)

Artikel 38

Het is verboden op het openbaar domein en op openbare plaatsen in de open lucht radio’s, televisietoestellen, geluidswagens, luidsprekers en in het algemeen alle soorten ontvang- en zendtoestellen te laten functioneren, die hoorbaar zijn op meer dan 5 meter van de geluidsbron.

Artikel 39

Het gebruik van deze toestellen binnenshuis en op particuliere eigendom mag niet hoorbaar zijn op een openbare plaats.

Artikel 40

De burgemeester kan afwijkingen toestaan. De voorwaarden in de toelating dienen nageleefd te worden.

Artikel 41 Voertuigen

Onverminderd de bepalingen inzake geluidsoverlast opgenomen in de wegcode en de technische eisen inzake motorvoertuigen, motorfietsen en bromfietsen, mag geen enkel voertuig noch ander verkeersmiddel abnormaal lawaai veroorzaken, hetzij door een ongewone wijze van sturen, hetzij door onoordeelkundig gebruik van de remmen, hetzij door het wegnemen of veranderen van de voorgeschreven knaldempers en dit zowel op openbaar als op privaat terrein.

Artikel 42

Het is verboden elektronisch versterkte muziek in voertuigen te produceren die hoorbaar is buiten het voertuig. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 43

Het is verboden op de openbare weg, al dan niet van op een voertuig, geluid te verwekken (fluiten, bellen, klokken, muziek,…) met het doel de aandacht te trekken op de verkoop van een product, het verlenen van een dienst of het voeren van reclame of propaganda, tenzij hiervoor een schriftelijke toelating werd verkregen van de burgemeester en mits naleving van de volgende voorwaarden:

  • De uitzendingen mogen niet rustverstorend zijn.
  • Een gemiddelde minimumsnelheid van 10 km per uur aan te houden.
  • Tijdens de uitzendingen niet te parkeren, noch het verkeer van voertuigen, fietsers of voetgangers te hinderen.
  • Geen uitzendingen te geven in een straal van 200 meter rond markten, braderijen, openbare plechtigheden, openbare plaatsen waar reeds muziekuitzendingen zijn toegestaan, evenals van alle manifestaties met grote volkstoeloop, rustoorden, bejaardentehuizen, ziekenhuizen en andere verpleeginstellingen en scholen tijdens de lesuren.
  • Er mag niet worden rondgereden van 22 tot 7 uur

Afwijkingen kunnen worden toegestaan door de burgemeester.

Artikel 44§1 Grasmaaiers en andere hobbywerktuigen

Het gebruik in openlucht van houtzagen en grasmaaiers evenals van alle hobbygereedschappen aangedreven door ontploffings- of elektrische motoren is verboden tussen 22 en 7 uur.

In het kader van beheerswerken in kwetsbare gebieden is een voorafgaande vergunning van de burgemeester nodig om afwijkingen toe te staan.

Artikel 44§2 Niet van toepassing in Westerlo 

Artikel 45 Toestellen voor recreatief gebruik

Het is verboden met ontploffingsmotoren aangedreven speeltuigen en experimenteertuigen te gebruiken om er oefeningen, persoonlijke of groepsvermakelijkheden, wedstrijden of manifestaties mee te houden of te organiseren in de open lucht, op minder dan 200 meter van woonwijken, woonkernen of bewoonde huizen. Afwijkingen hierop kunnen door de burgemeester worden toegestaan. De voorwaarden in de toelating dienen nageleefd te worden. Dit verbod geldt niet op de vergunde terreinen waarop afzonderlijke reglementen van toepassing zijn.

Artikel 46 Vogelschrikkanonnen

Het gebruik van vogelschrikkanonnen of gelijkaardige tuigen is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester. Het is evenwel verboden vogelschrikkanonnen of gelijkaardige tuigen te gebruiken op minder dan 200 meter van een woning of openbare weg. Het is verboden deze toestellen te laten werken tussen 22 en 7 uur.

Artikel 47 Lawaai van bouwmachines

Behoudens vergunning van de burgemeester is het gebruik van bouwmachines of andere bouwwerktuigen die van aard zijn de rust van de inwoners te verstoren verboden op werkdagen tussen 22 en 7 uur, alsook op zon- en wettelijke feestdagen.

Artikel 48 Laden en lossen

Voor het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of andere voorwerpen die geluiden kunnen voortbrengen, zoals platen, bladen, staven, dozen, vaten of metalen recipiënten, gelden de volgende principes:

  • De voorwerpen moeten gedragen worden zonder ze te slepen en ze moeten op de grond geplaatst worden zonder ze te werpen.
  • Als de voorwerpen door hun afmetingen of hun gewicht niet gedragen kunnen worden, moeten ze uitgerust zijn met een voorziening waardoor ze geluidsarm verplaatst kunnen worden.
  • Er mogen geen verhuizingen plaatsvinden tussen 22 en 7 uur behoudens een schriftelijke toelating van de burgemeester. 

Hoofdstuk 4 Sluitingsuur

Onverminderd de dansgelegenheden die vallen onder de Vlarem wetgeving geldt het volgende:

Artikel 49

De openbare inrichtingen en evenementen moeten gesloten blijven van 1 tot 7 uur, behoudens een bijzondere andersluidende schriftelijke vergunning van de burgemeester.

Artikel 50

De vergunning bedoeld in vorig artikel wordt aan de uitbaters van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen verleend op hun eenvoudige aanvraag en na advies van de politie. Zij kan te allen tijde door de burgemeester ingetrokken worden. Is de toelating collectief, bijvoorbeeld voor een ganse wijk ter gelegenheid van een wijkkermis, dan moet deze tijdig aan het publiek bekend gemaakt worden door middel van aanplakking. Is de toelating individueel dan moet zij schriftelijk en vooraf ter hand gesteld worden aan de erdoor begunstigde uitbater van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen. Zij dienen deze toelating te tonen telkens hierom door een lid van een politiedienst gevraagd wordt. De voorwaarden van de vergunning dienen nageleefd te worden.

Artikel 51

Uitbaters van openbare inrichtingen en organisatoren van evenementen kunnen een aanvraag indienen tot afwijking op het sluitingsuur. Deze schriftelijke aanvraag dient minstens 1 maand voor de aanvang van het evenement aangevraagd te worden aan de burgemeester.

Artikel 52

De uitbater van de openbare inrichtingen en/of de organisator van evenementen is ertoe verplicht deze te doen ontruimen en te sluiten, het aanwezige publiek van hun kant deze te verlaten op de vastgestelde sluitingsuren. Deze bepaling is niet van toepassing op de gezinsleden of inwonende dienstboden van de uitbater, lokaalhouder of verantwoordelijke.

Artikel 53

Na het sluitingsuur mogen de uitbaters van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen geen verbruikers meer in hun openbare inrichtingen ontvangen of laten verblijven, noch eetwaren en/of dranken verstrekken.

Artikel 54

De uitbater van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen die zijn inrichting, niet tijdig heeft gesloten, is strafbaar met de in dit reglement voorziene straffen. Dit geldt eveneens voor ieder persoon die na het sluitingsuur in bedoelde lokalen of inrichtingen wordt aangetroffen en die niet behoort tot het gezin van de lokaalhouder, uitbater of aangestelde, dat zijn domicilie heeft op desbetreffende openbare inrichtingen.

Artikel 55

Wanneer verbruikers weigeren op het sluitingsuur de openbare inrichting en/of het evenement te verlaten, hoewel ze daartoe door de uitbater van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen werden aangezocht, dient deze laatste onverwijld de politiediensten te verwittigen.

Artikel 56

Behoudens een bijzondere andersluidende schriftelijke toelating van de burgemeester zijn deze bepalingen niet van toepassing op:

  • De nachten van 24 op 25 december en van 31 december op 1 januari
  • De nachten die volgen op de door het gemeentebestuur erkende kermisdagen op de plaatsen waar de kermis doorgaat

In ieder geval moet de muziek en/of zang gedempt zijn vanaf 22 uur en van dien aard de geburen niet te storen of te hinderen.

Artikel 57

Het is aan de uitbater van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen verboden zijn/haar inrichting op slot te draaien en het licht te doven zolang er zich een of meer verbruikers bevinden.

Artikel 58

Zowel 's nachts als overdag zijn de uitbaters van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen en inrichtingen ertoe gehouden aan de leden van een politiedienst op eerste verzoek toegang te verschaffen tot hun inrichting ten einde hun toe te laten eventuele overtredingen op te sporen en vast te stellen. Zij zijn in overtreding met dit reglement indien zij de toegang tot hun inrichting weigeren aan de politie of de deur gesloten houden om hun klanten de gelegenheid te geven te ontvluchten.

Artikel 59

De uitbaters van de openbare inrichtingen en/of de organisatoren van evenementen zijn verplicht de bepalingen van dit hoofdstuk steeds op een goed zichtbare plaats in hun openbare inrichting en/of op hun evenement uit te hangen, zodat de tekst duidelijk leesbaar is.

Hoofdstuk 5 Wapens en vuurwerk

Artikel 60 Wapens

Het is verboden op gelijke welke plaats vuurwapens af te vuren. Afwijkingen hierop kunnen door de burgemeester worden toegestaan. De voorwaarden van de toelating dienen worden nageleefd. Deze verbodsbepaling is niet van toepassing op de schietoefeningen die georganiseerd worden op officieel vergunde schietterreinen en in het kader van de jachtwetgeving.

Artikel 61 Vuurwerk en dergelijke

Het is verboden op gelijk welke plaats om het even welk vuurwerk, feestgeschut of kanonschoten af te steken of voetzoekers, thunderflashes, knalen rookbussen te laten ontploffen. Afwijkingen hierop kunnen door de burgemeester worden toegestaan. Aanvragen tot afwijkingen moeten minstens 14 dagen vooraf aangevraagd worden. De voorwaarden van de toelating moeten worden nageleefd. 

Hoofdstuk 6 Hinderlijke gedragingen

Artikel 62§1

Het is verboden personen de vlotte doorgang te belemmeren of hen op enigerlei wijze te intimideren.

Artikel 62§2

Het is verboden de hulpdiensten en de gemeentelijke toezichthouders ongewenst na te roepen bij de uitoefening van hun functie.

Artikel 63

Het is verboden om zonder noodzaak op deuren, ramen of afsluitingen of op eender welk deel van gebouwen te kloppen of de belinrichting te doen werken.

Artikel 64

Het is verboden voorwerpen op een onvoorzichtige wijze naar iemand te werpen, die kunnen belemmeren of bevuilen.

Artikel 65

Het is verboden stenen of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, tegen voertuigen, huizen, gebouwen en afsluitingen te werpen, of in tuinen en besloten erven van een ander.

Artikel 66

Het is verboden zonder toestemming aarde, graszoden, stenen of materialen van plaatsen die tot het openbaar domein behoren weg te nemen.

Artikel 67

Het is verboden op welke manier dan ook een concert, spektakel, evenement, sportieve of andere bijeenkomst die vermeld of vergund is, te verstoren.

Artikel 68§1

Het is verboden feitelijke gedragingen te stellen met als gevolg dat de persoon die deze gedragingen stelt bestuurlijk opgesloten kan worden in een politiecel, op grond van artikel 31, 2°, 3° en 4° van de wet op het politieambt of op grond van artikel 9ter van de drugwet van 24 februari 1921.

Uit artikel 31 van de wet op het politieambt. Bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie en onverminderd de bevoegdheden uitdrukkelijk toegekend bij wetten van bijzondere politie, kunnen de (politieambtenaren) in geval van volstrekte noodzaak overgaan tot de bestuurlijke aanhouding (1) van een persoon die hen hindert in het vervullen van hun opdracht het verkeer vrij te houden, (2) van een persoon die de openbare rust daadwerkelijk verstoort, (3) van een persoon, ten aanzien van wie er op grond van zijn gedragingen, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden zijn om te denken dat hij voorbereidingen treft om een misdrijf te plegen dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, met als doel hem te beletten een dergelijk misdrijf te plegen en (4) van een persoon die een misdrijf pleegt dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, teneinde dit misdrijf te doen ophouden. In de in het tweede lid van artikel 22 gepreciseerde gevallen kunnen de politieambtenaren overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van personen die de openbare rust verstoren en hen van de plaats van de samenscholing verwijderen. De vrijheidsbeneming mag nooit langer duren dan de tijd vereist door de omstandigheden die haar rechtvaardigen en mag in geen geval twaalf uur te boven gaan.

Uit artikel 9 ter van de drugwet. De persoon die, op een voor het publiek toegankelijke plaats, kennelijk onder invloed van verdovende of psychotrope stoffen wordt aangetroffen, kan, indien zijn aanwezigheid, hetzij voor een ander hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar veroorzaakt, onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, bestuurlijk worden aangehouden voor maximaal zes uur. Hij ontvangt, indien zijn toestand zulks vereist, de nodige geneeskundige zorg. De gerechtelijke autoriteiten worden hiervan in kennis gesteld. De politie informeert deze personen op het moment van hun vrijlating over de mogelijkheden inzake vrijwillige hulpverlening en deelt hen, zo mogelijk, de nodige adressen en contactpunten mee.

Artikel 68§2

Het is verboden feitelijke gedragingen te stellen in de zin van artikel 31, 2°, 3° en 4° van de wet op het politieambt of in de zin van artikel 9ter van de drugwet van 24 februari 1921 met als gevolg dat de politie kan beslissen om de persoon te begeleiden naar huis.

Artikel 69

Het is verboden een plaats- of toegangsverbod opgelegd door de burgemeester op basis van zijn bevoegdheid toegekend in de artikels 133 en 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet te negeren.

Artikel 70

Iedere bedrieglijke en/of nodeloze hulpoproep of ieder bedrieglijk gebruik van een praatpaal of signalisatietoestel dat bestemd is om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren is verboden.

Artikel 71§1

Onverminderd de in deze verordening voorziene maatregelen, kan de burgemeester, telkens wanneer de openbare gezondheid, veiligheid of rust in gevaar is, maatregelen bevelen om het gevaar te doen ophouden. Indien deze maatregelen niet worden uitgevoerd, kan de burgemeester van ambtswege en op kosten en risico van degene die in gebreke is gebleven, tot uitvoering laten overgaan. Het niet-naleven van het bevel van de burgemeester wordt bestraft met een administratieve geldboete van maximum 250 euro.

Artikel 71§2

Behoudens vergunning van de burgemeester is het gebruik van volgende voertuigen op buurtwegen verboden: quads, motoren voor motorcross en 4x4-terreinwagens. Als buurtweg wordt beschouwd een openbare, lokale weg die niet voor het algemene voertuigenverkeer werd ingericht en die in hoofdzaak bestemd is voor een of meerdere categorieën van langzaam verkeer, meer bepaald voetgangers, fietsers en/of ruiters. Als buurtwegen worden onder andere beschouwd voetwegen, veldwegen, aardewegen, jaagpaden, kerkwegels, bospaden,... Het verbod vermeld in lid 1 geldt niet voor het gebruik van voertuigen uitsluitend aangewend voor beroepsdoeleinden (bijvoorbeeld landbouw, krantenverkoop,..).

Hoofdstuk 7 Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie

Artikel 72

Het is verboden om:

  •   goederen te laden en/of te lossen aan nachtwinkels tussen 22 en 7 uur
  •   alcoholhoudende dranken te verbruiken in een nachtwinkel
  •   alcoholhoudende dranken boven 22 volumeprocent te verkopen
  •   tussen 22 en 7 uur in de nabije omgeving van nachtwinkels voertuigen, hun muziekinstallatie of hun toebehoren (bijvoorbeeld koelinstallaties) draaiende te houden terwijl het voertuig stilstaat

Artikel 73

De uitbater van een nachtwinkel of privaatbureau voor telecommunicatie is verplicht om degelijke en goed bereikbare vuilnisbakken in of bij zijn inrichting te plaatsen. Hij moet instaan voor het rein houden van deze vuilnisbakken, het ledigen en bergen ervan, alsook voor het reinigen van het terrein rond zijn inrichting, zijnde het privéterrein waarop de nachtwinkel is gevestigd alsook op de voorliggende openbare weg.

Artikel 74§1 Vestigingsvergunning

De vestiging van een nachtwinkel of een private bureau voor telecommunicatie is onderworpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen. Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen aan de hand van een daartoe voorzien aanvraagformulier.

Artikel 74§2

Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of een private bureau voor telecommunicatie weigeren indien het van mening is dat de openbare orde, veiligheid en rust in het gedrang komt.
Hiervoor kan het college van burgemeester en schepenen zich baseren op een advies van de politiediensten.

Artikel 74§3

Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of een private bureau voor telecommunicatie weigeren indien het aantal vestigingen van nachtwinkels de ruimtelijke draagkracht van de gemeente overschrijdt.

Artikel 75§1 Uitbatingsvergunning

Voor elke uitbating van een nachtwinkel of een private bureau voor telecommunicatie moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van een aanvraagformulier.

Artikel 75§2

Voor de nachtwinkels of de private bureaus voor telecommunicatie die worden opgericht na de inwerkingtreding van dit reglement, moet de uitbater in alle gevallen een vestigingsvergunning kunnen voorleggen, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot uitbatingsvergunning.

Artikel 75§3

Voor de nachtwinkels of de private bureaus voor telecommunicatie die bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement, moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van 3 maanden na de inwerkingtreding van dit reglement een uitbatingsvergunning aanvragen. De aanvraag geldt als tijdelijke uitbatingsvergunning tot de definitieve vergunning wordt verleend of geweigerd.

Artikel 75§4

De uitbatingsvergunning wordt verleend door de burgemeester en kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:

  • een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek naar de brandveiligheid uitgevoerd door de brandweerdienst die voor het grondgebied van de gemeente bevoegd is
  • een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard, ook die betrekking hebben op de instelling en de exploitant
  • een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de conformiteit van de instelling met de geldende stedenbouwkundige bepalingen, zowel op gemeentelijk niveau als op Vlaams en federaal niveau. Zo dient onder meer nagegaan te worden of de geldende regelgeving betreffende stedenbouw gerespecteerd wordt of de exploitant zijn zaak heeft ingeplant overeenkomstig de voorschriften in de stedenbouwkundige verordeningen, de gewestplannen, de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door dienst Ruimtelijke Ordening
  • een moraliteitsonderzoek: een onderzoek inzake de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in het KB van 3 april 1953 inzake de slijterijen van gegiste dranken. Bij de aanvraag dient een bewijs van goed gedrag en zeden te worden toegevoegd.
  • een onderzoek naar de hygiëne, meer bepaald het beschikken over een voedingsmiddelenvergunning
  • desgevallend onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief eventuele beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is.

Artikel 75§5

De uitbatingsvergunning wordt verleend aan de exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan dus niet overgedragen worden aan een andere exploitant, noch kan deze worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.

Artikel 75§6

De exploitant is verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de voorwaarden van dit reglement onmiddellijk te melden aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 75§7

De vergunning vervalt van rechtswege indien de exploitatie van de instelling, door dit reglement beoogd, voor een periode van minstens 6 maanden feitelijk is onderbroken.

Artikel 75§8

De burgemeester kan beslissen om bepaalde voorwaarden te koppelen aan de uitbatingsvergunning.

Artikel 75§9

De vergunning dient steeds op eerste aanvraag van een bevoegd controlerend ambtenaar te worden voorgelegd.

Artikel 75§10

De burgemeester kan de vergunning weigeren:

  • als de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt
  • als de exploitant recent een veroordeling heeft opgelopen wegens een inbreuk op de wet op het racisme of de xenofobie of/en tegen de drugswetgeving en / of een veroordeling heeft opgelopen wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten
  • indien de onderzoeken en criteria hiervoor vermeld negatief werden geadviseerd.

Artikel 76§1 

Overeenkomstig artikel 18§3 van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht, en dienstverlening kan de burgemeester de sluiting bevelen van de nachtwinkels die uitgebaat worden in overtreding van dit reglement.

Artikel 76§2

De burgemeester kan de uitbatingsvergunning ten allen tijde intrekken wanneer er inbreuk wordt gemaakt op de bepalingen van dit hoofdstuk.

Overgangsbepaling. Voor de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie die bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement, moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van dit reglement aan de bepalingen van dit hoofdstuk voldoen.

       DEEL 4 DIEREN

Hoofdstuk 1 Geluidsoverlast

Artikel 77

Dieren mogen geen abnormale geluidshinder veroorzaken voor de omwonenden door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of andere geluiden voortgebracht door een dier. De houders van dieren waarvan het geluid de rust van de omwonenden stoort, zijn strafbaar.

Hoofdstuk 2 Loslopende dieren

Artikel 78

Behoudens voor de houders van een jachtvergunning tijdens de jacht, dienen honden op openbare plaatsen te allen tijde aan de leiband gehouden te worden. Deze bepalingen gelden niet voor de door de gemeente speciaal voorziene plaatsen waar honden mogen loslopen.

Artikel 79

De eigenaars/houders van dieren zijn verplicht de afsluitingen waarbinnen de dieren gehouden worden voldoende te onderhouden en alle voorzorgen te nemen die beletten dat dieren ontsnappen.

Artikel 80

In geval van uitbraak van deze dieren kan de burgemeester op kosten en risico van de eigenaar, deze dieren laten verwijderen en onderbrengen in een gemeentelijk schuthok of een asiel, in afwachting dat de eigenaar/houder de nodige maatregelen heeft genomen om een nieuwe uitbraak te voorkomen.

Artikel 81

In de bebouwde kommen der gemeente en in de voor publiek toegankelijke gebouwen, moeten de dieren, inzonderheid honden, aan een leiband gehouden worden die niet langer mag zijn dan 1,50 meter.

Artikel 82

Het is de eigenaars/houders/begeleiders van honden die agressief zijn of geneigd zijn te bijten, verboden met deze dieren op het openbaar domein te komen indien deze honden niet voorzien zijn van een muilband.

Artikel 83

Met uitzondering van blinden of andere andersvaliden met hun geleidehond en van de honden van politiediensten en erkende bewakingsfirma’s is de toegang met dieren verboden tot

  • de zwembaden
  • de speelpleinen
  • de sportterreinen
  • de openbare gebouwen 

Hoofdstuk 3 Uitwerpselen

Artikel 84

De eigenaars/houders/begeleiders van honden en rijdieren moeten er voor zorgen dat deze dieren het openbaar domein niet bevuilen met hun uitwerpselen. De eigenaars/houders/begeleiders van honden en rijdieren zijn verplicht op al deze plaatsen de uitwerpselen van hun dier onmiddellijk te verwijderen.

Artikel 85

De eigenaars/houders/begeleiders van honden moeten in het bezit zijn van voldoende recipiënten om de uitwerpselen te verwijderen. De eigenaars/houders/begeleiders van honden moeten deze recipiënten op eerste verzoek van de politie tonen. Ze kunnen zakjes met uitwerpselen eventueel deponeren in speciale hondenpoepbakjes of in gewone straatvuilbakjes. Bij ontstentenis hiervan dient men de zakjes mee naar huis te nemen.

Artikel 86

Indien de eigenaars/houders/begeleiders van honden en rijdieren weigeren of nalaten de uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen, zal door de gemeente tot reiniging overgegaan worden en kunnen de kosten verhaald worden op de eigenaars/houders/begeleiders.

Hoofdstuk 4 Schade door en/of aan dieren

Artikel 87

Het is de eigenaars/houders/begeleiders verboden

  • kwaadaardige of woeste dieren, die onder hun bewaring staan, te laten rondzwerven.
  • hun honden aan te hitsen of niet terug te houden, wanneer deze voorbijgangers aanvallen of vervolgen, zelfs als er geen kwaad of schade uit volgt.
  • de dood of een zware verwonding van dieren of vee, aan een ander toebehorend, te veroorzaken door het laten rondzwerven van kwaadaardige of woeste dieren of door de snelheid, het slecht besturen of het overmatig laden, van voertuigen of dieren.
  • door onvoorzichtigheid of gebrek aan voorzorg onopzettelijk de dood of zware verwonding van dieren of vee, aan een ander toebehorend te veroorzaken door het werpen van harde lichamen of van om het even welke stoffen
  • onopzettelijk de dood of zware verwonding van dieren of vee, aan een ander toebehorend te veroorzaken door ouderdom, bouwvalligheid, gebrek aan herstelling of onderhoud van huizen of gebouwen of door een belemmering of uitgraving of enig ander werk op of nabij openbare wegen, zonder de voorgeschreven of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen of waarschuwingstekens.
  • de dood of een verwonding van dieren te veroorzaken door onvoorzichtig gedrag 

Hoofdstuk 5 Slachten

Artikel 88

Voor zover het vlees uitsluitend bestemd is om te voorzien in de behoeften van de eigenaar en zijn gezin is het slachten van gevogelte, klein gekweekt wild of konijnen, elders dan in het slachthuis toegelaten.

Artikel 89

Het is verboden schapen, geiten, varkens of groot wild te slachten, tenzij met schriftelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester.

Artikel 90

Het is verboden dode dieren, ook kleine huisdieren, of slachtafval van ten huize geslachte dieren zoals varkens en schapen naar het slachthuis te brengen.

Artikel 91

Dode dieren met uitzondering van huisdieren minder dan 10 kg en slachtafval van particulieren dienen verplicht door een erkende ophaler of het vilbeluik, verwijderd te worden, tegen een forfaitaire som per afhaling.

Artikel 92

Rituele slachtingen thuis zijn te allen tijde verboden.

Hoofdstuk 6 Visverbod

Artikel 93

Het is verboden te vissen zonder drager25 te zijn van een voorafgaandelijke vergunning van de burgemeester of zijn gemachtigde in de door het gemeentebestuur beheerde oppervlaktewateren van de openbare ruimte.

Hoofdstuk 7 Duiven

Artikel 94

Het is verboden alle soorten duiven, die niet aan prijskampen of opleidingsvluchten deelnemen, te laten uitvliegen tussen 7 en 18 uur op de dagen dat er prijskampen of opleidingsvluchten worden gehouden en dit van 1 maart tot en met de laatste zondag van oktober. 

Artikel 95

Ingeval van overmacht, slecht weder of andere omstandigheden, waarbij de vluchten niet op de voorziene dagen worden gehouden, geldt dit verbod voor de daaropvolgende dag en is de medekampende liefhebber verplicht dit kenbaar te maken.

Artikel 96

Elke daad of handeling die de duiven kan op- of afschrikken, of die de medekampende liefhebber schade kan toebrengen, is verboden.

Hoofdstuk 8 Geurhinder

Artikel 97

De houders van dieren zijn ertoe gehouden hun dieren zodanig te huisvesten en alle mogelijke maatregelen te nemen opdat de dieren geen geurhinder veroorzaken.

DEEL 5 INNAME EN DOORGANG OPENBAAR DOMEIN

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 98

Het is verboden buiten noodzaak of zonder toelating van de burgemeester enig deel van het openbaar domein te belemmeren, door er materialen, steigers of om het even welk andere voorwerpen achter te laten.

Artikel 99

Het is verboden voorwerpen op het openbaar domein neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val of op andere wijze kunnen schaden.

Artikel 100

Onverminderd de bepalingen in het bosdecreet van 13 juni 1990 en het veldwetboek van 7 oktober 1886, is het verboden opzettelijk schade aan te richten, aan planten en bomen in openbare parken, openbare plantsoenen, speel- en sportterreinen en bloembakken op het openbaar domein.

Hoofdstuk 2 Inname openbaar domein

Werkzaamheden op het openbaar domein

Artikel 101

Behoudens vergunning van de burgemeester is het uitdrukkelijk verboden werkzaamheden te starten op het openbaar domein van de gemeente, zowel aan de oppervlakte als onder de grond.

Artikel 102

De vergunning dient ten minste 14 dagen voor de aanvang van de werken aangevraagd te worden. Indien werkzaamheden niet beëindigd zijn binnen de vastgelegde termijn, kan een nieuwe vergunning verleend worden, eventueel met gewijzigde voorwaarden. Deze nieuwe vergunning dient minimaal 2 werkdagen vooraf aangevraagd te worden.

Artikel 103

De voorwaarden in de vergunning en de signalisatievoorwaarden dienen nageleefd te worden.

Artikel 104

Iedere persoon die werkzaamheden op het openbare domein uitvoert of laat uitvoeren, is ertoe gehouden die te herstellen in de staat waarin ze zich voor de uitvoering van de werkzaamheden bevond of in de staat die in de machtiging vermeld is. Als de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, kan de gemeente zich het recht voorbehouden dat te doen op kosten en op risico van de overtreder.

Artikel 105

De vergunninghouder moet rond de werf een afsluiting plaatsen die tijdens de werkzaamheden de gebruikers van het openbaar domein voldoende beschermt. Op het einde van de werkdag moet de bouwwerf afgesloten zijn.

Invloed op het openbaar domein van werkzaamheden buiten het openbaar domein

Artikel 106

Voor de toepassing van deze afdeling worden de werkzaamheden bedoeld die buiten het openbaar domein uitgevoerd worden en die het openbaar domein kunnen bevuilen of de veiligheid of de gemakkelijkheid van doorgang kunnen belemmeren.

Artikel 107

De burgemeester kan de nodige veiligheidsmaatregelen voorschrijven die moeten gevolgd worden.

Artikel 108

Werkzaamheden die stof of afval op het openbaar domein kunnen verspreiden mogen pas aangevat worden nadat er schermen aangebracht zijn.

Artikel 109

De bouwheer is verplicht de burgemeester minstens 24 uur voor het begin van de werkzaamheden op de hoogte te brengen van de aanvang.

Artikel 110

Indien het openbaar domein door de werkzaamheden wordt bevuild, moet de uitvoerder van de werken het openbaar domein onverwijld opnieuw schoonmaken.

Containers of laadbakken

Artikel 111

Op het openbaar domein is het verboden open of gesloten containers of laadbakken bedoeld voor transport met aangepaste vrachtwagen te plaatsen, zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van de burgemeester. De burgemeester kan de vergunning voor een bepaalde termijn verlenen.

Artikel 112

De aanvraag tot het plaatsen moet ingediend worden door de gebruiker, tenminste 7 werkdagen voor de plaatsing.

Openbare veiligheid en veilige en vlotte doorgang

Artikel 113

Het is verboden op het openbaar domein en op plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn, een activiteit uit te oefenen die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen.

Artikel 114

Het gebruik van niet-gemotoriseerde voortbewegingstoestellen zoals bijvoorbeeld rolschaatsen, skeelers, skateboards, steps is alleen toegestaan als de veiligheid van de voetgangers en de vlotte doorgang niet in het gedrang worden gebracht. Ze zijn verboden in openbare gebouwen en aanhorigheden zoals trappen. De bevoegde overheid kan het gebruik echter ook verbieden op de plaatsen die zij bepaalt.

Hoofdstuk 3 Private ingebruikname van het openbaar domein

Terrassen en schuttingen op het openbaar domein

Artikel 115

Behoudens vergunning van de burgemeester is het verboden terrassen en schuttingen in welke vorm dan ook op het openbaar domein te plaatsen.

Artikel 116

De terrassen en schuttingen mogen slechts die oppervlakte innemen bepaald in de vergunning, en ze moeten steeds voldoen aan de opgelegde normen.

Artikel 117

Tenzij anders bepaald in de vergunning, moeten de terrassen en schuttingen tegen de rooilijn geplaatst worden over een breedte die niet meer bedraagt dan de breedte van de handelszaak. Mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de bewoner(s) van het aanpalend pand, kan de vergunning hiertoe uitgebreid worden tijdens beperkte perioden bepaald door de burgemeester.

Artikel 118

De uitsprong over het voetpad of over de openbare weg wordt voor ieder geval afzonderlijk bepaald door de burgemeester in functie van de voetpad-, plein- of straatbreedte en de drukte van het voetgangersverkeer. Een vrije breedte van minimum 1,5 meter moet openblijven voor de voetgangers. In bijzondere gevallen kan de burgemeester afwijking verlenen van de maximum toegelaten breedte en van de uitsprong over de openbare weg.

Artikel 119

De terrassen en schuttingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.

Artikel 120

De terrassen en schuttingen die in strijd met de vergunning zijn geplaatst of die zonder de vereiste vergunning zijn geplaatst moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.

Artikel 121

Het terras mag niet boven een gasafsluiter aangebracht worden, tenzij die afsluiter bestendig bereikbaar en doeltreffend gesignaliseerd is. De vloer van het terras moet gemakkelijk weggenomen kunnen worden, teneinde bij de daaronder liggende aansluitingen en leidingen te kunnen komen. Hij moet openingen hebben, voorzien van roosters met mazen van maximum 1 vierkante centimeter, ter verluchting der ruimte onder het terras. Bovendien moet de onontbeerlijke verluchting van kelders, stookplaatsen, gasmeterlokalen met de buitenlucht verbonden blijven.

Artikel 122

De wanden van het terras mogen geen gevaarlijke uitsteeksels hebben. Het terras mag de zichtbaarheid van de rijbaan niet belemmeren.

Uitstalling koopwaar

Artikel 123

De uitbater van een handelszaak mag geen uitstalinrichtingen van koopwaar plaatsen op de openbare domein zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van de burgemeester.

Artikel 124

De uitstalinrichtingen mogen uitsluitend op het openbaar domein geplaatst worden overdag, op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is. Draagtoestellen mogen niet op het openbaar domein weg worden geplaatst of tegen de gevel bevestigd indien er geen waren op uitgestald zijn.

Artikel 125

De uitstalinrichtingen mogen slechts die oppervlakte innemen bepaald in de vergunning en ze moeten steeds voldoen aan de opgelegde voorwaarden bepaald in de vergunning.

Artikel 126

Tenzij anders bepaald in de vergunning, moeten de uitstalinrichtingen tegen de rooilijn geplaatst worden over een breedte die niet meer bedraagt dan de breedte van de bijbehorende handelszaak.

Artikel 127

De uitsprong over het voetpad of over de openbare weg wordt voor ieder geval afzonderlijk bepaald door de burgemeester in functie van de voetpad-, plein- of straatbreedte en de drukte van het voetgangersverkeer. De uitsprong mag nooit meer bedragen dan 1 meter en een vrije breedte van minimum 1,50 meter moet openblijven voor de voetgangers. De maximumhoogte van de uitstalinrichting met uitgestalde waar mag niet meer dan 1,20 meterbedragen. In bijzondere gevallen kan de burgemeester afwijking verlenen van de maximum toegelaten breedte, hoogte en van de uitsprong over de openbare weg.

Artikel 128

De uitstallingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.

Artikel 129

De uitstallingen die in strijd met de vergunning zijn geplaatst of die zonder de vereiste vergunning zijn geplaatst moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder. 

Reclames of opschriften op verplaatsbare constructies en ander straatmeubilair

Artikel 130

De uitbater van een handelszaak mag geen reclame of opschriften op verplaatsbare constructies en ander straatmeubilair plaatsen op het openbaar domein zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van de burgemeester.

Artikel 131

Ze mogen uitsluitend overdag geplaatst worden, op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is.

Artikel 132

Ze mogen slechts die oppervlakte innemen bepaald in de vergunning en ze moeten steeds voldoen aan de opgelegde voorwaarden bepaald in de vergunning.

Artikel 133

Tenzij anders bepaald in de vergunning, moeten ze tegen de rooilijn geplaatst worden over een breedte die niet meer bedraagt dan de breedte van de bijbehorende handelszaak.

Artikel 134

De uitsprong over het voetpad of over de openbare weg wordt voor ieder geval afzonderlijk bepaald door de burgemeester in functie van de voetpadplein- of straatbreedte en de drukte van het voetgangersverkeer. De uitsprong mag nooit meer bedragen dan 1 meter en een vrije breedte van minimum 1,50 meter moet openblijven voor de voetgangers. De maximumhoogte van de constructie/straatmeubilair mag niet meer dan 1,20 meterbedragen.

Artikel 135

Ze moeten zorgvuldig onderhouden worden. 

Artikel 136

Indien ze in strijd met de vergunning zijn geplaatst of zonder de vereiste vergunning geplaatst zijn moeten ze op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.

Blijvende bewegwijzering

Artikel 137

Het plaatsen van bewegwijzering voor eender welk doel is onderworpen aan een voorafgaandelijke vergunning van de burgemeester en de wegbeheerder.

Artikel 138

Alle kosten voor levering, plaatsing en onderhoud van de borden, palen, sokkels, bevestigingsmiddelen, alsook aanpassingen van bestaande signalisatiestellen, zijn volledig te dragen door de vergunninghouder. 

Artikel 139

De vergunning kan door de gemeente of wegbeheerder steeds ingetrokken worden of gewijzigd om redenen eigen aan het wegbeheer.

Artikel 140

Als de instelling van naam of adres verandert of ophoudt te bestaan, vervalt de vergunning en dienen de borden verwijderd door de vergunninghouder.

Artikel 141

De borden moeten voldoen aan de wettelijke normen.

Artikel 142

De plaatsing kan enkel uitgevoerd worden door de gemeente.

Tijdelijke bewegwijzering

Artikel 143

Het plaatsen van bewegwijzering van tijdelijke aard, voor eender welk doel, is onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van de burgemeester en de wegbeheerder.

Artikel 144

De bewegwijzering mag ten vroegste vijftien dagen voor de datum van de manifestatie of voor het doel dat zij wordt aangevraagd, geplaatst worden en dient ten laatste de derde dag erna te worden verwijderd.

Artikel 145

De vergunninghouder dient de bewegwijzering zelf te plaatsen en te verwijderen rekening houdende met andere vigerende reglementen.

Artikel 146

De aanvraag van de gemeentelijke vergunning dient minstens 2 weken op voorhand schriftelijk te gebeuren en gericht aan de burgemeester. De aanvraag dient minstens volgende gegevens te bevatten:

  • naam organisator/verantwoordelijke
  • datum en aard activiteit
  • volledig plan van route bewegwijzering

Deze vergunning wordt uitsluitend verleend uit het oogpunt van de gemeente en ontslaat de vergunninghouder niet van de verplichting van andere overheden alle andere vergunningen te bekomen die hij mocht nodig hebben.

Artikel 147

De gemeente kan in geen geval verantwoordelijk gesteld worden voor de schade aan borden of voor de schade aan derden, die voortspruiten uit de opstelling of opstellingswijze van de borden.

Artikel 148

Bij gebreke van een vergunning of indien de vergunninghouder de opgelegde voorwaarden overtreedt, kan ambtshalve de signalisatie verwijderd worden op kosten en risico van de overtreder.

Aanbrengen van spandoeken en feestverlichting

Artikel 149

Niemand mag een spandoek of feestverlichting aanbrengen boven de openbare weg, zonder voorafgaandelijk, schriftelijke vergunning van de burgemeester.

Artikel 150

Deze vergunning bepaalt de tijdsduur en de minimum hoogte. De minimum hoogte boven de rijbaan is 4,75 meter op alle andere plaatsen is deze 2,50 meter. Bij het aanbrengen van spandoeken of feestverlichting op een minimum hoogte van 2,50 meter, moet deze 0,50 meter van de rijbaan verwijderd blijven.

Artikel 151

De verankeringpunten moeten voldoende stevig zijn en de veiligheid in alle omstandigheden kunnen waarborgen.

Artikel 152

De gemeente kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor de schade aan spandoeken of verlichting of voor schade aan derden, die voortspruit uit het aanbrengen of de aanbrengingwijze van spandoeken of verlichting.

Artikel 153

Bij gebreke aan een vergunning of indien de vergunninghouder de opgelegde voorwaarden overtreedt, kan men ambtshalve de spandoeken en of verlichting verwijderen op kosten en risico van de overtreder.

Gebruik van gevels van gebouwen: huisnummers

Artikel 154

De burgemeester stelt de nummering van gebouwen en woningen vast en de wijzigingen hieraan.

Artikel 155

Het is verboden de nummers van woningen of gebouwen eigenmachtig toe te kennen, te wijzigen of te verwijderen.

Artikel 156

Kosten in hoofde van de inwoners, van welke aard ook, die voortspruiten uit wijzigingen of vernieuwingen van huisnummers worden door de gemeente niet ten laste genomen.

Artikel 157

De huurders en gebruikers - en bij ontbreken hiervan - de eigenaars van gebouwen en woningen, ongeacht hun aard of functie, zijn gehouden deze te nummeren.
De hiervoor genoemde personen zijn verplicht:

  • de nummering in stand te houden
  • de zichtbaarheid en de leesbaarheid ervan te vrijwaren in alle omstandigheden, wat impliceert dat geen enkel voorwerp of beplanting de zichtbaarheid van het nummer mag verminderen.

Artikel 158

Ieder gebouw of woning, bewoond of onbewoond, al dan niet bestemd voor huisvesting, wordt genummerd in Arabische cijfers. De bijgebouwen of aanhorigheden (garages, loodsen, werkplaatsen, enz.) worden als bijhorigheden van het hoofdgebouw beschouwd en worden niet genummerd. 

Artikel 159 Modaliteiten qua nummering in functie van de ligging van het gebouw of de woning

Basisprincipe
Het nummer dient aangebracht ter hoogte van de openbare weg en bij voorkeur op de brievenbus. Indien dit praktisch onmogelijk is, wordt het nummer op een andere drager zoals een omheining, een paaltje, enz. bevestigd. De zichtbaarheid van het nummer van op de openbare weg dient hierbij maximaal te worden nagestreefd: het nummer is bovendien steeds terug te vinden op een hoogte tussen 0,5 tot 1,5 meter.
Indien de voorgevel van het gebouw of de woning zich op minder dan 8 meter van het openbaar domein bevindt, kan het huisnummer evenwel ook op de voorgevel, op een hoogte tussen 1,5 tot 2 meter rechts naast de voornaamste toegangsdeur, worden aangebracht.

Artikel 160

De norm met betrekking tot de huisnummers als zodanig: De huisnummers moeten minimaal 10 x 15 centimeter groot zijn en dienen vervaardigd te zijn uit duurzaam materiaal. Kleur van de officiële nummers zwarte cijfers en indexen op een witte reflecterende achtergrond. Siernummers zijn toegelaten op voorwaarde dat ze duidelijk leesbaar zijn van op de openbare weg.

Artikel 161

In een huishoudelijk reglement betreffende de modaliteiten voor het toekennen van nummers aan huizen en gebouwen in de gemeente zullen de normen en criteria opgenomen in dit reglement, verder worden uitgewerkt in functie van een optimale en pragmatische toepassing ervan op het terrein.

Gebruik van gevels van gebouwen: Aanduidingen van openbaar nut, straatnaamborden, openbare verlichting of andere aanduidingen van openbaar belang

Artikel 162

De eigenaars, vruchtgebruikers, gebruikers, pachters of huurders van gebouwen zijn verplicht, zonder vergoeding, verkeerstekens, straatnaamborden, huisnummers, steunijzers en leidingen inzake openbaar nut en openbare veiligheid, te laten aanbrengen aan hun gevels door de openbare diensten. Het huisnummer dient steeds goed leesbaar te zijn vanaf de openbare weg.

Artikel 163

Het is verboden de straatnaamborden, huisnummers of elke andere aanduiding of voorwerp van openbaar belang te bedekken, weg te nemen, te veranderen of op enigerlei wijze te beschadigen of te vernietigen.

Inzamelen, verkopen, uitdelen van drukwerken of producten, op openbare plaatsen

Artikel 164

Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester op openbare plaatsen publiciteit of propaganda te voeren door middel van daartoe ingerichte voertuigen of door middel van draagbare borden en doeken.

Artikel 165

Het is verboden op openbare plaatsen inzamelingen te houden zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester.

Artikel 166

Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester producten, voorwerpen, drukwerken of diensten zonder winstoogmerk te koop aan te bieden.

Artikel 167

Het uitdelen van geschriften, drukwerken, pamfletten of voorwerpen aan voorbijgangers op openbare plaatsen, is verboden zonder vergezeld te zijn van een helper, belast met het oprapen van door het publiek in de omgeving weggeworpen exemplaren. Bij niet naleving zal het bestuur de nodige opruiming laten verrichten op kosten van de opdrachtgever en/of de verdeler en/of de helper.

Artikel 168

Het is tevens verboden folders of reclame te plaatsen of te laten plaatsen op geparkeerde voertuigen met uitzondering van politionele documenten en parkeerretributiedocumenten.

Artikel 169 Luifels

Voor luifels geldt een minimumhoogte van 2,20 meter over de ganse breedte en lengte tussen de luifels en de begane grond.

Hoofdstuk 4 Sneeuw of vrieskou

Artikel 170 Openbare weg en voetpaden

Het is verboden op de openbare weg:
  water of andere vloeistoffen uit te gieten of te laten vloeien bij vriesweer
  glijbanen aan te leggen
  sneeuw of ijs te storten dat afkomstig is van het sneeuw- of ijsvrij maken van privé-eigendom

Artikel 171

Bij sneeuwval of bij ijzelvorming moeten voetpaden vrijgemaakt of slipvrij gemaakt worden over tweederde van hun breedte, met een minimum van 1 meter en dit voor over de ganse lengte dat men met een al dan niet bebouwd perceel grenst aan het voetpad. Wie eigenaar is van de bedding van het voetpad speelt hierbij geen enkele rol. De sneeuw moet aan de rand van het trottoir opgehoopt worden en mag niet op de rijweg gegooid worden. De rioolkolken en straatgoten moeten vrij blijven.

Artikel 172

Diegene die zich dient te kwijten van de verplichting beschreven onder artikel 171 is in eerste instantie de feitelijke gebruiker of huurder van het perceel (al dan niet bebouwd) in kwestie. Bij afwezigheid van een huurder of feitelijke gebruiker is het vervolgens de eigenaar die de beschreven strook dient ijsvrij te maken en houden.

Artikel 173 Kanalen, waterbekkens en waterlopen

Het is verboden zich op het ijs van de waterlopen en stilstaande waters te begeven. Bij een voldoende ijsdikte kan de burgemeester, na technisch advies te hebben ingewonnen, een afwijking van dit verbod toestaan. De voorwaarden van de toelating dienen nageleefd te worden.

Hoofdstuk 5 Hinderlijke beplanting, afsluitingen en andere voorwerpen

Artikel 174

De gebruikers en bij ontstentenis de eigenaars van private eigendommen gelegen langs de openbare weg moeten ervoor zorgen dat bomen, hagen, beplantingen, afsluitingen en andere voorwerpen of voertuigen met geen enkel deel ervan:
  over de rijbaan (inclusief fietspad) hangen op minder dan 4,50 meter boven de grond
  over de gelijkgrondse berm of over het voetpad hangen op minder dan 2,50 meter boven de grond
  het zicht op de reglementair geplaatste verkeerstekens belemmeren
  enige belemmering betekenen voor de doeltreffendheid van de openbare verlichting of de leesbaarheid van de straatnaamborden.
  het verkeer kunnen hinderen
  het normale uitzicht op de openbare weg, in de nabijheid van bochten en kruispunten belemmeren
  een gevaar kunnen vormen voor gebruikers van de openbare weg of voor eenieder die zich van op een privé-eigendom of van op een openbare plaats op de openbare weg wil begeven.

Artikel 175

Aan kruispunten en aan de binnenzijde van een bocht mogen in het hierna bepaalde oppervlak geen aanplantingen, gewassen, constructies of afsluitingen voorkomen, hoger dan 80 centimeter ten opzichte van het dichtstbijzijnde oppervlak van de rijbaan. Door een strak gespannen koord met een lengte van 18 meter, waarvan de twee uiteinden de rand van de rijbaan volgen, door een binnenbocht of langs de hoek van een kruispunt te trekken, wordt door het verst van de rijbaan verwijderde gedeelte van deze koord een kromme gevormd. In het oppervlak dat gelegen is tussen deze kromme en de rijbaan, is deze maatregel van toepassing. Hoogstammige bomen vallen niet onder deze maatregel. Verkeerssignalisatie en constructies voor openbaar nut die binnen dit oppervlak staan, moeten zodanig worden geplaatst, dat zij het zicht van de weggebruikers zo weinig mogelijk belemmeren.

Artikel 176

Indien de eigenaars, huurders of gebruikers geen gevolg geven aan de bepalingen vervat in de artikels 174 en 175 zullen de nodige werken van ambtswege en op kosten van de eigenaars, huurders of gebruikers worden uitgevoerd, onverminderd de straffen door dit reglement bepaald.

DEEL 6 REINHEID

Hoofdstuk 1 Netheid op en rond het openbaar domein

Zwerfvuil, sluikstorten

Artikel 177 

Het is verboden zwerfvuil zoals (niet-limitatieve opsomming) sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels, andere verpakkingen, enz. op het openbaar domein en aanpalende plaatsen achter te laten. 

Artikel 178

Het is verboden afval achter te laten op het openbaar domein of op aanpalende plaatsen.

Artikel 179

Het is verboden huishoudelijk afval te deponeren in straatvuilbakjes. In deze straatvuilbakjes mag uitsluitend afval afkomstig van ter plekke geconsumeerde producten gedeponeerd worden.

Artikel 180

Het is verboden om huishoudelijk afval te deponeren in andermans vuilnisbakken of in eender welke bak of container die aan een ander toebehoort.

Artikel 181

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 177 tot en met 180 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Reinheid voetpad, goot, riool

Artikel 182

De bewoner of gebruiker is verplicht alle maatregelen te treffen om de reinheid van het voetpad palend aan de door hem bewoonde of gebruikte eigendom te garanderen, zonder evenwel de bestrating te beschadigen. In straten waar geen voetpad is aangelegd, dienen de hoger vermelde personen de reinheid te garanderen over een breedte van minimum 1,50 m gemeten vanaf de rooilijn.

Artikel 183

Bovendien dienen de straatgoot en het rioolrooster palend aan dit deel voetpad, rein gehouden te worden teneinde de waterafvoer op generlei wijze te belemmeren, er over wakend dat de aangetroffen stoffen niet in de riolering terecht komen doch reglementair verwijderd worden.

Zo is het verboden slijk, zand of vuilnis dat zich voor of nabij de woning bevindt op de straten, in de greppels of in de rioolputten te vegen. Het is tevens verboden via de rioolputten of -kolken producten of voorwerpen in de riolering te brengen die een verstopping kunnen veroorzaken of die schadelijk kunnen zijn voor de openbare gezondheid en het leefmilieu, zoals bijvoorbeeld vloeibare afvalstoffen, verven, vetten en derivaten van petroleum.

  • Bij appartementsgebouwen rust deze verplichting prioritair op de bewoner/gebruiker/eigenaar van de gelijkvloerse verdieping of op de gemeenschap van bewoners/gebruikers/eigenaars.
  • Bij leegstaande gebouwen rust deze verplichting op de eigenaar.
  • Bij onbebouwde percelen rust deze verplichting op de gebruiker/eigenaar van de grond.

Artikel 184

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 182 tot en met 183 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Verkooppunten drank en voeding

Artikel 185

Exploitanten van gelegenheden die waren verkopen bestemd om ter plaatse of in de onmiddellijke omgeving verbruikt te worden (onder andere frituren, fastfood, drankautomaten), zijn verplicht degelijke en goed bereikbare vuilnisbakken bij hun inrichting te plaatsen.

De exploitant moet instaan voor het rein houden van deze vuilnisbakken, het ledigen en bergen ervan, alsook voor het reinigen van het terrein rond zijn inrichting.

Artikel 186

De personen, die vanwege de bevoegde overheid een vergunning voor het verkopen van goederen op het openbaar domein hebben verkregen, moeten instaan voor de reinheid van en rond hun standplaats.

Artikel 187

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 185 tot en met 186 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Reinigen/onderhoud voertuigen

Artikel 188

Het reinigen van voertuigen op het openbaar domein dient te geschieden voor het gebouw waar de eigenaar of gebruiker van het voertuig woont of voor zijn garage indien deze mogelijkheid bestaat. De werkzaamheden mogen geen hinder opleveren voor de andere weggebruikers.

Artikel 189

Herstelling en onderhoud van en aan voertuigen op het openbaar domein zijn, behoudens overmacht, verboden.

Artikel 190

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 188 tot en met 189 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Wildplassen en dergelijke

Artikel 191

Wildplassen, braken of zich ontlasten op het openbaar domein, tegen gebouwen, woningen en hun aanhorigheden, vaste constructies of voertuigen is verboden.

Artikel 192

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op het artikel 191 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Opslaan en gebruik van stoffen die hinder veroorzaken (geurhinder)

Artikel 193

Het is verboden vuil, water, urine, keukenafval en in het algemeen alle stoffen te bewaren of op te hopen die van aard zijn geurhinder te veroorzaken of die van aard zijn ongedierte aan te trekken.

Artikel 194§1

Iedere eigenaar of huurder moet de wc’s, de vuilniskokers, alsook alle andere inrichtingen die daarmee verband houden, in volmaakte staat van zindelijkheid houden.

Artikel 194§2

Iedereen is ertoe gehouden zijn aalput, beerput en/of septische put op regelmatige basis te doen ruimen. Men is ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te treffen om bij het ruimen geurhinder te vermijden of zoveel mogelijk te beperken. Behoudens bij overmacht mag de ruiming niet gebeuren op zon- en wettelijke feestdagen.

Artikel 195

Indien men activiteiten uitvoert waarbij rook, stof, geuren, dampen, giftige of bijtende gassen vrijkomen die hinder kunnen veroorzaken, is men ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te treffen om de hinder te vermijden of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 196

In geval van ondergelopen kelders zijn de bewoners verplicht het water, modder en klei eruit te verwijderen.

Artikel 197

De eigenaars van een mest-, afval-, composthoop, compostvat e.d. zijn ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te nemen om geurhinder te vermijden.

Artikel 198

Schouwen en de luchtafvoeropening van dampkappen moet zodanig geplaatst worden dat de geurhinder voor buren tot een minimum wordt beperkt.

Artikel 199

Eenieder die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 193 tot en met 198 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot reiniging. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve verwijdering of reiniging op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Leegstaande woningen

Artikel 200

De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt.

Artikel 201

Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren te voorkomen.

Artikel 202

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op de artikels 200 tot en met 201 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot afsluiting. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot ambtshalve afsluiting op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon. 

Ongezonde en/of bouwvallige woningen

Artikel 203

Het is verboden na te laten of te weigeren gehoor te geven aan de aanmaning van de administratieve overheid om gebouwen die ongezonde en/of bouwvallig zijn, te saneren, te herstellen of te slopen.

Artikel 204

Degene die zich schuldig maakt aan inbreuken op het artikel 203 is bovendien gehouden om dadelijk over te gaan tot het nemen van de opgelegde nodige maatregelen tot bescherming van de openbare veiligheid. Bij gebreke hiervan kan de gemeente overgaan tot het nemen van deze maatregelen op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

Vuur en rook: sluikstoken

Artikel 205

Het is verboden huishoudelijk afval te verbranden.

Artikel 206

Het is wel toegelaten in open lucht de volgende stoffen te verbranden: 

  • de plantaardige afvalstoffen afkomstig van het onderhoud van tuinen, de ontbossing of ontginning van terreinen of van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden op voorwaarde dat de afstandsregels van het Veldwetboek en het Bosdecreet worden gerespecteerd.
  • de plantaardige afvalstoffen voortkomend uit het beheer van bossen ten gevolge van een beheersmaatregel, een fytosanitaire maatregel of voortkomend uit een wetenschappelijk experiment, steeds weliswaar in overeenstemming met de afstandsregels van het Bosdecreet 
  • de plantaardige afvalstoffen afkomstig van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of indien dit vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is op voorwaarde dat de afstandsregels van het Veldwetboek en het Bosdecreet worden gerespecteerd.
  • droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof maar dan alleen bij het gebruik van een barbecuetoestel of sfeerverwarmer.

Artikel 207

Het is mits toestemming van de burgemeester toegelaten in open lucht:

  • biomassa-afval te verbranden in natuurgebieden als beheermaatregel, wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of als fytosanitaire maatregel en op voorwaarde dat dit als uitzonderlijke beheermaatregel is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan.
  • droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen te verbranden in het kader van folkloristische evenementen mits de activiteit plaatsvindt met respect voor de afstandsregels zoals die werden bepaald in het Veldwetboek en het Bosdecreet.

Artikel 208

Onverminderd de bepalingen van Vlarem en van het artikel 89, 8° van het Veldwetboek, is het verboden hetzij in open lucht hetzij in een kachel of andere verbrandingsinrichting, stoffen te verbranden die een sterk prikkelende geur verspreiden.

Wildplakken

Artikel 209

Het is verboden opschriften, affiches, beeld- en fotografische voorstellingen, spandoeken, vlugschriften en plakbriefjes aan te brengen op de openbare weg, bomen,aanplantingen, plakborden, voor- en zijgevel, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken,monumenten en andere constructies langs de openbare weg of in de onmiddellijke nabijheid ervan. Dit verbod geldt niet mits vergunning van de burgemeester en mits naleving van de voorwaarden bepaald in de vergunning.

Artikel 210

Het is verboden reglementair aangebrachte affiches af te scheuren, onleesbaar te maken of te overplakken.

Het overplakken van andere aanplakbiljetten is verboden zolang de datum niet is verstreken van het feit van de aankondiging, of indien geen datum wordt vermeld, zolang zij hun belang niet verloren hebben.

Aanplakbrieven worden geacht hun belang verloren te hebben wanneer zij gedurende twee maanden uithangen of wanneer zij door weers- of andere omstandigheden beschadigd zijn in hun tekst of in hun voorstelling.

Artikel 211

Elke vergunningsplichtige affiche dient te bevatten: identiteit (naam, voornaam, adres en telefoon) van de verantwoordelijke uitgever.

Artikel 212

Alle aanplakkingen, van welke aard ook, die in overtreding met deze politiecodex werden aangebracht, zullen ambtshalve worden weggenomen.

Artikel 213

Tegen de aanplakkers, of bij ontstentenis ervan, tegen de verantwoordelijke uitgever van de affiches of de organisator van het evenement zal procesverbaal worden opgesteld. Betrokkenen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de kosten voor het reinigen en herstellen van de veroorzaakte schade tengevolge van wildplakken.

Plakborden

Artikel 214, 215 en 216

niet van toepassing in Westerlo

Artikel 217§1

Dit artikel is van toepassing op de bestaande infozuilen in Westerlo en zal ook van toepassing zijn op bijkomende infozuilen in de toekomst.

Artikel 217§2

De aanplakborden zijn enkel bedoeld voor Westelse verenigingen, nietgouvernementele organisaties, initiatieven van gemeentelijke diensten van Westerlo, grootschalige festivalorganisaties. De betonnen aanplakzuilen kunnen ook gebruikt worden door andere verenigingen, diensten of organisaties dan bepaald in artikel 217§2 lid 1.

Artikel 217§3

De organiserende vereniging geeft een of meerdere affiches ter goedkeuring aan de jeugddienst. Deze beoordeelt of de affiche voldoet aan de voorwaarden en geeft ter goedkeuring een sticker op een zichtbare plaats. Deze sticker bevat ook de periode dat de affiche niet overplakt mag worden.

De organiserende vereniging brengt deze affiches zelf aan op de infozuilen.

Slechts 1 affiche per zuilkant is toegelaten.

De affiches mogen slechts twee maanden voor een activiteit aangeplakt worden.

Het afstempelen van de affiches kan tot een week voor de activiteit gebeuren.

De affiches mogen niet in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden.

Op de affiches dient de volledige naam en adres van de verantwoordelijke uitgever te worden vermeld.

De affiches mogen maximum A2-formaat (60 x 42 centimeter) bedragen.

Bij niet-naleving van dit artikel dient dit gemeld te worden bij de bij de jeugddienst (via meldingsformulier) waarna de jeugddienst een eerste waarschuwing zal geven.

Artikel 217§4

Een eventuele inbreuk op bovenvernoemd artikel kan via het voorziene meldingsformulier gemeld worden bij de jeugddienst van de gemeente Westerlo. Hierop zal een 1e waarschuwing volgen. Deze waarschuwing zal schriftelijk bezorgd worden aan de verantwoordelijke. Bij een eventueel tweede inbreuk op bovenvernoemd artikel kan dit bestraft volgens de bepalingen van dit reglement.

Tijdelijke publiciteitsborden gemeentewegen

Artikel 218

Onverminderd de wetgeving op de Ruimtelijke Ordening is het verboden eigen publiciteitsborden of reclamepanelen te plaatsen op openbaar domein.

Behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de burgemeester, is het verboden publiciteitsborden of reclamepanelen te plaatsen op privaat domein en zichtbaar vanaf de openbare weg. De aanvraag tot het plaatsen van dergelijke borden of panelen moet minstens een maand op voorhand aangevraagd worden bij de burgemeester en dient minstens volgende gegevens te bevatten:

  •  naam organisator/verantwoordelijke
  •  datum en aard activiteit/publicatie
  •  plaats(en) van oprichting
  •  aantal
  •  vorm en grootte
  •  schriftelijke toelating van de eigenaar van de privégrond

De borden of panelen mogen ten vroegste vijf weken voor aanvang van de activiteit worden geplaatst en moeten ten laatste een week na de activiteit terug worden verwijderd. Door de plaatsing van de borden of panelen mag de verkeersveiligheid niet in het gedrang komen.

Vervoersondernemingen

Artikel 219

De vervoersondernemingen van goederen allerhande, die de openbare weg bevuilen, zijn verplicht na het vervoer, laden, ontladen of parkeren, het trottoir, de andere delen van de openbare weg of de goot te reinigen.

Reclamedrukwerk

Artikel 220

Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te verdelen voor 7 uur en na 22 uur. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of in brievenbussen met een sticker waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst zijn. Tegen de verdelers, of bij ontstentenis ervan, tegen de verantwoordelijke uitgever zal proces-verbaal worden opgesteld.

Wegbermen

Artikel 221

Het is voor iedereen verboden om een of meerdere objecten te plaatsen in of op wegbermen en straatgoten. 

Grachten

Artikel 222§1

Het is verboden in grachten iets te plaatsen, te gieten, te gooien of te laten lopen, waardoor de normale waterafvoer verhinderd of bezoedeld wordt.

Artikel 222§2

Het is verboden grachten op te vullen of te verleggen. De grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen door de overtreder onmiddellijk in hun oorspronkelijke staat hersteld worden. De grachten of gedeelten ervan mogen niet vervangen worden door buizen zonder voorafgaande schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen die de voorwaarden terzake bepaalt.

Artikel 222§3

Met het oog op de verdelging van ratten en ander ongedierte langs de boorden van de grachten en de waterlopen zijn de inwoners verplicht vrije doorgang te verlenen aan de personen, door de bevoegde gemeentelijke overheid met de verdelging belast. Zij dienen het plaatsen van de daartoe nodig geachte tuigen te dulden.

Artikel 222§4

Alle jaren voor 15 september zijn de eigenaars, vruchtgebruikers, huurders en andere bewoners gehouden de grachten te ruimen welke door hun gronden lopen om de afloop van het water te verzekeren. Zijn alleen uitgezonderd, de grachten langsheen de buurtwegen en de gemeentewegen, alsmede de waterlopen.

Artikel 222§5

Bij onstentenis van uitvoering door de boordeigenaars zal het werk ambtshalve en ten hunnen laste uitgevoerd worden. 

Lichthinder Algemene bepalingen

Artikel 223§1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden volgende definities:

  • lichtvervuiling
    verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door het overmatig en verspillend gebruik van kunstlicht
  • lichthinder
    de overlast die mens en dier ondervinden van kunstlicht. Dat kan gaan om een gevoel van onbehagen, regelrechte verblinding of verstoring van avondlijke en nachtelijke activiteiten
  • functionele lichtoverdracht
    lichtoverdracht die het doelgebied niet overschrijdt en zonder dewelke de uitbating van een inrichting niet mogelijk is of zonder dewelke de veiligheid van de personen in die inrichting in het gedrang zou komen
  • lichtreclame
    door middel van verlichte of lichtgevende boodschappen de aandacht vestigen op een product, een merknaam of de naam van een inrichting
  • klemtoonverlichting
    verlichting bedoeld om de aandacht te trekken of om het verlichte onderwerp te accentueren. Indien het verlichte onderwerp een product, een merknaam of de naam van een inrichting is, dan valt deze klemtoonverlichting onder de definitie van lichtreclame.
  • assimilatieverlichting
    verlichting in serres ter bevordering van de plantengroei, wordt zowel ’s nachts als overdag toegepast tot vele uren per etmaal.

Artikel 223§2

De burgemeester kan in uitzonderlijke omstandigheden afwijkingen toestaan op de bepalingen van dit hoofdstuk.

Artikel 224

Onverminderd van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen aangaande verlichten en verlichting moet men de nodige maatregelen nemen om lichthinder en lichtvervuiling te voorkomen.

Artikel 225

Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating van een inrichting en veiligheid van de aanwezige personen. Ze mag de normale intensiteit van de meest nabije straatverlichting niet overschrijden, behalve wanneer dit noodzakelijk is voor de uitbating.

Artikel 226

De verlichting wordt zo ontworpen dat in alle omstandigheden nietfunctionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt. De verlichting is uitsluitend gericht op de plaats waar het nodig is: het doelgebied. Al het licht dat vanaf het toestel buiten dit doelgebied terecht komt, moet afgeschermd worden. Horizontaal, schuin opwaarts of volledig opwaarts verlichten is verboden tenzij dit om technische of andere redenen niet anders mogelijk is. De verlichting werkt uitsluitend in de periode dat zij
functioneel is, daarbuiten is zij steeds gedoofd. 

Lichthinder Bijzondere bepalingen

Artikel 227 Verlichten van het luchtruim

Het is verboden in het luchtruim boven het grondgebied van de gemeente  gespreid licht, lichtbundels (laserlicht, gewoon kunstlicht, gebundelde lichtstralen …) of gelijkaardig licht voort te brengen of te projecteren, hetzij rechtstreeks, hetzij door weerkaatsing.

Artikel 228 Klemtoonverlichting

Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op het te verlichten doelgebied en moet, indien technisch mogelijk, neerwaarts gericht zijn. De hele gevel verlichten is verboden. Alle klemtoonverlichting moet gedoofd zijn van 24 uur tot 6 uur, of tegelijk met de straatverlichting indien deze vroeger wordt gedoofd, of na het einde van de uitbating indien dit later is dan 24 uur. Deze bepaling geldt niet voor monumenten.

Artikel 229 Lichtreclame

Alle lichtreclame moet gedoofd zijn van 24 uur tot 6 uur of tegelijk met de straatverlichting indien deze vroeger wordt gedoofd of na het einde van uitbating indien dit later is dan 24 uur. Aan en -uitgaande lichtreclames en lichtreclames voorzien van knipperlichten zijn verboden. Lichtreclames worden steeds van boven naar beneden verlicht. Deze bepaling geldt niet voor de hulpdiensten, dokters en apothekers van wacht.

Artikel 230 Verblinden en hinderen van wegverkeer

Het is verboden op de openbare weg reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen aan te brengen die de bestuurders hinderen of verblinden. Het is verboden om verlichting zo te plaatsen dat gebruikers van de openbare weg gehinderd of verblind worden.

Artikel 231 Terreinverlichting

Bij verlichting van oprit, parkeerplaats, tuin of deurportaal moet de particulier de nodige maatregelen nemen om lichthinder in de omgeving te voorkomen. Permanente verlichting dient gedoofd te worden van 24 uur tot 6 uur. Verlichting die slechts gedurende een korte tijd wordt ingeschakeld door middel van een bewegingsmelder of andere, dient niet uitgeschakeld te worden.

Bij verlichting van parkings, ingangsdeuren of procesinstallaties moet de uitbater van een inrichting de nodige maatregelen nemen om lichthinder in de omgeving te voorkomen. Permanente verlichting dient gedoofd te worden van 24 uur tot 6 uur of na einde van de uitbating. Verlichting die slechts gedurende een korte tijd wordt ingeschakeld door middel van een bewegingsmelder of andere, dient niet uitgeschakeld te worden. 

Artikel 232 Verlichten van sportterreinen

Bij verlichting van voetbalvelden, tennis- of golf- en andere sportterreinen mag enkel het doelgebied worden aangestraald. De verlichting dient gedoofd te worden na het beëindigen van de sportmanifestatie.

Artikel 233 Verlichten van serres

De eigenaars van serres dienen alle mogelijke maatregelen te nemen om lichthinder en lichtvervuiling veroorzaakt door assimilatieverlichting zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 234 Etalageverlichting

Etalageverlichting dient te worden gedoofd van 24 uur tot 6 uur.

Artikel 235 Binnenverlichting kantoorgebouwen

De binnenverlichting van kantoorgebouwen dient te worden gedoofd van 24 uur tot 6 uur op voorwaarde dat er op dat moment geen activiteit meer is.

Artikel 236 Feestverlichting

Het is verboden feestverlichting aan te brengen op de openbare weg zonder een voorafgaandelijk schriftelijke toelating van de burgemeester. 

Hoofdstuk 2 Inzameling huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen in Herselt

Artikels 237 tot 289

Niet van toepassing in Westerlo

Hoofdstuk 3 Inzameling huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen in Hulshout

Artikel 299 tot 355

Niet van toepassing in Westerlo 

Hoofdstuk 4 Inzameling huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen in Westerlo

Aanbieding van afvalstoffen

Artikel 356

De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen enkel aangeboden worden zoals voorzien in dit hoofdstuk. Indien blijkt dat afvalstoffen worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van dit hoofdstuk of dat de bij gemeentelijk belastingreglement op de ophaling en verwerking van afval voorgeschreven provisie bij het verstrijken van de betalingstermijn van de eerste herinnering niet werd betaald en het saldo onder nul euro staat, worden de afvalstoffen niet aanvaard. De aanbieder dient dezelfde dag nog de niet-aanvaarde afvalstoffen terug te nemen.

Artikel 357

Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen wordt uitgevoerd door de ophalers die toelating kregen afvalstoffen in te zamelen. Deze ophalers mogen de aanbieders wijzen op de foutieve aanbieding en de nodige richtlijnen verstrekken.

Artikel 358

De afvalstoffen mogen slechts op de dag voor de ophaling vanaf 18 uur buitengeplaatst worden.

Artikel 359

De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dienen middels de voorgeschreven recipiënten of wijze aangeboden te worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel waar de aanbieder gevestigd is, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De aanbieder die afgelegen van de openbare weg gevestigd is of die langs wegen, plaatsen of stegen gevestigd is die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, dienen de voorgeschreven recipiënten te plaatsen op de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg die wel toegankelijk is.

Artikel 360

De inwoners die de recipiënt of het grofvuil buitenzetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel uitspreiden van de inhoud ervan en staan zelf in voor het opruimen.

Artikel 361

Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel in de uitoefening van hun functie.

Artikel 362

De geledigde recipiënten dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg. 

Inzameling van huisvuil

Artikel 363

Deze subafdeling is, tenzij verder anders bepaald in dit hoofdstuk, van toepassing op de volgende inwoners van de gemeente, dewelke voor het DIFTAR-systeem kunnen worden opgedeeld in de volgende categorieën:

  •  elk gezin, bestaande uit een of meerdere natuurlijke personen ingeschreven in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister
  •  elk gezin, bestaande uit een of meerdere natuurlijke personen, dat op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister en dat ervoor geopteerd heeft in te stappen in het DIFTAR-systeem en bijgevolg geïnitialiseerd is als ophaalpunt van huisvuil en/of GFT en als dusdanig gekend is als afvalproducent gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.
  •  ieder natuurlijk persoon en rechtspersoon die als hoofd- en of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die ervoor geopteerd heeft in te stappen in het DIFTARsysteem en bijgevolg geïnitialiseerd is als ophaalpunt van met huisvuil en/of GFT vergelijkbaar bedrijfsafval en als dusdanig gekend is als afvalproducent, gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.
  •  verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, kerkfabrieken, parochiezalen, openbare en semiopenbare instellingen … die ervoor geopteerd hebben in te stappen in het DIFTAR-systeem en bijgevolg geïnitialiseerd zijn als ophaalpunt van huisvuil en/of GFT en als dusdanig gekend zijn als afvalproducent gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.

Artikel 364

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder huisvuil verstaan:

  •  alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/ of afvalstoffen ontstaan door een daarmee vergelijkbare bedrijfsactiviteit zowel naar hoeveelheid als naar samenstelling en die in een daartoe bestemd recipiënt kunnen worden aangeboden, met uitzondering van papier en karton, PMD, glas, KGA (klein gevaarlijk afval), GFT, snoeiafval, oude metalen, houtafval, herbruikbare goederen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

Artikel 365 Inzameling

Het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval worden minstens tweewekelijks huis aan huis opgehaald langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde tijdstippen.

Artikel 366

Het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval mogen niet worden meegegeven met het grofvuil of een inzameling andere dan deze van het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval. 

Artikel 367

Het is verboden voor de verwijdering van het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval met uitzondering van het grofvuil gebruik te maken van een containerpark.

Artikel 368

Het is verboden voor de verwijdering van het huisvuil gebruik te maken van andere dan door het college van burgemeester en schepenen aangestelde ophalers.

Artikel 369§1 Wijze van aanbieding

Het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval dienen gescheiden aangeboden te worden in een grijze container voorzien van een ingebouwde elektronische gegevensdrager van 40 liter, 120 liter, 240 liter of 1.100 liter toegekend per aansluitpunt overeenkomstig de toekenningregels zoals bepaald in het gemeentelijk belastingreglement op de ophaling en verwerking van afval.

De recipiënt dient zorgvuldig gesloten te worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

Artikel 369§2

Het gewicht van de aangeboden recipiënt mag niet groter zijn dan:

  •  15 kg voor een container van 40 liter
  •  50 kg voor een container van 120 liter
  •  80 kg voor een container van 240 liter
  •  200 kg voor een container van 1.100 liter

Artikel 369§3

Het huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval dienen aangeboden te worden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/ of gezondheid van de ophaler.

Artikel 370

Inwoners die occasioneel meer restafval wensen mee te geven met de huisaan-huisophaling kunnen per aansluitingspunt maximaal 3 maal per kalenderjaar een uitzondering aanvragen. De inwoner dient vooraf contact op te nemen met de DIFTAR-informatielijn op het nummer 0800-97 687.

De afvalzak van 60 liter moet in de grijze container voor restafval kunnen geplaatst worden. De afvalzak mag maximum 15 kg wegen.

Artikel 371§1 Gebruik van de huisvuilcontainer

De huisvuilcontainer wordt huis-aan-huis afgeleverd. Deze kan niet worden geweigerd. Deze paragraaf is enkel van toepassing op de gezinnen vermeld in artikel 363 punt 1.

Artikel 371§2

De huisvuilcontainer blijft eigendom van IOK-Afvalbeheer.

Artikel 371§3

De inwoners zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de huisvuilcontainer. Onder deugdelijk gebruik wordt begrepen dat de huisvuilcontainer uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval.

Artikel 371§4

In geval van schade of diefstal dient de inwoner ter kennisgeving onverwijld contact op te nemen met de DIFTAR-informatielijn op het nummer 0800-97 687 met het oog op de herstelling of de vervanging door een nieuwe huisvuilcontainer. De kosten van herstelling of vervanging kunnen verhaald worden op de inwoner, in geval van oneigenlijk gebruik. In geval van diefstal kan de inwoner gratis een nieuwe container ter beschikking krijgen op voorwaarde dat hij onverwijld een proces-verbaal laat opmaken. 

Artikel 371§5

De huisvuilcontainer dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de inwoner niet toegestaan om de huisvuilcontainer mee te nemen naar zijn nieuwe adres.

Artikel 371§6

Inwoners die ten gevolge van een verhuizing binnen of naar de gemeente geen beschikking hebben over een huisvuilcontainer kunnen bij de gemeente een huisvuilcontainer aanvragen.

Selectieve inzameling van glas

Artikel 372§1

Zuiver holglas mag enkel worden achtergelaten in de daartoe door het gemeentebestuur geplaatste glascontainers. Het holglas moet worden gescheiden in wit en gekleurd glas en in het daartoe bestemde deel van de glascontainer te worden gedeponeerd.

Artikel 372§2

Er mag enkel glas in de containers gedeponeerd worden tussen 7 en 20 uur. Er mag geen afval rond de glascontainers worden achtergelaten. De glazen voorwerpen moeten ontdaan zijn van afsluitdoppen, deksels, kurken en dergelijke, met uitzondering van papieren etiketten.

Artikel 372§3

Porselein, aardewerk, stenen kruiken, vuurvast glas, spiegels, lampen en kristal mogen niet in de glascontainer worden gedeponeerd 

Inzameling van textiel

Artikel 373

Textiel en/of herbruikbare kleding mogen enkel worden achtergelaten in de daartoe bestemde textiel- en of kledingcontainers volgens de specifieke voorschriften op de container vermeld. Er mag geen textiel, verpakkingen of ander afval rond die containers worden achtergelaten.

Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval

Artikel 374

Dit hoofdstuk is, tenzij verder anders bepaald in dit hoofdstuk, van toepassing op de volgende inwoners van de gemeente, dewelke voor het DIFTAR-systeem kunnen worden opgedeeld in de volgende categorieën:

  •  elk gezin, bestaande uit een of meerdere natuurlijke personen, ingeschreven in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister
  •  elk gezin, bestaande uit een of meerdere natuurlijke personen, dat op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister en dat ervoor geopteerd heeft in te stappen in het DIFTAR-systeem en bijgevolg geïnitialiseerd is als ophaalpunt van huisvuil en/of GFT en als dusdanig gekend is als afvalproducent gebruikmakend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.
  •  ieder natuurlijk persoon en rechtspersoon die als hoofden of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die ervoor geopteerd heeft in te stappen in het DIFTARsysteem en bijgevolg geïnitialiseerd is als ophaalpunt van met huisvuil en/of GFT vergelijkbaar bedrijfsafval en als dusdanig gekend is als afvalproducent, gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.
  •  verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, kerkfabrieken, openbare en semiopenbare instellingen, en die ervoor geopteerd hebben in te stappen in het DIFTAR-systeem en bijgevolg geïnitialiseerd zijn als ophaalpunt van huisvuil en/of GFT en als dusdanig gekend zijn als afvalproducent gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager.

Dit hoofdstuk is echter niet van toepassing op de inwoners van de gemeente die aan thuiscomposteren doen.

Artikel 375§1

Voor de toepassing van dit reglement wordt onder GFT verstaan: groente-, fruit- en tuinafval of organisch composteerbaar afval zoals aardappelschillen, loof en schillen van vruchten, groente- en tuinresten, doppen van noten, theebladeren en theezakjes, koffiedik en papieren koffiefilters, huishoudpapier, kleine hoeveelheden etensresten, snijbloemen en kamerplanten, versnipperd snoeihout, haagscheersel, gazonmaaisel, bladeren, stro, onkruid en resten uit groente- en siertuin en die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met het huishouden.

Artikel 375§2

Andere afvalstoffen zoals bijvoorbeeld timmerhout, grof ongesnipperd snoeihout, beenderen en dierlijk afval, wegwerpluiers, aarde, zand, saus, olie, vet, stof uit stofzuiger, as van open haard, houtskool, kunststof, ijzer, metaal, blik, kattenbakvulling e.d. worden niet als GFT en organischbiologisch vergelijkbaar bedrijfsafval beschouwd.

Artikel 376§1 Inzameling

Het GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval worden minstens tweewekelijks huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde tijdstippen.

Artikel 376§2

GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval mogen niet meegegeven worden met het huisvuil en de gemengde fractie van het bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval.

Artikel 376§3

Verontreinigd GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval worden niet aanvaard bij de selectieve inzameling.

Artikel 376§4

Het GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval dienen gescheiden aangeboden te worden in een groene container voorzien van een ingebouwde elektronische gegevensdrager van 40 liter, 120 liter of 1.100 liter toegekend per aansluitpunt overeenkomstig de toekenningsregels zoals bepaald in het gemeentelijk belastingreglement op de ophaling en verwerking van afval.

Artikel 376§5

Het gewicht van de aangeboden recipiënt mag niet groter zijn dan:

  •  15 kg voor een container van 40 liter
  •  50 kg voor een container van 120 liter
  •  200 kg voor een container van 1100 liter. 

Artikel 377§1 Gebruik van de GFT-container

De GFT-container blijft eigendom van de door de gemeente aangewezen ophaaldienst, zijnde IOK-Afvalbeheer en wordt slechts voor gebruik aan de inwoners ter beschikking gesteld voor de duur van de ophaling van het GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval.

Artikel 377§2

De inwoners zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de GFT-container. Onder deugdelijk gebruik wordt begrepen dat de GFT-container uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van GFT en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval.

Artikel 377§3

In geval van schade of diefstal dient de inwoner ter kennisgeving onverwijld contact op te nemen met de DIFTAR-infomatielijn op het nummer 0800 97 687 met het oog op de herstelling of de vervanging door een nieuwe huisvuilcontainer. De kosten van herstelling of vervanging kunnen verhaald worden op de inwoner, in geval van oneigenlijk gebruik. In geval van diefstal kan de inwoner gratis een nieuwe container ter beschikking krijgen op voorwaarde dat hij onverwijld een proces-verbaal laat opmaken.

Artikel 377§4

De GFT-container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de inwoner niet toegestaan om de GFT-container mee te nemen naar zijn nieuwe adres.

Artikel 377§5

Inwoners die ten gevolge van een verhuizing binnen of naar de gemeente geen beschikking hebben over een GFT-container kunnen bij de gemeente een GFT-container aanvragen.

Inzameling van grof vuil

Artikel 378 Definitie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder grof vuil verstaan: alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier, karton, glas, KGA, GFT, snoeihout, PMD, gemengde plastic, AEEA's (afgedankte elektrische en elektronische apparaten), bouw- en sloopafval, grond en ander selectief ingezamelde afvalstoffen.

Artikel 379§1 Inzameling

Het grof vuil wordt 12 maal per jaar opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen, maar enkel op afroep. De bewoners dienen hiervoor telefonisch contact te nemen met de DIFTARinformatielijn van IOK.

Het grof vuil wordt ook ingezameld op het containerpark.

Artikel 379§2

Het grof vuil mag niet worden meegegeven met het huisvuil of vergelijkbaar bedrijfsafval of een inzameling, andere dan deze van het grof vuil.

Artikel 379§3

Het is verboden voor de verwijdering van het grof vuil gebruik te maken van een andere dan door het college van burgemeester en schepenen
aangestelde ophalers. 

Artikel 379§4

Het grof vuil dient aangeboden te worden op een gemakkelijk hanteerbare wijze. Alle voorwerpen dienen aangeboden te worden dat ze geen gevaar opleveren voor de ophalers van de afvalstoffen.

Inzameling van PMD en Papier en Karton

Artikel 380§1 Inzameling

Papier en karton wordt 12 maal per jaar huis aan huis ingezameld. Het mag enkel op de dagen daartoe bepaald worden buitengeplaatst. Het dient samengebonden met natuurkoord of in een stevige kartonnen doos aangeboden te worden. Andere verpakkingen of recipiënten worden niet geledigd.

Artikel 380§2

Er moet te allen tijde voor gezorgd worden dat het papier niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers voldoende vlot op een nette manier kan opgehaald worden.

Artikel 380§3

De inzameling van de PMD gebeurt 24 maal per jaar en mag enkel aangeboden worden in de gestandaardiseerde en gemerkte blauwe zakken. De aangeboden PMD dient proper te zijn en mag volgende soorten bevatten: plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons.

Regen- en afvalwater

Artikel 381§1

In de gedeelten van de gemeente waar waterloopjes, grachten of een rioleringsnet bestaan, is het verboden regenwater komende van koeren, terrassen of daken, evenals afvalwater, ongeacht hun herkomst, op de openbare weg te laten lopen. De eigenaar, voor wiens bebouwde eigendom door de gemeente riolen zijn gelegd of zullen gelegd worden, is ertoe gehouden zijn eigendom aan het rioleringsnet te laten aansluiten op eenvoudig verzoek van de bevoegde gemeentelijke overheid.

Artikel 381§2

In de gedeelten van de gemeente waar geen rioleringsnet bestaat of waarvan de riolering niet uitmondt in de RWZI, moet iedere woning voorzien zijn van een septic-tank of put.

Artikel 381§3

Het is verboden in de afvoerleidingen voor regen- en afvalwater iets te plaatsen, te gieten, te gooien of te laten lopen waardoorze kunnen verstoppen.

Artikel 381§4

Elke lozing van industrieel en huishoudelijk afvalwater in de gemeenteriolen of in de openbare waterlopen moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaande machtiging van de bevoegde overheid, die de voorwaarden terzake bepaalt. 

Containerpark

Artikel 382 Openingsuren

  • dinsdag, zon- en feestdagen gesloten
  • maandag, woensdag, donderdag, 8.30-12 uur en 13 tot 16.10 uur
  • vrijdag 13 tot 16.10 uur
  • zaterdag 9 tot 15 uur

Buiten de openingsuren is het containerpark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.

Het containerpark is gelegen te Westerlo, Oevelse Dreef 35

Artikel 383 Doelstellingen

Het (inter)gemeentelijk containerpark staat in voor de gesorteerde inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen van de inwoners van Westerlo.

Artikel 384 Definities parkwachter en bezoeker

  • De parkwachter is de afgevaardigde van IOK Afvalbeheer die toezicht houdt op het containerpark.
  • De bezoeker is iedere persoon die afvalstoffen wil aanvoeren op het containerpark. Alle bezoekers dienen langs de ingang te komen.

Hebben toegang tot het containerpark: alle inwoners van de gemeente Westerlo, eigenaars van een tweede verblijf, zij die over een onroerend eigendom in de gemeente beschikken, alle bedrijven en zelfstandigen die hun exploitatie hebben in de gemeente Westerlo, op voorwaarde dat ze huisvuilbelasting betalen. Personen die in Westerlo een gebouw/grond in eigendom hebben of huren en Westelse verenigingen krijgen toegang tot het containerpark eventueel tegen een ander tarief.

Artikel 385 Toegangsprocedure

Iedere bezoeker dient de toegangsprocedure te volgen

  • Enkel met een (containerpark-)badge kan je toegang krijgen tot het containerpark.
  • De eerste badge is verkrijgbaar bij het onthaal van het gemeentehuis. De mogelijkheid bestaat om een tweede badge (bij verlies, diefstal of tweede voertuig) aan te vragen tegen betaling.
  • Het opladen van de badge kan op het containerpark via bancontact of bij het onthaal van het gemeentehuis. Indien gekozen wordt om contant te betalen, kan dit enkel op het onthaal van het gemeentehuis.
  • Het verkeersreglement is van toepassing op het containerpark.
  • Indien je niet-betalende fracties hebt, kan je deze lossen in de daarvoor bestemde containers op het niet-betalende gedeelte.
  • Als je betalende fracties hebt, positioneer je je voertuig op de weegbrug ‘in’ voor de slagboom.
  • De bezoeker mag zijn voertuig niet verlaten op de weegbrug.

Na controle van de badge zal de parkwachter bepalen welke fractie je aanlevert. De gesorteerde afvalstoffen worden gedeponeerd in de daartoe bestemde container. Elke container vermeldt duidelijk de aard van de afvalstoffen die erin gedeponeerd mogen worden. Bij twijfel zal de parkwachter de bezoeker bijstaan.

Na registratie en weging wordt er toelating gegeven om het betalende gedeelte van het containerpark op te rijden, bijgevolg zal de slagboom aan het einde van de weegbrug automatisch opengaan. Op aanwijzing van de parkwachter zal de bezoeker de afvalstoffen deponeren op de daarvoor voorziene plaatsen. Er mag slechts een fractie per weging gelost worden. Heb je nog een betalende fractie, dan dien je de cyclus opnieuw te volgen.

Opgelet! Bij de gelijktijdige aanlevering van meerdere betalende fracties, wordt het tarief van de duurste fractie toegepast op het totale gewicht.

Vermijd dit door slechts een betalende fractie per keer aan te bieden!

  • Na de betalende fractie gelost te hebben positioneer je je voertuig op de weegbrug ‘uit’. Na identificatie met je badge zal de uitweging gebeuren (tarragewicht wordt geregistreerd). Vervolgens zal het systeem het nettogewicht berekenen en het bijhorende te betalen bedrag.
  • Na alle betalende fracties gelost te hebben rijdt je naar de slagboom aan de uitgang betalend gedeelte. Na identificatie met je badge zal het systeem het overzicht van de geloste fracties en het bijhorende te betalen bedrag tonen. Na bevestiging van akkoord zal dit bedrag van je badge in mindering gebracht worden. Er zal een ticket geprint worden met daarop een aantal gegevens waaronder de aangeleverde fractie, het gewicht en het betaalde bedrag.
  • Indien het bedrag op je badge ontoereikend is zal ook hiervan melding gemaakt worden op je ticket. Het bedrag op je badge zal aangezuiverd moeten worden voor het volgende bezoek. 
  • Na betaling zal de slagboom automatisch opengaan en kan de bezoeker het containerpark verlaten.

Artikel 386 Aan te leveren afvalstoffen

Huishoudelijke afvalstoffen zijn afvalstoffen afkomstig van de normale werking van een huishouden.

Met huishoudelijk afval gelijkgesteld bedrijfsafval mag eveneens aan de van toepassing zijnde toegangsprocedure en de gangbare tarieven aangeleverd worden.

De volgende afvalstoffen van huishoudelijke oorsprong kunnen aangeleverd worden, rekening houdend met de voorwaarden en beperkingen opgelegd in de onderstaande hoofdstukken.

Artikel 386§1 Papier en karton:

  • Onder andere tijdschriften, kranten, brieven, oude boeken, reclamefolders, computerlistings, papieren en kartonnen verpakkingen.
  • Verboden: vuil of vet papier, papieren zakdoekjes, papieren tafellakens, keukenrolpapier, behangpapier, cementzakken, carbonpapier, aluminiumpapier, cellofaanpapier en zelfklevend papier. 

Artikel 386§2 PMD plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons:

  • Verplicht aanleveren in blauwe PMD-zak.
  • Flessen en flacons (eventueel platgedrukt en met hun dop) van: water en limonade, fruit- en groentesappen, melk, afwas- en onderhoudsproducten (vloeibaar of in poeder), wasproducten en wasverzachter, producten voor bad of douche, bleekmiddelen en gedistilleerd water.
  • Metalen verpakkingen: drankblikjes, conservenblikjes, schroefdoppen, kroonkurken en deksels van flessen en bokalen, dozen en bussen, spuitbussen van voedingsmiddelen en cosmetica, aluminium schoteltjes, schaaltjes en bakjes.
  • Drankkartons voor vloeibare producten (fruitsap, melk,...).
  • Verpakkingen volledig ledigen.
  • Verboden: plastic potjes en vlootjes, bidons van motorolie, verpakkingen van giftige of gevaarlijke producten (insecticiden, onkruidverdelger,...), plastic zakken, plastic film en folie, aluminiumfolie, spuitbussen van verf, oplosmiddelen, pesticiden of andere gevaarlijke producten.

Artikel 386§3 Bouwafval

  • Zuiver steenpuin: baksteen, snelbouwsteen
    Verboden: cementbetonproducten, asbestcement, cellenbeton, gyproc (gipsplaten), asfalt, cementzakken, betonplaten, pleister, porselein, aardewerk en keramiek.
  • Zuiver betonpuin
    Beton zonder ijzer
  • Asbesthoudend afval: in een container met dekzeil
    Golfplaten, dak- en gevelleien, bloembakken, onderdakplaten en vloerbekleding.
    Niet breken, stof vermijden
    Verboden: losse asbestvezels, asbestkoord, asbestvoegsel, asbestgips (isolatie), steenpuin, keramiek, porselein, aardewerk, cellenbeton (yton) en steenpuin.
  • Cellenbeton (yton), gyproc, gips, kalk, roofing met of zonder hout (max. 1,5 m lang) en argex (-korrels).
  • Steenpuin gemengd: vb. bakstenen met voegresten, porselein (onder andere wc-pot, lavabo), aardewerk, dakpannen en keramiek.
  • Asfalt
    Verboden: teerhoudend asfalt
  • Gewapend beton
  • PVC (uit de bouw)
    Onder andere buizen en hulpstukken (aan- en afvoer, elektriciteit), regenwaterafvoer (dakgoten), rioleringsbuizen, elektriciteitsbuizen, afdekprofielen, venster- en deurprofielen (zonder glas), rolluiken, wand- en plafondbekleding (planchetten), afdekprofielen en kabelgoten.
    Verboden: ramen en deuren (-profielen) met glas, kunststof gereedschap, kunststof speelgoed, bloempotten, tuinmeubelen, verpakkingsmateriaal, andere harde kunststof, flessen, kapstokken en soepele elektrische buizen (met voorgetrokken draad).

Artikel 386§4 Groenafval

  • Gazon, haagscheersel en bladeren (incl. eikels, kastanjes en noten)
    Gazon vers aanvoeren.
    Verboden: graszoden, keukenafval, etensresten, dierlijke mest, groenafval met verontreinigingen zoals stenen, aarde, plastic, beton, afvalhout, behandeld hout en rottend materiaal.
  • Snoeihout
    Verboden: boomstronken
    Tot 20 centimeter doorsnede
    • Snoeihout van coniferen
    • Snoeihout loofbomen
  • Boomstronken
    ontdaan van zand.

Artikel 386§5 Oude metalen: ontdaan van plastic, textiel

  • Ferrometalen: onder andere fietsen, kachels, metalen meubelen
  • Non-ferrometalen: onder andere aluminium, lood, zink, koper en inox.
  • Verboden: elektrische en elektronische apparaten

Artikel 386§6 Houtafval

  • Niet-herbruikbaar houtafval
    dwarsliggers (treinbielzen), hout behandeld met carbolineum, geïmpregneerd hout
  • Herbruikbaar houtafval
    ramen, tafels, keukenkasten, vezelplaat, geperste houtplaat, sloophout, timmerhout, balken, verpakkingskisten, paletten en deuren al dan niet geschilderd, gelijmd en gevernist en ontdaan van toebehoren zoals sloten, hengsels, glas, niet-houten bekleding of vulling en dergelijke.
    Verboden: geïmpregneerd houtafval, hout behandeld met carboline, ramen en deuren met glas en ander materiaal, snoeihout, boomstronken, vuil en rottend hout.

Artikel 386§7 Piepschuim (EPS)

  • enkel wit, zuiver, reukloos, vrij van metalen en andere materialen.
  • Verpakkingen van huishoudtoestellen, chips als opvulmiddel (geen schuimrubber), schaaltjes van droge en reukloze voedingsmiddelen en isolatiemateriaal in EPS: witte bouwplaten.
  • Verboden: isolatieschuim, polyurethaan (PU) en geëxtrudeerd polystyreen (XPS) te herkennen aan de afgeplatte vorm van de korrelstructuur, vervuilde piepschuim, andere kunststoffen en schuimrubber. 

Artikel 386§8 Klein gevaarlijk afval

  • Opgelet enkel afkomstig van huishoudens!
  • Verplicht afgeven aan de parkwachter
  • Onder andere gif- en bestrijdingsmiddelen, afwas- en schoonmaakproducten, zaklampen, autobatterijen, batterijen, cosmetica, TL-lampen, halogeenlampen, spaarlampen, chemicaliën, spuitbussen van verven, inkten, lijmen, harsen, pesticiden, zuren, basen, brandblusapparaten, minerale oliën, vetten, stoffen/ producten met kwik, ontvlambare solventen (ontvlekkers, beitsmiddelen en verdunners), resten van onbekende samenstelling, verpakkingen, insulinespuiten en pennaalden (enkel aanbieden in de voorgeschreven box).
  • Verboden: oude en vervallen geneesmiddelen (naar de apotheker), gloeilampen (restafval), radioactieve stoffen (NIRAS), gasflessen, explosieven, asbestafval, lege spuitbussen van voedingsmiddelen en cosmetica, vuurwapens en munitie (politie).

Artikel 386§9 Frituuroliën en -vetten

  • Verboden: minerale oliën en vetten

Artikel 386§10 Groot huisvuil

  • afvalstoffen die niet kunnen herbruikt en/of gerecycleerd worden en die te groot en/of te zwaar zijn voor de huisvuilzak.
  • Onder andere matrassen, behangpapier, cementzakken, isolatiemateriaal,...
  • Verboden: autobanden, motorbanden, vrachtwagenbanden, tractorbanden, restafval, GFT, PMD, flessen en bokalen, papier en karton, AEEA, KGA, gebroken TL-lampen (KGA), steenpuin, asbesthoudend afval, cellenbeton, bouw- en sloopafval, gyproc (gipsplaten), gips, kalk, agrex, roofing, dwarsliggers (treinbielzen), geïmpregneerd hout, hout behandeld met carbonlineum, herbruikbaar hout, PVC (enkel buizen en hulpstukken, dakgoten, venster- en deurprofielen zonder glas, rolluiken, wand- en plafondbekleding en kabelgoten), aardewerk, keramiek, porselein (lavabo, wc-pot), vlak glas, gelaagd glas, autoruiten, kabels (elektriciteit, staalkabel,…), niet-brandbaar isolatiemateriaal, bitumenhoudende producten, luiers en incontinentiemateriaal, krengen van dieren, landbouwfolie, metalen, videobanden en cassettes.

Artikel 386§11 Restplastiek

  • Verplicht aanleveren in de groene zak (zelfde zakken als deze voor de huisaan-huis inzameling).
  • Huishoudelijk plastiek afval (geen flessen en flacons): onder andere (boter)vlootjes, kuipjes, potjes, folies (rekfolie en krimpfolie), zakken, bloempotjes, draagtassen, bloempotjes, wegwerpbekers, -borden, emmers (zonder metalen hengsel),...
  • Verboden: grote stukken: maximum 1 meter, maximum 50 liter per stuk, geen kunststof verpakkingen van giftige of gevaarlijke producten (insecticiden, onkruidverdelger,...)
  • Verboden: landbouwfolie, folies van de verpakkingen van bouwmaterialen, rubber, schuimrubber, schoenen, kleding, textiel, plastic flessen, flacons, bussen, geplastificeerd papier, aluminiumfolie en golfplaten. 

Artikel 386§12 Glas

  • Hol glas: enkel uitgewassen flessen en bokalen
    Verboden: autoruiten, vlak glas zoals ruiten, spiegels, gewapend glas, gloeilampen, TL-lampen, deksels, kurken, plastieken omhulsels van flessen, keramiek en porselein.
  • Vlak glas
    vlak glas zonder kader: enkel glas ongeacht de kleur: gewapend glas (draadglas), vensterglas, serreglas, spiegelglas, dubbel glas (zonder kader), opaal glas en gecoat glas.
    • Vlak glas met kader:
      vensterglas met afstandhouders, dubbele beglazing met kruiskozijnen.
    • verboden
      geschilderd glas, hol glas, gelaagd glas, pyrexglas, glas in lood, steenachtige materialen (porselein, steen, keramiek).
    • Apart: gelaagd glas: autoruiten, kogelvrij glas,...

Artikel 386§13 Autobanden

  • Alleen banden van particulieren: banden van personenwagens, bestelwagens, lichte bedrijfsvoertuigen, 4x4, caravans, aanhangwagens, motoren en scooters (ook banden op velg)
  • Verboden: vrachtwagenbanden en tractorbanden

Artikel 386§14 Videobanden en muziekcassettes

  • Zonder hoes
  • Verboden: dvd’s, cd-roms, diskettes

Artikel 386§15 Afgedankte elektrische en elektronisch apparaten (AEEA)

  • Grote huishoudelijke apparaten: onder andere koel- en vriesapparaten, (af)wasmachine, microgolfoven,...
  • Kleine huishoudelijke apparaten: onder andere mixer, koffiezetapparaat, stofzuiger,...
  • Audio-video apparaten: onder andere luidspreker, TV, video, radio,...
  • ICT-apparatuur: onder andere computers, fax,...
  • Gereedschappen en tuingereedschappen: onder andere grasmaaier, boormachine,...
  • Verlichtingstoestellen (geen zaklampen) en gasontladingslampen (armaturen, TL-lampen)
  • Elektrische en elektronische medische hulpmiddelen, laboratoriumapparatuur, kamer- en klokthermostaten en sporttoestellen.
  • Speelgoed: elektrische trein- en autoracebanen, consoles voor videospelen en spelcomputers.
  • De volledige toestellen worden aanvaard, losse onderdelen niet.

Artikel 386§16 Landbouwfolie

  • Geen permanente aanvoer, enkel tijdens specifieke campagne na bekendmaking
  • Zuiver aanvoeren: de folies dienen bezemschoon te zijn.
  • Verboden: netten, zeilen, autobanden, harde kunststoffen, tuinbouwfolie en geperforeerde folie, nopjesfolie, koorden en touwen, oogstresten, zand

Artikel 386§17 Herbruikbaar textiel

  • Proper in zakken aanleveren

Artikel 386§18 Kringloopcentrum

  • Herbruikbare goederen
  • Verplicht laten nazien door de parkwachter

Artikel 386§19 Wegwerpluiers en incontinentiesystemen 

  • De luiers en het incontinentiemateriaal mag enkel in de voorgeschreven zak aangeboden worden. De zakken moeten dichtgeknoopt worden (andere sluitingssystemen zoals lintjes, spanbandjes,… zijn niet toegelaten.)
  • Toegelaten: incontinentiesystemen, babyluiers, bedonderleggers, witte en transparante LDEP-zakken
  • Verboden: maandverband, papier en plastic, washandjes, stretchbroekjes,…
  • Bij eventuele interpretatiemogelijkheden of een aangeboden afvalstof al dan niet behoort tot een welbepaalde categorie, zoals hierboven opgenomen, is de visie van de parkwachter doorslaggevend. Indien de bezoeker hiermede niet akkoord kan gaan, mogen de aangeboden afvalstoffen niet worden aangeleverd en wordt de toegang tot het containerpark ontzegd. In geval van klachten dient de algemene klachtenprocedure gevolgd te worden.

Artikel 387 Contantbelasting

De gemeenteraad stelt een contantbelasting vast voor bepaalde afvalfracties.

Artikel 388 Aanlevering

De aangeleverde afvalstoffen dienen zoveel mogelijk op voorhand gesorteerd te worden, zodat het afladen ervan op het containerpark eenvoudig en snel kan gebeuren.

De aangeleverde afvalstoffen en de hoeveelheid worden bij elke aanlevering door de parkwachter gecontroleerd.

Artikel 389 Richtlijnen bezoekers

Op het containerpark is een reglement van toepassing waaraan iedere bezoeker zich strikt dient te houden.

  • De richtlijnen van de parkwachter moeten door iedere bezoeker strikt nageleefd worden.
  • De parkwachter kan bij vaststelling van onregelmatigheden personen de toegang tot het containerpark weigeren.
  • Dieren zijn verboden op het containerpark.
  • Kinderen onder de 12 jaar dienen steeds door een begeleider vergezeld te zijn. 
  • Kinderen onder de 12 jaar moeten in de wagen blijven of aan de hand gehouden worden.
  • KGA dient verplicht te worden afgegeven aan de parkwachter.
  • De bezoeker moet op verzoek van de parkwachter zijn identiteit bewijzen.
  • Het is verboden:
    • Afval aan de poort, in de omgeving van het containerpark of op een andere plaats dan door de parkwachter aangeduid, achter te laten.
    • Te roken of om op enige andere manier vuur te maken op het containerpark.
    • Afvalstoffen uit de containers te halen of mee te nemen uit de containers.
    • Vaten of containers te openen.
    • Afvalstoffen uit te laden voor de ingang van het containerpark en ze binnen te dragen in het containerpark
    • Enige beschadiging aan te brengen aan de omheining, containers, gebouwen, beplanting of uitrusting.
  • De bezoeker betreedt het containerpark op eigen verantwoordelijkheid.
  • IOK Afvalbeheer kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstal of gebeurlijke ongevallen.
  • De motor dient stilgelegd te worden bij het lossen van afvalstoffen.
  • Er dient rekening gehouden te worden met volgende beperkingen wat betreft de aanlevering. Maximum lengte van de voertuigen die aanleveren is 10 meter, dit is een voertuig inclusief aanhangwagen. Buiten dit formaat kan er niet gewogen worden en bijgevolg wordt de bezoeker de toegang tot het containerpark ontzegd. Het maximum gewicht (voertuig + lading) bij aanlevering is beperkt tot 8 ton.
  • De bezoeker zorgt mee voor de reinheid van het containerpark.
  • Verplaatsingen met een voertuig dienen stapvoets te gebeuren. 

DEEL 7 DIVERSE BEPALINGEN

Hoofdstuk 1 Gemengde inbreuken

Beschadiging van grafstenen, monumenten en dergelijke

Artikel 390

Het is verboden, zoals bepaald in artikel 526 van het Strafwetboek: vernielen, neerhalen, verminken of beschadigen van  grafsteden, gedenktekens of grafstenen  monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of 
tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.

Kwaadwillig omhakken van bomen

Artikel 391

Het is verboden, zoals bepaald in het artikel 537 van het Strafwetboek:
kwaadwillig een of meer bomen omhakken of zodanig snijden, verminken of ontschorsen dat zij vergaan, of een of meer enten vernielen.

Vernietigen of verplaatsen van grensafsluitingen

Artikel 392

Het is verboden,zoals bepaald in het artikel 545 van het Strafwetboek:
geheel of ten dele grachten dempen, levende of dode hagen afhakken of uitrukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielen grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatsen of verwijderen.

Opzettelijk beschadigen roerende goederen

Artikel 393

Het is verboden,zoals bepaald in het artikel 559,1° van het Strafwetboek:
buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van dit  wetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen.

Beschadiging afsluitingen

Artikel 394

Het is verboden,zoals bepaald in het artikel 563,2° van het Strafwetboek:
opzettelijk beschadigen stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt.

Daden van feitelijkheden of lichte gewelddaden

Artikel 395

Het is verboden, zoals bepaald in het artikel 563,3° van het Strafwetboek is verboden:
Daden van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits de daders niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren, in het bijzonder opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen. 

Graffiti

Artikel 396

Het is verboden, zoals bepaald in het artikel 534bis van het Strafwetboek:
zonder toestemming graffiti aanbrengen op roerende of onroerende goederen.

Opzettelijk beschadigen onroerende goederen

Artikel 397§1

Het is verboden, zoals bepaald in het artikel 534ter van het Strafwetboek:
opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigen.

Vermomming

Artikel 397§2

Het is verboden zoals bepaald in artikel 563bis van het strafwetboek om zich behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten. 

Hoofdstuk 2 Begraafplaatsen en lijkbezorging in Herselt

Artikel 398 tot 443 

Niet van toepassing in Westerlo

Hoofdstuk 3 Begraafplaatsen en lijkbezorging in Hulshout

Artikel 444 tot 488

Niet van toepassing in Westerlo

Hoofdstuk 4 Begraafplaatsen en lijkbezorging in Westerlo

Artikel 489 Definities

De gemeentelijke begraafplaatsen en de lijkbezorging worden onderworpen aan de modaliteiten vervat in dit reglement

Artikel 490

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 490§1 Gemeentelijke begraafplaatsen

  • begraafplaats van Westerlo gelegen in de Sint-Lambertusstraat
  • begraafplaats van Tongerlo gelegen in de Abdijstraat
  • begraafplaats van Oevel gelegen in de Nijverheidsstraat
  • begraafplaats van Oosterwijk gelegen in de Kerkhofstraat
  • begraafplaats van Voortkapel gelegen in de Kloosterstraat
  • begraafplaats van Heultje gelegen in de Grensstraat + de oude begraafplaats gelegen rond de kerk
  • begraafplaats van Zoerle-Parwijs gelegen in de Zandstraat

Artikel 490§2 Decreet

Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij decreet van 10 november 2005 en van 18 april 2008.

Artikel 490§3 Wet

Wet van 20 juli 1971, meer in het bijzonder de artikels 15bis§2, tweede lid, 23bis en 32.

Artikel 490§4 Omzendbrief

Omzendbrief BA 2006/3 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.

Artikel 490§5 Besluit

Besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt worden.

Artikel 490§6 Besluit

Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, gewijzigd bij besluit van 2 december 2005.

Artikel 490§7 Besluit

Besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden.

Artikel 490§8 Opgraven

Uit een graf halen van een stoffelijk overschot of een asurne met de bedoeling te herbegraven, of in geval van een stoffelijk overschot, te cremeren. 

Artikel 490§9 Graf

Laatste rustplaats voor een stoffelijk overschot of as.

Artikel 490§10 Stoffelijk overschot 

lijk

Artikel 490§11 Grafrust

Periode waarin het stoffelijk overschot niet mag worden opgegraven behoudens gerechtelijk bevel of toelating van de burgemeester wegens ernstige redenen.

Artikel 490§12 Urne

Een vaas, een lijkbus, ter bewaring van de as van de overledene(n).

Artikel 490§13 Strooiweide

Het perceel op de gemeentelijke begraafplaats dat gebruikt wordt voor de uitstrooiing van de as.

Artikel 490§14 Ruimen

Leegmaken van een graf.

Pleegvormen die de begrafenis voorafgaan

Artikel 491§1

Elk overlijden in de gemeente wordt zonder verwijl aangegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit geldt eveneens ingeval van ontdekking van een menselijk lijk op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 491§2

Het overlijden wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vastgesteld op basis van een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer of een geneesheer hiertoe aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Artikel 492

Diegene die voor de begraving instaat, regelt met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begrafenis. Bij ontstentenis daaraan, wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan.

Artikel 493§1

Het gemeentebestuur beslist in overleg met de nabestaanden of de vrienden van de overledene over de dag en het uur van de begrafenis. Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, wordt de toelating tot begraven slechts afgeleverd 24 uur na het overlijden en in geval van een crematie ten vroegste 24 uur na de ontvangst van de aanvraag tot toestemming.

Artikel 493§2

Indien het overlijden heeft plaatsgevonden in het Vlaamse Gewest wordt voor de begraving van een stoffelijk overschot, een kosteloze toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden werd vastgesteld, of door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt, indien het overlijden heeft plaatsgehad in het buitenland.

Artikel 493§3

Voor de begraving van een stoffelijk overschot van een persoon die overleden is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest wordt met de toestemming tot begraving gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat gewest bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot begraven. 

Artikel 493§4

Als een persoon overlijdt in een gemeente van het Vlaamse Gewest, wordt de toestemming tot crematie verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand die het overlijden heeft vastgesteld. Als de persoon in het buitenland overlijdt wordt die toestemming verleend door de procureur des Konings van het arrondissement waar zich ofwel het crematorium, ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt.

Voor de crematie in het Vlaamse Gewest van een persoon die overleden is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest geldt als toestemming tot crematie de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat gewest bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot crematie.

Artikel 494

Behalve wanneer de openbare gezondheid het anders vereist mag slechts tot vormneming, balseming of kisting van lijken worden overgegaan nadat het overlijden werd vastgesteld door de behandelende geneesheer of de geneesheer hiertoe aangesteld, ofwel, wanneer het overlijden te wijten is aan een gewelddadige of verdachte oorzaak, na vrijgave van het lijk door de procureur des Konings.

Artikel 495§1

De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.

Artikel 495§2

Behalve om te voldoen aan een gerechtelijke beslissing mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.

Artikel 496§1

De stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst worden.

Artikel 496§2

Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procedés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.

Artikel 496§3

Indien de overledene een implantaat draagt dat werkt op een batterij, dan moet deze batterij verwijderd worden voor de begraving of de crematie.

Artikel 497

Iedereen kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, evenals het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, evenwel binnen de grenzen van de redelijkheid en de bepalingen van dit reglement.

Artikel 498

Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden na een zwangerschapsduur van ten volle 12 weken op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd.

Artikel 499§1

Onverminderd de toepassing van artikel 15§1 van het decreet op de begraafplaatsen voorziet de gemeente in een behoorlijke wijze van lijkbezorging voor de behoeftige.

Artikel 499§2

De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn ingeschreven. 

Artikel 500

Er wordt een register bijgehouden waarin elke begraving, bewaring in een columbarium, uitstrooiing van de as op de gemeentelijke begraafplaats opgetekend wordt met nauwkeurige aanduiding van de plaats ervan op de begraafplaats waar deze plaatsgevonden hebben. Voor de uitstrooiing van de as beperkt de nauwkeurige aanduiding van de plaats zich tot de vermelding van de strooiweide. Het register wordt op het einde van elk jaar gesloten en vastgesteld door de burgemeester en in de gemeentearchieven neergelegd.

Artikel 501

Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden geen grafconcessies of concessies voor het columbarium of het urnenveld verleend.

Vervoer van stoffelijke overschotten

Artikel 502§1

Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze vervoerd worden.

Het vervoer van de as is vrij, doch dient te gebeuren volgens de regels van de welvoeglijkheid.

Artikel 502§2

Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.

Anders is het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot buiten de gemeentegrenzen slechts mogelijk nadat de diensten van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, de rechtshandelingen hebben gesteld die vervat zijn in de artikels 77 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 503

Vervoer van een stoffelijk overschot naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest is onderworpen aan de richtlijnen opgenomen in de Omzendbrief BA 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.

Artikel 504

Vervoer van stoffelijke overschotten van de in België overleden personen naar het buitenland is, naargelang het geval, onderworpen aan de formaliteiten vermeld in:  het Koninklijk Besluit van 8 maart 1967, wanneer het stoffelijk overschot moet vervoerd worden naar Nederland of het Groothertogdom Luxemburg.

  •  het akkoord van Straatsburg van 26 oktober 1973, wanneer het stoffelijk overschot moet vervoerd worden naar een ander land dan deze vermeld onder punt 1 en dat het akkoord van Straatsburg ondertekend heeft, met uitzondering van Duitsland.
  •  het Verdrag van Berlijn van 10 februari 1937 wanneer het stoffelijk overschot moet vervoerd worden naar Duitsland.
  •  het Regentsbesluit van 20 juni 1947, wanneer het stoffelijk overschot moet vervoerd worden naar een land, niet bedoeld in punt 1,2 en 3. 

Begravingen, bijzettingen en uitstrooiingen

Artikel 505

De gemeentelijke begraafplaatsen hebben een open karakter.

Mensen van alle gezindheden, ideologische en filosofische overtuiging moeten er terecht kunnen, zonder er zich vreemd te voelen.

De symbolen en rituelen dienen zich dan ook te beperken tot de individuele graven, waar symbolen van welke overtuiging ook kunnen worden aangebracht.

Vanuit de bekommernis voor het ‘open karakter’ van de gemeentelijke begraafplaatsen, wordt in de mate van het mogelijke aandacht besteed aan de richting waarin men begraven wil worden.

Het college van burgemeester en schepenen kan bepaalde percelen op de begraafplaatsen bestemmen voor de lijkbezorging van personen wiens geloofsovertuiging bepaalde pleegvormen voorschrijft.

Het vervullen van die pleegvormen is echter slechts toegestaan voor zover deze de algemeen gebruikelijke welvoeglijkheid niet schenden.

De als dusdanig bestemde percelen mogen materieel niet afgescheiden worden van de rest van de begraafplaats.

Artikel 506§1

De teraardebestellingen hebben plaats op een van de gemeentelijke begraafplaatsen.

Artikel 506§2

Er mag eveneens begraven worden op het Abdijkerkhof te Tongerlo, voorzien voor de begraving van de leden van de religieuze gemeenschap aldaar.

Artikel 506§3

De begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving, de bijzetting in een columbarium en de asverstrooiing van:

  • personen die op datum van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente
  • personen die op het grondgebied van de gemeente overleden zijn of er dood zijn aangetroffen
  • personen die de gemeente effectief bewonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in een van de bevolkingsregisters van de gemeente
  • personen die buiten het grondgebied van de gemeente overleden zijn en noch hun woonst of verblijf in de gemeente hebben, maar die bijzondere diensten voor de gemeente bewezen hebben of die een bijzondere band hebben met de gemeente (mits gemotiveerde machtiging van de burgemeester)
  • personen die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, maar die behoren tot de (vroegere) kerkelijke omschrijving van de parochie
  • personen die vroeger in een van de bevolkingsregisters van de gemeente Westerlo waren ingeschreven, maar die door het OCMW van Westerlo in een instelling buiten de gemeente werden geplaatst en tot aan hun overlijden ten laste gebleven zijn van het OCMW van Westerlo
  • personen, begunstigd met een eerder afgeleverd recht op begraving in een geconcedeerd graf of bijzetting in een bestaande grafkelder 
  • personen die geboren zijn in de gemeente of er gehuwd zijn of er ooit hun adres gehad hebben
  • personen wiens partner reeds begraven/bijgezet/verstrooid werd in de gemeente
  • personen waarvan minstens de helft van de kinderen die nog in leven zijn woonachtig zijn in de gemeente en alle kinderen schriftelijk hiermee instemmen
  • alle andere personen waarvoor een toelating tot begraven verleend werd door de burgemeester

Artikel 506§4

Voor personen die op het moment van overlijden hun inschrijving niet hadden in het bevolkings-, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, is het belastingreglement op de begraving en de uitstrooiing van de as en de bijzetting van asurnen in het columbarium van stoffelijke resten van personen vreemd aan de gemeente, op de gemeentelijke begraafplaats van toepassing.

Artikel 507§1

De begraving gebeurt in volle grond, op een diepte van tenminste 1,50 meter voor doodskisten en lijkwaden en de afstand ertussen is minstens 0,60 meter. De afmetingen van de gewone grafkuilen op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn 2,20 meter lengt op 0,80 meter breedte. De afmetingen van grafkuilen voor kinderen beneden de 7 jaar zijn 1,80 meter lengte op 0,70 meter breedte.

Ingeval van besmettelijke ziekten kan de burgemeester een grotere diepte voorschrijven.

Artikel 507§2

De graven zullen onmiddellijk na de zinking van het lijk met aarde gevuld en aangedamd worden.

Artikel 507§3

De rouwenden zijn gerechtigd bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn. 

Artikel 507§4

De asurnen worden voldoende diep begraven, ofwel

  •  in volle grond op het urnenveld
  •  op een plaats bestemd voor gewone begravingen
  •  in een grafkelder van een bestaande concessie
  •  bij de lijkkist van een stoffelijk overschot onder volgende strikte voorwaarden:
    • indien het vereist is dat de grafsteen moet verwijderd worden om de asurne te kunnen bijbegraven, dan valt dit geheel ten laste van de nabestaanden
    • dit enkel kan indien de urne vervaardigd is uit een duurzaam materiaal, zodoende dat wanneer dient overgegaan te worden tot een ontgraving van de asurne, deze nog intact is
    • wanneer dient overgegaan te worden tot ontruiming van de begraafplaats of van bepaalde percelen op de begraafplaats en dit voor gevolg heeft dat een asurne die bijbegraven werd dient ontgraven te worden omdat de verplichte duurtijd van de grafrust nog niet is verstreken, de kosten van de ontgraving, de verwijdering en eventuele beschadiging van de zerk ten laste vallen van de nabestaanden. Ook de kosten verbonden aan de eventuele bestemmingswijziging van de asurne vallen ten laste van de nabestaanden.

Het bovengronds plaatsen van een asurne op een reeds bestaand graf is uitgesloten.

Het begraven van een asurne bij een reeds eerder begraven lijkkist op het erepark is uitgesloten.

Artikel 507§5

Asurnen kunnen eveneens worden bijgezet in het columbarium.

Artikel 507§6

De as van gecremeerde stoffelijke overschotten kan op een van de volgende plaatsen worden uitgestrooid:

  • op een daartoe voorziene, met grasbezaaide strooiweide op een perceel van de begraafplaats
  • op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt

Artikel 507§7

Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan een schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek, vooraleer de crematie plaatsvindt, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloedof aanverwanten van de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat op verzoek van de ouders of de voogd kan de as van gecremeerde stoffelijke overschotten:

  • worden uitgestrooid of begraven op een andere plaats dan de begraafplaats of op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats 

Artikel 508§1

De begravingen zullen in regelmatige volgorde worden uitgevoerd, overeenkomstig het plan van aanleg van de begraafplaats en zonder verbreking.

Artikel 508§2

In iedere nis van het columbarium mogen/kunnen maximaal twee urnen van veraste personen geplaatst worden.

Artikel 508§3

Op het urnenveld is het toegestaan dat maximaal vier urnen van veraste personen onder een gedenksteen begraven worden.

Artikel 508§4

Bij de kist van een stoffelijk overschot mogen tot maximaal drie urnen van veraste personen bijbegraven worden, onder navolgende strikte voorwaarden:

de nabestaanden moeten instaan voor:

  • er in voorzien dat de asurne vervaardigd is uit een duurzaam materiaal
  • de verwijdering van de grafzerk indien dit vereist is om de asurne te kunnen bijbegraven
  • eventuele beschadiging van de zerk
  • alle kosten verbonden aan de ontgraving van de asurne, wanneer de verplichte duurtijd van de grafrust nog niet verstreken is, ingeval men overgaat tot de ontruiming van de begraafplaats of van bepaalde percelen op de begraafplaats
  • de eventuele kosten verbonden aan de bestemmingswijziging van de asurne

Artikel 509§1

Bijbegraving/bijzetting in het columbarium is toegestaan voor:

de echtgenoot van de overledene

de persoon met wie de overledene op het moment van overlijden een feitelijk gezin vormde:

  • de partner die op het moment van overlijden op hetzelfde adres was ingeschreven als de overledene
  • de partner met wie de overledene gemeenschappelijke kinderen had op het moment van overlijden, al dan niet ingeschreven op hetzelfde adres als de overledene
  • de partner die niet ingeschreven was op hetzelfde adres als de overledene op het moment van overlijden, wanneer uit bepaalde aanwijzingen kan aangetoond worden dat ze een feitelijk gezin vormden
  • kinderen van de overledene
  • broers en zussen van de overledene
  • ouders van de overledene
  • grootouders van de overledene

Artikel 509§2

Uitgezonderd in het geval van echtgenoten of indien er tussen levenspartners een individuele schriftelijke wilsuiting tot samenbegraving bestaat, kan de gemeente een schriftelijke toestemming tot bijbegraving/bijzetting eisen van alle nog in leven zijnde directe nabestaanden. 

Artikel 510

In het geval van een bijbegraving/bijzetting dient het grafteken vooraf door een vakman of door iemand van de familie te worden weggenomen indien dit vereist is. De kosten die hiertoe worden gemaakt, worden gedragen door de nabestaanden.

Ontruiming van graven

Artikel 511

De graven (zowel voor doodskisten als urnen) en de nissen van het columbarium mogen in geen geval hernieuwd worden dan na een tijdsverloop van minimum 20 jaar.

Artikel 512

Ontruiming van de graven zal minstens 1 jaar op voorhand worden aangekondigd door bekendmaking van de beslissing tot verwijdering aan de ingang van de begraafplaats en door middel van een individuele aanplakking aan de betrokken graven.

Artikel 513

De graftekens en voorwerpen die zich bevinden op de te hernieuwen graven zullen door de nabestaanden mogen verwijderd worden binnen de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde termijn. Na het verstrijken van deze termijn worden de niet verwijderde grafstenen of - tekens en de voorwerpen die zich op de graven bevinden eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen regelt de bestemming hiervan.

Artikel 514

Bij het terug in gebruik nemen van de graven zullen de overblijfselen die zouden worden bovengehaald met de nodige eerbied verzameld worden om, naar beslissing van de gemeenteraad, in een gemeenschappelijk graf te worden bijgezet of te worden gecremeerd waarna de as zal worden uitgestrooid. Bij deze keuze zal de gemeenteraad respect tonen voor de eventueel door de overledene zelf gekozen vorm van lijkbezorging.

Artikel 515§1

Voor de ontruiming van de graven wordt een draaiboek opgemaakt. Hierin worden de werkzaamheden, de richtlijnen voor de bescherming van het uitvoerend personeel en de werkwijze bij en bestemming van mogelijk onverteerde resten, alsook de bestemming van de mogelijk aangetroffen waardevolle voorwerpen omschreven.

Artikel 515§2

Tijdens de ontruiming wordt de plaats van de te ontruimen graven voor het publiek visueel afgeschermd.

Ontgraving

Artikel 516

Er mag slechts tot ontgraving worden overgegaan bij bevel van de gerechtelijke overheid of mits machtiging van de burgemeester en dit omwille van ernstige redenen.

Artikel 517§1

De aanvraag tot ontgraving dient door het naaste familielid schriftelijk te worden gericht aan de burgemeester. Alle directe nabestaanden moeten de aanvraag mee ondertekenen.

Artikel 517§2

Dag en uur waarop de opgraving zal plaatsvinden worden in overleg met de gemeentelijke diensten vastgesteld.

Artikel 517§3

De gemeente of een gespecialiseerde firma zorgt voor het openleggen van het graf, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil. 

Artikel 517§4

Alle kosten zijn ten laste van de aanvragers, behalve indien de opgraving wordt uitgevoerd op bevel van de gerechtelijke overheid of ten gevolge van een bestuurlijke beslissing.

Artikel 517§5

De burgemeester kan de vernieuwing van de kist voorschrijven indien hij dit nodig acht en hij kan elke andere maatregel nemen die van aard is de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid te beschermen, dit op kosten van de aanvrager.

Artikel 517§6

Het openen van de nis, het uitnemen van de urne uit de nis en het opnieuw sluiten van de nis geschieden door de zorgen van de gemeente.

Artikel 518

De opgraving gebeurt in tegenwoordigheid van de grafmaker, een gemachtigde van de gemeente die door de burgemeester is aangesteld en een politieagent die van de ontgraving proces-verbaal opstelt.

Artikel 519§1

Tijdens de opgraving wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.

Artikel 519§2

De burgemeester beslist over de eventuele aanwezigheid van nabestaanden en/of betrokkenen.

Artikel 519§3

De opgraving van een stoffelijk overschot of een asurne met het oog op het herbegraven impliceert de voorafgaande machtiging van enerzijds de burgemeester van de gemeente waar de overledene begraven of bijgezet werd en anderzijds van de burgemeester van de gemeente waar de herbegraving zal gebeuren.

Artikel 519§4

Het stoffelijk overschot moet onmiddellijk naar de nieuwe bestemming worden vervoerd en begraven. Dit geldt ook voor de asurne.

Graftekens, onderhoud- en beplantingswerken

Artikel 520§1

Teksten en tekens op grafmonumenten moeten getuigen van eerbied voor de overledene en mogen niet in strijd zijn met de openbare orde en de goede zeden.

Artikel 520§2

Iedereen heeft het recht, zonder daartoe aan de gemeente enige vergoeding te moeten betalen of daartoe een toelating te bekomen, een kruis, grafmonument of andere gedenksteen te plaatsen op het graf van zijn verwante of vriend, tenzij de overledene anders heeft beschikt of de verwanten van de overledene zich ertegen verzetten.

Artikel 520§3

Zij die grafmonumenten willen plaatsen dienen dit te melden aan het gemeentebestuur om de bevoegde overheden in staat te stellen, waar nodig, hun politierecht uit te oefenen.

Artikel 520§4

Op de begraafplaatsen, alsook op de opnieuw in gebruik genomen percelen is het niet toegelaten grafstenen of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, opschriften of aard van de materialen, de reinheid, gezondheid, veiligheid en sereniteit op de begraafplaats kunnen verstoren.

Teksten en tekens op grafmonumenten moeten getuigen van eerbied voor de overledene en mogen niet in strijd zijn met de openbare orde en de goede zeden. 

Artikel 520§5

Op de parken bestemd voor de gewone begravingen mogen de gedenktekens volgende afmetingen niet overschrijden:

voor volwassenen:
rechtstaande gedenktekens
0,90 meter hoog, 0,60 meter breed en 0,20 meter dik voor enkele graven
0,90 meter hoog, 1,30 meter breed en 0,20 meter dik voor dubbele graven
voor kinderen:
rechtstaande gedenktekens
0,80 meter hoog en 0,50 meter breed en 0,15 meter dik
De achterlijn van het gedenkteken bevindt zich op 10 centimeter van de achterkant van het grafperceel.
Een nieuw te plaatsen gedenkteken volgt de achterlijn van de reeds eerder geplaatste gedenktekens.

Artikel 520§6

De parken zullen door de zorgen van het gemeentebestuur met gazon bezaaid worden en onderhouden. Het is in dit opzicht toegelaten bij rechtstaande gedenktekens max. 0,50 meter, te rekenen vanaf de achterkant van het grafperceel, te benutten voor het aanbrengen van beplantingen.

Artikel 520§7

Op de afdekplaat van een columbariumnis mag enkel een plaat aangebracht worden met vermelding van de naam, voornaam, geboortedatum en datum van overlijden. Deze plaatjes dienen aangebracht te worden door de gemeentelijke technische dienst. Het is niet toegelaten om op of aan de nissen van het columbarium, op eigen initiatief, sierstukken of andere versiersels te plaatsen of te hangen. Enkel op de door het gemeentebestuur aangeduide plaats mag een vaasje, foto en symbool bevestigd worden. Het vaasje moet vervaardigd zijn uit een duurzaam materiaal en de inhoud ervan mag de nabijgelegen nissen niet hinderen.

Onterecht aangebrachte voorwerpen of planten worden door het gemeentebestuur ambtshalve verwijderd.

Artikel 520§8

Op het urnenveld zijn enkel gedenktekens toegelaten in natuursteen van 50 centimeter x 50 centimeter. Om beschadiging van de erop vermelde gegevens te voorkomen, moeten ze in de deksteen gegraveerd worden. Andere versieringen (uitgezonderd foto en symbolen), zijn niet toegelaten. Deze stenen dienen geplaatst op maaiveldhoogte. Rond deze stenen wordt door de technische dienst van de gemeente dolomiet 8/16 aangebracht.

Artikel 520§9

Bij begraving van de urnen tussen de gewone begravingen moet bij het plaatsen van een gedenkteken het reglement betreffende gewone begravingen toegepast worden.

Artikel 520§10

Aan elke strooiweide wordt een muur geplaatst waarop enkel een plaatje met vermelding van naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum van de uitgestrooiden kan aangebracht worden door de gemeentelijke technische dienst. 

Artikel 520§11

Het plaatje dat mag aangebracht worden op zowel een columbariumnis als op de muur aan de strooiweide dient koperkleurig te zijn en heeft volgende afmetingen:
9,5 centimeter x 19,5 centimeter. De tekst wordt er in gegraveerd, lettertype Helvetica, en wordt zwart ingekleurd.

Artikel 521

Gedenktekens die niet overeenstemmen met de bepalingen van de gemeentelijke reglementering dienen terug verwijderd te worden door diegenen in wiens opdracht ze geplaatst werden. De betrokkene(n), indien gekend, zullen hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Wanneer geen opdrachtgevers gekend zijn, zal een bericht worden uitgehangen, gedurende een periode van 6 maanden, aan de ingang van de begraafplaats en aan de verkeerd geplaatste grafzerk. Bij gebrek aan herstel, binnen een periode van 6 maanden, na de ingebrekestelling of na de aanplakking van het bericht zal de verwijdering van het grafteken in opdracht van het gemeentebestuur plaatsvinden. De kosten van deze verwijdering en de eventuele kosten van beschadiging bij de uitvoering van de werken, zullen ten laste gelegd worden van de gekende opdrachtgever(s).

Artikel 522§1

Voor de erkende oud-strijders, weerstanders en oud-krijgsgevangenen is er op de begraafplaats een erepark voorzien. Met het oog op het esthetisch uitzicht en de eerbied aan de nagedachtenis der overledenen, mogen op deze ereparken enkel eenvormige graftekens en dekstenen worden aangebracht. Deze regel van eenvormigheid geldt per erepark.

Artikel 522§2

De nodige bewijsstukken waaruit blijkt dat de overledene gerechtigd is om op het erepark begraven te worden moeten worden voorgelegd bij de aangifte van het overlijden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of zijn gemachtigde.

Het statuut van oud-strijder kan bewezen worden door:

  • een vuurkaart voor de strijders van 1914-1918
  • een kaart met opgave van de oorlogsdiensten voor strijder 1940-1945, afgeleverd door de bevoegde dienst van het Ministerie van Landsverdediging
  • een attest, afgeleverd door de bevoegde dienst van het Ministerie van Landsverdediging, waaruit blijkt dat betrokkene aan de voorwaarden voldeed om de bovenstaande kaart te bekomen
  • een attest, afgeleverd door de plaatselijke vereniging van oud-strijders, waarin bevestigd wordt dat betrokkene als oud-strijder kan worden beschouwd

Artikel 523§1

De graven mogen niet afgedekt worden met materialen die door hun aard of wijze van aanbrengen, gemakkelijk op de wandelwegen of naburige graven of gazon kunnen verschuiven.

Artikel 523§2

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen worden gemaakt.
Kniel- of bidbanken zijn eveneens verboden.

Artikel 524

Verwanten of vrienden van de overledene mogen op het graf bloemen en planten onderhouden met uitsluiting van houtgewas.

Artikel 525

Kronen of sierstukken uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of gedeeltelijk bestaande uit breekbaar glas. 

Artikel 526§1

Bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Ze moeten verwijderd worden door de nabestaanden of verwanten zodra ze onfris zijn. Bij in gebreke blijven zal dit gebeuren door de zorgen van het gemeentebestuur.

De aanplantingen moeten derwijze aangelegd en onderhouden worden zodat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het graf, noch het zicht op de identificatiegegevens op het graf belemmeren.

De hoogte moet beperkt worden tot 50 centimeter.

Artikel 526§2

Het onderhoud van de graven en gedenktekens rust op de belanghebbenden met uitzondering van deze op het erepark. Op het erepark zal de gemeente voorzien in het onderhoud van de graven.
Er mag geen gebruik gemaakt worden van pesticiden.

Artikel 526§3

De scheefstaande en omgevallen graftekens moeten door toedoen van de belanghebbenden opnieuw recht gezet of verwijderd worden.

Artikel 527

De personen die aan de versiering of aan het onderhoud van een graf gewerkt hebben, zijn verplicht de plaats terug in volkomen staat van netheid te brengen. Zij moeten de overblijfselen ervan en om het even welk vuilnis op de door de burgemeester aangeduide plaats neerleggen.

Het is hen uitdrukkelijk verboden overblijfselen of vuilnis in de parken of aan de graven achter te laten of ze ter plaatse te delven.

Artikel 528

Geen enkel materiaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten. De materialen moeten aangevoerd worden en geplaatst naarmate de behoeften. Alvorens op de begraafplaats te worden toegelaten moeten de voor de graftekens bestemde stenen langs alle zichtbare kanten afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden. Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot wegneming van de materialen op kosten van de overtreder.

Artikel 529§1

De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.

Artikel 529§2

Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstallen of beschadigingen welke op de begraafplaatsen ten nadele van de families zouden gepleegd worden aan de graven, aan de erop aangebrachte gedenktekens of beplantingen, …

Ordemaatregelen

Artikel 530§1

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn permanent voor het publiek toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Artikel 530§2

Voor dienstnoodwendigheden kan de begraafplaats tijdens de openingsuren op bevel van de burgemeester tijdelijk voor het publiek gesloten worden. 

Artikel 531

De toegang tot de begraafplaats is ontzegd:

  • aan personen in kennelijke staat van dronkenschap
  • aan kinderen beneden de 10 jaar, niet vergezeld van een volwassene
  • aan personen vergezeld van honden, met uitzondering voor visueel gehandicapten of andere andersvaliden met hun geleidehond, politiediensten en erkende bewakingsondernemingen met waak-, speuren verdedigingshonden
  • aan allen die zich niet behoorlijk zouden gedragen

Artikel 532

Het is verboden:

  • zich op de begraafplaats te bevinden voor zonsopgang en na zonsondergang  op de muren en afsluitingen te klauteren, zowel van de gedenktekens als van de begraafplaats zelf  de aanplantingen, wegen of lanen te beschadigen, zonder noodwendigheid op de graven te lopen of op de grasperken te gaan, te zitten of te liggen  de graven, gedenktekens en alle voorwerpen voor huldiging of versiering te beschadigen of te doen verdwijnen
  • kinderen zonder toezicht te laten lopen of te spelen
  • zich op de begraafplaats te gedragen op een wijze die de ernst en de stilte van de plaats, de orde en de eerbied voor de doden stoort of kan storen
  • afval te werpen of te leggen binnen de omheining van de begraafplaats
  • op de begraafplaats enige daad tegen de welvoeglijkheid te plegen
  • opschriften van grafstenen te doen verdwijnen of er op te schrijven
  • om het even welke voorwerpen uit te stallen, te verkopen of te koop aan te bieden
  • plakbrieven of geschriften aan te brengen op de muren en deuren van de begraafplaatsen of op de gedenkstenen
  • betogingen of optochten te organiseren die vreemd zijn aan de gewone dienst van de begraafplaats
  • met voertuigen op de gaanpaden te komen
  • opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde en de eerbied voor de doden storen of kunnen storen
  • op zon- of wettelijke feestdagen enig werk op de begraafplaats uit te voeren, gedenktekens te plaatsen of onderhoudswerken uit te voeren
  • zonder voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn gemachtigde te filmen.
  • voor het nemen van foto’s is deze toestemming enkel vereist wanneer de foto’s bestemd zijn voor publicatie. In alle andere gevallen mogen er foto’s worden genomen op voorwaarde dat er rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van de omgeving
  • grafzerken te verwijderen zonder voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester 

Artikel 533

Wie zich niet gedraagt met eerbied aan de doden verschuldigd of inbreuk pleegt op onderhavig hoofdstuk wordt onmiddellijk buiten de begraafplaats gezet door de politie. 

Hoofdstuk 5 Gemeentelijke speelpleinen, parken en sportterreinen

Dit hoofdstuk is van toepassing op de gemeentelijke speelpleinen, parken en sportterreinen. Rekening houdend met artikel 83 gelden volgende bepalingen:

Artikel 534

Elk oneigenlijk gebruik van het speelterrein en de toestellen waardoor deze speelkansen onmogelijk gemaakt of verminderd worden, is verboden. Gemotoriseerde voertuigen zijn op het terrein niet toegelaten, uitgezonderd dienstvoertuigen, hulpverlenings- en invalidewagens.

Artikel 535§1

De speelpleinen zijn toegankelijk voor kinderen en volwassenen. Behoudens de leeftijdsuitzonderingen vermeld op de toestellen, mogen alleen kinderen tot 14 jaar effectief gebruik maken van de speeltoestellen, uitgezonderd de skateramp en de sportterreinen. Kinderen onder de 7 jaar dienen vergezeld te zijn van een verantwoordelijke volwassen begeleider.

Artikel 535§2

De speeltuinen, parken en sportterreinen zijn slechts toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang of indien er openingsuren bepaald zijn, tijdens de normale openingsuren.

Artikel 535§3

De speelterreinen zijn slechts toegankelijk zolang er voldoende verlichting is om een veilig gebruik te waarborgen.

Artikel 536

Het is verboden

  • kinderen te storen in hun spel
  • kinderen aan te zetten of uit te dagen tot risicogedrag
  • toestellen te gebruiken welke een abnormale geluidshinder voortbrengen
  • fietsen te stallen en/of te gebruiken op het speelterrein
  • speeltuigen die stuk zijn en niet onmiddellijk kunnen hersteld of verwijderd worden, te gebruiken
  • gevaarlijke of hinderlijke stoffen binnen te brengen
  • glas (oa glazen flessen) mee te brengen
  • publiciteit te voeren tenzij op de daartoe voorziene plaatsen
  • om het even wat te verkopen of aan te bieden, te leuren, te collecteren,
  • om het even welke handelsactiviteit uit te voeren
  • alcoholische dranken mee te brengen en te gebruiken
  • zonder toestemming van de gemeente speeltuigen achter te laten op de speelpleinen 

Artikel 537

Bezoekers van speelpleinen, parken en sportterreinen moeten zich schikken naar het huishoudelijk reglement van desbetreffend speelplein, park of sportterrein.

Door het betreden van de speelpleinen, parken en sportterreinen, die beschikken over huishoudelijke reglementen, verklaart ook de toevallige gebruiker zich akkoord met de naleving er van. Deze reglementen liggen ter inzage aan de respectievelijke balies of worden uitgehangen.

Het niet naleven van deze huishoudelijke reglementen maakt op zich reeds een inbreuk uit op huidig artikels kan als dusdanig gesanctioneerd worden onverminderd maatregelen vervat in het overtreden huishoudelijk reglement.

Artikel 538

Afwijkingen in verband met sommige van deze verbodsbepalingen kunnen in bijzondere omstandigheden door de burgemeester worden toegestaan

Hoofdstuk 6 Meldingsplicht bouwwerken

Artikel 539

Inbreuken op de meldingsplicht zoals bepaald in artikel 4.2.2 van de Codex Ruimtelijke Ordening en haar uitvoeringsbesluit van 16 juli 2010 worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie. 

DEEL 8 STRAFBEPALINGEN

Artikel 540§1

Inbreuken op deze politiecodex kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete van maximum 350 euro voor meerderjarige overtreders en maximum 175 euro voor minderjarige overtreders.

Artikel 540§2

Inbreuken op het plaatsverbod dat de burgemeester kan opleggen conform artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet, zoals voorzien door artikel 47 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete.

Artikel 540§3

Het college van burgemeester en schepenen kan een door de gemeente verleende toelating of vergunning schorsen of intrekken en/of een inrichting tijdelijk of definitief sluiten. Deze sancties kunnen pas opgelegd worden nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Die bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening. Deze worden ter kennis gebracht door middels van een aangetekend schrijven, krachtens artikel 45 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 540§4

Deze sancties kunnen niet opgelegd worden indien voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie reeds straffen of administratieve sancties worden bepaald.

Artikel 540§5

De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel op grond van de zwaarte van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling. De bij dit reglement voorgeschreven administratieve geldboete wordt verhoogd in geval van herhaling, zonder dat deze boete het wettelijke voorziene maximum mag overschrijden.

Artikel 540§6

Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

INWERKINGTREDING

Dit politiereglement treedt in werking op 1 maart 2011 

OPHEFFINGSBEPALINGEN

Alle voorgaande politiereglementen worden opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit reglement met uitzondering van de bepalingen opgenomen in het algemeen politiereglement goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 januari 1990, laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 1 september 2008, onder volgende hoofdstukken of delen ervan:

  •  Hoofdstuk 1A Beplantingen
  •  Hoofdstuk 1B Overwelvingen
  •  Hoofdstuk 2 Reinheid en milieuzorg: afdeling 3: afloop van regenwater en afvalwater
  •  Hoofdstuk 4 Openbare veiligheid

Deze reglementen zullen blijven bestaan buiten de politiecodex tot er een vervangende stedenbouwkundige verordening is voor goedgekeurd. 

Wet- en regelgeving

Lokale politie
Veiligheidscentrum de Marly
de Merodedreef 15
2660 Westerlo
België
08:00 - 19:00
08:00 - 19:00
08:00 - 19:00
08:00 - 19:00
08:00 - 16:00
Gesloten
08:00 - 19:00